382_6ffb33b1d3c6a7f42facc1c50717c971

Toen ik toevallig “La grande Illussion” van Jean Renoir in een of ander filmmuseum had gezien, wist ik het weer: het is het oog dat telt, het oog in de hand.

Of het nu een fototoestel of camera, of een doek of klei is, het oog in de hand, en daarmee bedoel ik niet alleen de onafhankelijkheid van het hoofd, maar ook de wendbaarheid, het mogelijk maken van alle mogelijke perspectieven.

Dus liet ik, het oog in de hand, de tijd terugspoelen en kwam ik via Jean weer bij pa Renoir terecht, Pierre-August, de bekende schilder.

Een aantal Renoirs zijn door de Russen “meegenomen” uit Duitsland na de tweede oorlog, dus moet je in de Hermitage zijn om ze in al hun pracht te zien schitteren.

Verhuizen we dus van de Engelse tuin met kippenhok naar de Franse tuin, van garden naar jardin.
je voelt het al aan de klank, een Franse tuin heeft iets frivools, en ik beperk me dan tot de huis-en keukentuinen om het niet over Le Nôtre en andere fraaie hofmodelleerders te moeten hebben.

De prent is duidelijk: tuin en koppel zijn in gelijke mate aanwezig.
Meer zelfs: de beweging van de grote groene struik valt stil in de gestalte van het meisje dat ons schijnt aan te kijken, maar toch niemand ziet. Ze kijkt naar binnen. Ze worstelt met de woorden van de geliefde, ze wacht tot hij is uitgesproken.

Renoir gebruikte voor dergelijke doeken de vrouw die hem op dat moment bezig hield en zorgde voor een soort stand-in voor zichzelf.
Hier is de man een andere schilder, Henri Laurent die hij bij Aline Charigot heeft gezet, zijn geliefde en later zijn vrouw.
Waarschijnlijk heeft hij haar niet naar model maar uit de herinnering geschilderd.

Schilderen met een verlangen in je hoofd, je collega neerpoten en naast hem de gedroomde geliefde oproepen. Jean Renoir had het van geen vreemden.