021_9c50aa90c93a25787e25b4a622a02299

Namen kunnen uit het niets opduiken.
Laten we eerlijk zijn, meestal is dat “niets” ons tekort aan kennis.

Vaak ontmoet je namen omdat je bezig bent met het zoeken naar de omkadering van een mooi antiek item en je de tijd waarin het ontstaan is wilt exploreren.
Of je komt op kruispunten waar je al geweest bent, je ontmoet dezelfde ruimtes, maar de tijd is honderd jaar terug of vooruit gelopen, of je maakt kennis met de vrienden of vijanden van je vroeger personage.

Dit wordt een lang verhaal omdat het niet alleen een leven van 69 jaar omvat, maar tegelijkertijd het verhaal van een man is die van kindsbeen af niet heeft stil gezeten en wiens familie voortdurend van standplaats veranderde.

Laten we niet te chronologisch werken, daar bestaan ander bronnen voor.
Een mooie uitspraak om te beginnen:

“ « La peinture n’est pas un art d’imitation, elle est un art d’interprétation. C’est la sensation qu’on éprouve des choses qu’il faut rendre et non les choses exactement. Dire le plus possible avec le moins possible, c’est-à-dire chercher ce qui caractérise et ne donner que cela. En art, tout ce qui n’est pas indispensable est nuisible ».

Dat is al een mooi standpunt.
Het zijn woorden van de leermeester.
Hij heette voluit Charles Auguste Emile Durand, maar kortte zijn eigen naam af tot Carolus Duran.
Hij kwam uit Lille (Rijsel) studeerde daarna in Parijs en wordt een van de voornaamste “society painters” van de 19de eeuw genoemd.

In 1884 schilderde hij een portretje van zijn eigen zoon dat ik je hierbij opstuur.

En tien jaar eerder stapte er een man het atelier van meester Duran binnen vergezeld van zijn 18 jarige zoon en een pak tekeningen.
Een student uit het atelier, later de vriend van mijn hoofdpersoon beschrijft die eerste ontmoeting:

“It was on a Tuesday or Friday, the days when Carolus came to criticize our work, in the spring of 1874, at the old studio on the Boulevard du Mont-Parnasse. I had a place near the door, and when I heard a knock I turned to open it. There stood a gray-haired gentleman, accompanied by a tall, rather lank youth, who carried a portfolio under his arm, and I guessed that he must be a coming nouveau.
The gentleman addressed me politely in French, and I replied in the same language, but with less fluency, for I had not been long in Paris myself, telling him that the “patron” was in the studio at the moment, and asking him if they would wait.
He evidently saw that I was a fellow countryman, for he then spoke in English, and we held a short conversation in subdued tones; for the school etiquette of course forbade talking while the patron was within the walls.
At any other time the visitors might have had a more demonstrative reception. Carolus soon finished his criticism, and I presented my compatriots. Sargent’s father explained that he had brought his son to the studio that he might become a pupil; the portfolio was laid on the floor, and the drawings were spread out. We all crowded about to look, and Carolus spoke favorably. He told the young artist that he might enter his class, and when he had departed we all crowded about again to look more closely at the drawings. We were astonished at the cleverness shown in the water-color and pencil work, and his début was considered a most promising one. He made rapid progress from the day he entered the school, and gradually rose to perfection in academic study.

Voilà zijn naam is genoemd, John Singer Sargent.