merkwaardig en indrukwekkend (325)

007_a1351c8104dabd4afb8fef9ca30ff494

In Nijmegen werd hij circa 1530 geboren en zoals het hoort voor een kunstenaar reisde hij naar Italië waar hij kopieën maakte van antieke sculpturen.
Daarna werkt hij aan het hof van Maximiliaan II in Wenen, maar hij voerde net zo goed privé-opdrachten uit in zijn woonplaats Neurenberg.
We treffen hem na de dood van Maximiliaan aan in Denemarken waar hij voor Christiaan II werkt.
Johan Gregor van der Schardt is zijn naam

Een Nederlander die niet meer terugkeert naar Nederland maar uithuizig zijn kunst bedrijft.In de 19de eeuw zei men dat zoiets kwam door het klimaat. Beelden zouden in het vochtige Hollandse klimaat niet lang overleven.
Anderen hielden het bij de beeldvijandigheid van het protestantisme maar als je even verder nadenkt dan zal de bijzonderste oorzaak zeker het geld zijn geweest.
Maximiliaan betaalde behoorlijk en ook de Deense koning was waarschijnlijker guller dan de zuinige Hollandse opdrachtgevers.

Ik stuur je hierbij één van zijn mooie klassieke beelden, nu te zien in het Rijksmuseum in A’dam: “SOL”, een personificatie van “de zon”.
De leeuw is het teken van de dierenriem dat met de zon wordt geassocieerd.

Het beeld is in gepatineerd brons uitgevoerd en toont meteen de kunde van de maker: nog geen halve meter hoog (45,7 cm) straalt het ten volle de kracht van het licht uit. Mens en bovenmenselijkheid zijn in de sierlijke houding en het zonnemasker samengebracht en worden nog eens door de leeuw versterkt.

Het is een MERKWAARDIG BEELD, maar wat mij betreft niet INDRUKWEKKEND, en over die twee begrippen wilde ik je graag schrijven.

Merk-waardig, het merk waard, waarborg voor iets bijzonders dus, het is een woord dat we nogal eens verwisselen met “indruk-wekkend”, iets of iemand die voor een groot aantal indrukken zorgt.

De verwarring van deze twee begrippen ontstond vooral in de zgn. spektakelmaatschappij waarin wij zijn terecht gekomen (of hebben we daar altijd in geleefd?)
In een tijd van “merken” leven we nu zeker.
Merk-waardige kleding is een gegeerd goed.
We lopen zonder ons belachelijk te voelen reclame te maken voor allerlei merken en moeten daar nog heel wat geld voor betalen ook.
Mensen willen alles doen om merkwaardig te zijn, om uit het grijs van de massa los te komen.
Of dat nu neusfluiten, zingen of politiek bedrijven is, maakt niets uit.

Daardoor verslijt het merkwaardige ook vlug en moet het snel worden vervangen door iets dat nog merkwaardiger is.

Ik doe de beeldhouwer onrecht aan om zijn mooie SOL gewoon bij het merkwaardige van deze tijd te klasseren.
Maar ik wil hem dadelijk in de volgende bijdrage in eer herstellen als ik je zijn “zelfportret” toon.

Intussen een dag vol indrukken toegewenst, nu de nazomer niet weet waar hij moet blijven met zoveel zacht licht.


lucien simon (324)

644_71725b7646a5e1bf50a95d8e3f843168

Deze mooie tekening en de twee kinderen van de schilder hieronder, zijn van de Franse artiest Simon Lucien (1861-1945).
Hij was in zijn tijd een bekend schilder en ontdekte in 1890 Groot Brittannië als hij met de zus van zijn collega-schilder André Dauchez trouwt wiens ouders in Engeland woonden.
In 1901 koopt hij er zelf een huis, een vroeger seinhuis, en hij leeft er en werkt er de rest van zijn leven.
Met de schilders Dauchez en Charles Cottet vormden ze de kleine groep “La Bande Noire”, wegens de donkere tonaliteit van hun werk. (ze werden ook wel eens The Nubians genoemd in tegenstelling met de bekende groep van de Nabis schilders)


de kinderen van de schilder (323)

135_94d1be239e74a6e63b2acf4c436d9b77

kinderen van schilder

op vakantie in Engeland
toen op de achterkant van elke dag
jullie kreten en verhalen
zich met de meeuwen mengden.

nog te klein om later te herinneren
dat het leven bos en water was
dat het gras naar melk en boter rook
zocht ik naar mijn pallet en probeerde ik

wanhopig jullie voor te zijn, goed wetende
dat eens twee ernstige volwassenen
heel vreemd naar deze kinderen zouden kijken,
de zwarte achterkant van de spiegel.


de afwezigheid (3) (322)

2199928449

Beste Theodore,

In een economisch stelsel bestaan de mensen nooit als persoon, wel als onderdeel: een baby, een kind of vijftig plusser, een arbeider, een prof, een huisvrouw.
De persoonlijkheid immers is niet interessant voor een marktstelsel.
De aandacht van de verkoper gaat naar de behoeften of vermeende behoeften, en die zijn aan een segment van het bestaan opgehangen: wat je aan een schoolkind kwijt kunt, wat goed verkoopt aan jonge ouders, welstellende bejaarden, enz.

Daardoor herkennen wij de mens steeds minder als een persoon en steeds meer als een consument.
Deze hokjes, benadrukt door de marketing, ontkennen niet alleen de passages de vie die in elkaar overvloeien, maar herleiden elk segment tot de grootste gemene deler of het kleinste gemeen veelvoud: DE vijftigplusser, HET lagere schoolkind, DE meerwaarde-zoeker.

De verschraling die daarbij optreedt, verklaart het succes van series als “het leven zoals het is” en andere reality-programma’ s.
Maar ook daar zie je hoe cliché’ s worden versterkt, hoe de zin voor nuancering verdwijnt en de aandacht vooral naar “het merkwaardige” gaat, de buitenbeentjes, of hoe mensen hun spel beginnen te spelen bewust van de implicaties eens hun leven op het scherm verschijnt: het leven zoals het gespeeld wordt.

De complexiteit van het bestaan en de vluchtigheid van de meeste media zijn inderdaad niet compatibel.
De afwezige mens.

Het zogenaamde ik-tijdperk heeft er nog nooit zo “algemeen” uitgezien als nu, niks te ikken maar wel een aanbidden van de cliché’ s, de iconen die als te brede jassen iedereen schijnbare warmte geven maar waarin we nooit onszelf veilig voelen laat staan herkennen.
Archetypes kunnen heilzaam zijn bij het vertellen van verhalen maar als ze tot verkoopscliché’ s herleid worden veroorzaken ze alleen maar geestelijke armoede en onverdraagzaamheid tegenover degenen (en dat betreft ons allemaal) die niet in dit cliché willen of kunnen passen.

In mijn winkel is elk voorwerp van iemand of van verschillende iemanden een bezit geweest.
Zij dragen de blikken mee waarmee naar hen is gekeken, ze hebben de handen bij waarmee ze gehanteerd werden, ze ontsnapten aan de schoonheidsidealen van de tijd waarin ze ontstonden en verbinden ons met de voorgangers.
Kijk naar het mooie Boheemse kruikje, met de hand beschilderd.
Het is geen grote kunst, geen bijzonder kostbaar item, maar ondanks zijn honderd jaar blijft het de afwezigheid bevechten.
Toch is het kwetsbaar.
Het heeft niet de stoerheid van de architectuur, niet het bijna onkwetsbare van het marmer, één tik volstaat om het onherstelbaar te beschadigen.

Ook de zorg waarmee het al een eeuw lang mocht overleven wordt zichtbaar.
Deze wederzijdse kwetsbaarheid verbindt mij intens met de afwezigheid.

Zet het in het zonlicht en elke minuut verandert zijn inhoud.
Je bezit het licht niet, je mag er een tijdje zorg voor dragen.


de afwezigheid (2) (321)

906_70df355d8d289c81cfb4fc4966e2a82c

Nog geen uur geleden was het huis vol stemmen.
We aten samen, vertelden onze verhalen, we zongen met de kinderen de liedjes van de voorbije tijd, we hebben getoast en dure eden gezworen, we keken in de familie-albums, we probeerden de geliefde doden weer voor de geest te halen, uitroepen als “weet je nog,” en “ja, dat heeft zij toen gezegd, werkelijk waar,” waren niet van de lucht.

Nu zijn de gasten weg en ook wij staan klaar om te vertrekken.
De stilte met op de achtergrond het verre geluid van voorbijrijdende auto’ s, is nieuw in dit drukke buitenhuis.

Je vindt nog enkele sporen van de voorbije vakantiedagen: een tekening, knutselwerkjes, een stok meegebracht van een boswandeling, verdroogde bloemen.

Jij kent de suizende stilte, lieve vriend.
Ik weet dat je van de eenzaamheid houdt, maar telkens als ik enkele dagen bij vrienden of familie heb geleefd, valt het mij zwaar om weer aan die stilte te wennen.
De stilte waarin je met jezelf gaat praten, of de stilte waarin de dingen aan het woord komen: mama’ s foto, vaders stoel, de porseleinen kopjes uit oma’s erfenis, de schaal waarin ze Jidde Fisch klaarmaakte.

Dichtbij nog de stemmen van de voorbije dagen, de verschillende tonaliteiten van ouderen en jongeren, mannen en vrouwen. Het gelach aan tafel als we enkele glaasjes hebben gedronken.
Heel anders de melodie van avondstemmen op het buitenbalkon: met de geur van sigaren en cognac, in diezelfde gezalfde brandoffers zijn de harde stemmen van de dag verzacht tot melodieën met veel plaats voor lange stiltes waarin we naar de sterren keken of met onze gedachten bij de voorouders waren.

We moeten de deur maar dichttrekken, de sleutel omdraaien en er gaat een zucht van verlichting door de geesten en de dingen die we in de leegte achterlaten.
Zij hebben een andere kleur, doorzichtiger, hun geluiden bezitten niet de ritmes en tonaliteiten die wij kennen, ze zijn zoals het prachtige glas: ze vangen het licht zonder zelf zichtbaarder te worden, ze verhevigen de warmte of beschermen ons tegen de banale koude waarmee de mensen elkaar pijnigen.

Als kind kon ik een kamer afsluiten en aan de deur blijven staan. Ik zette enkele stappen ter plaatse, ook de geesten en de dingen moeten om de tuin worden geleid, en hield me dan roerloos stil.
Ik wist dat ze hun tijd namen nu ze tijdloos waren geworden. Alleen de werkelijke geduldigen zouden ooit hun bewegingen kunnen waarnemen.

Je zou het nu, als volwassene, oorsuizen kunnen noemen, iets waaraan doof wordende oudere mensen gaan lijden, maar ik hoorde als kind hun gezangen in de achterkamers van mijn hoofd.
Hun woorden waren in opgestapelde gedachtenpakketjes verpakt: ze praatten in lange samengestelde zinnen die je uit zo’n wollige bol (ik zie mijn moeder met haar haakwerk) ontrafelen moest.
Het was niet zo moeilijk want je kende al het geheel en hun zinnen waren eerder bewijzen voor wat je al wist dan aanwijzingen die een boodschap zouden bevatten.

Hun biotoop is de menselijke afwezigheid.
De meeste mensen kunnen daar niet tegenop.
Ze willen iets of iemand horen, ze willen tekens van leven terwijl het leven nergens levendiger is dan in de afwezigheid.
Daarom nemen zo weinig mensen hen waar.

Vergis je niet, ook de afwezigheid heeft zijn gevaarlijke kanten.
Wie haar onderschat zal verdwalen in zijn herinneringen omdat hij het niets met het verleden wil vullen met alle bitterheid en melancholie tot gevolg.
De afwezigheid is niet alleen vervuld van het voorbije, je mag de doden niet tot deze hongerige vergetelheid klasseren. Beelden geven inderdaad aanleiding tot deze vergissing omdat zij de tijd fixeerden en de band tussen gisteren en morgen hebben doorgeknipt.

De echte leegte is een kostbare schat.
In de afwezigheid blijven de condensaties van het goede en het kwade achter maar er is nog plaats genoeg voor de inzichten en conclusies, voor het onverwachte en het wondere, kortom: voor het alles wat ons weer heel moet maken nu wij blijkbaar ons verlaten voelen in de stilte die na elk afscheid als een loden deken ook ons denken kan verlammen.

Wij worden telkens in stukken gebroken wanneer geliefden en vrienden hun levensweg zonder ons verder zetten, en wie alleen op de nagelaten brokstukken herinnering moet leven zal aan magerzucht ten onder gaan.

Uit het donkere van de tijd wandelen we even in het licht maar voor we dat beseffen worden de schaduwen langer en is ons spel gespeeld.
Althans het spel in het zichtbare licht: wie wij al waren en wat wij zullen zijn in de dispersie van de levensvormen zal in de suizende stilte van de afwezigheid een aanvang nemen.

De huizen zijn leeg, of de kinderen nog fietsen of intussen opa en oma geworden zijn is niet uit het beeld af te leiden.
Maar deze avond, of morgenavond, of volgende maand, jaar, eeuw, gaan de lichten weer aan als het donker wordt.
En moeders roepen: komen eten op de fietsende kinderen, en in de stilte van de nacht kussen wij niet alleen de levenden maar omhelzen wij zij die lang voor ons geroepen hebben en al degenen die na ons de fietsjes berijden zullen.


de foto is van Markeringk Cary, Nederland, “de Rozenstraat”


de afwezigheid (1) (320)

069_f59eccea18ae315c25365ee9563adf9f

“Art is not arbitrary. A fine painting is not there by accident; it is not arrived at by chance. We are sensitive to tonalities.

The smallest modification of tonality affects structure. Some things have to be rather large, but elegance is the presentation of things in their minimum dimensions

Frederick Sommer
General Aesthetics, 1979

Aan het woord is Frederick Sommer wiens werk, tekeningen, collages en foto’s in het Getty nog tot overmorgen worden tentoongesteld naar aanleiding van een centenial want de goede man werd in 1905 geboren en verbleef tot 1999 op deze bol.

Oorspronkelijk was hij opgeleid als een Italiaans landschapsarchitect maar in 1925 week hij uit naar de States en vanaf 1930 hield hij zich ernstig bezig met fotografie.

Connecties zichtbaar maken tussen de altijd wisselende vormen is een van zijn betrachtingen.
“to “teach people that imagination is the finest order.” zegt hij het met zijn eigen woorden.

Ik stuur je hierbij het portret van zijn vriend Max Ernst, kunstenaar en vrijwel gebuur van Frederick Sommer.
Nu kun je met layers van photoshop aan de slag, maar in 1946 was dit aardig secuur werk: 2 negatieven over elkaar plakken zodat de vormen van de stenen muur achter hem net aan de uitsparingen voor de ogen van Ernst plaats bieden.
Max Ernst noemde dit “mijn definitief portret”.
Als surrealist wist hij dergelijke “tonalities” te smaken.

Ik onthou mij van interpretatie, maar de stenen muur heeft duidelijk de mens van vlees en bloed ingepalmd.

Je kunt aan Pompeii of Herculaneum denken, of recenter aan New Orléans, maar net zo goed kun je allerlei verstenende metaforen gebruiken, van de Medusa kop die elk schepsel laat verstenen tot de herinnering die we nog in stenen proberen vast te houden.

Het beeld als bewijs van onze definitieve afwezigheid.