John Singer Sargent (2) (340)

649_7091a108039bca41a11f3bae22530b51

Zijn ouders waren dokter Fitzwilliam Sargent en Mary Newbold Singer Sargent, op vakantie in Europa na de dood van hun eerste kind.
Mary wilde lichamelijk en geestelijk herstellen van de klap en Dr. Sargent volgde haar en nam verlof in het Wills hospitaal te Philadelphia waar hij als veel belovend chirurg werkzaam was.
Hij was vast van plan terug te keren naar de States na de succesvolle genezing van zijn vrouw toen Mary weer zwanger werd en John geboren werd op 12 januari 1856.

De familie besloot de zomer in Genève door te brengen en de winter in Rome te verblijven waar Mary zwanger werd van Emily die in 1857 in Rome werd geboren.
Dokter Sargent besloot zich terug te trekken als chirurg van het Wills hospitaal.
Hij was toen 37.
De lente en de zomer brachten ze in Wenen door.

Dit zwervende bestaan (in 58-59 verbleven ze in Zwitserland, daarna terug naar Rome) zorgde ervoor dat de kleine John Sargent als vanzelf zich een aantal Europese talen eigen maakte en zonder enig accent kon spreken.

In de verschillende mondaine Europese steden leefden groepen welstellende Amerikanen, vooral in Nice waar de overwinningen van de geconfedereerden uitbundig gevierd werden. (in de States woedde de burgeroorlog!)
Ik stuur je een fotootje van John, elf jaar en zijn zusje Emily.Het is genomen in het jaar 1867, het jaar dat Karl Marx zijn Manifest schreef en Strauss de Blauwe Donau componeerde.


John Singer Sargent (1) (339)

021_9c50aa90c93a25787e25b4a622a02299

Namen kunnen uit het niets opduiken.
Laten we eerlijk zijn, meestal is dat “niets” ons tekort aan kennis.

Vaak ontmoet je namen omdat je bezig bent met het zoeken naar de omkadering van een mooi antiek item en je de tijd waarin het ontstaan is wilt exploreren.
Of je komt op kruispunten waar je al geweest bent, je ontmoet dezelfde ruimtes, maar de tijd is honderd jaar terug of vooruit gelopen, of je maakt kennis met de vrienden of vijanden van je vroeger personage.

Dit wordt een lang verhaal omdat het niet alleen een leven van 69 jaar omvat, maar tegelijkertijd het verhaal van een man is die van kindsbeen af niet heeft stil gezeten en wiens familie voortdurend van standplaats veranderde.

Laten we niet te chronologisch werken, daar bestaan ander bronnen voor.
Een mooie uitspraak om te beginnen:

“ « La peinture n’est pas un art d’imitation, elle est un art d’interprétation. C’est la sensation qu’on éprouve des choses qu’il faut rendre et non les choses exactement. Dire le plus possible avec le moins possible, c’est-à-dire chercher ce qui caractérise et ne donner que cela. En art, tout ce qui n’est pas indispensable est nuisible ».

Dat is al een mooi standpunt.
Het zijn woorden van de leermeester.
Hij heette voluit Charles Auguste Emile Durand, maar kortte zijn eigen naam af tot Carolus Duran.
Hij kwam uit Lille (Rijsel) studeerde daarna in Parijs en wordt een van de voornaamste “society painters” van de 19de eeuw genoemd.

In 1884 schilderde hij een portretje van zijn eigen zoon dat ik je hierbij opstuur.

En tien jaar eerder stapte er een man het atelier van meester Duran binnen vergezeld van zijn 18 jarige zoon en een pak tekeningen.
Een student uit het atelier, later de vriend van mijn hoofdpersoon beschrijft die eerste ontmoeting:

“It was on a Tuesday or Friday, the days when Carolus came to criticize our work, in the spring of 1874, at the old studio on the Boulevard du Mont-Parnasse. I had a place near the door, and when I heard a knock I turned to open it. There stood a gray-haired gentleman, accompanied by a tall, rather lank youth, who carried a portfolio under his arm, and I guessed that he must be a coming nouveau.
The gentleman addressed me politely in French, and I replied in the same language, but with less fluency, for I had not been long in Paris myself, telling him that the “patron” was in the studio at the moment, and asking him if they would wait.
He evidently saw that I was a fellow countryman, for he then spoke in English, and we held a short conversation in subdued tones; for the school etiquette of course forbade talking while the patron was within the walls.
At any other time the visitors might have had a more demonstrative reception. Carolus soon finished his criticism, and I presented my compatriots. Sargent’s father explained that he had brought his son to the studio that he might become a pupil; the portfolio was laid on the floor, and the drawings were spread out. We all crowded about to look, and Carolus spoke favorably. He told the young artist that he might enter his class, and when he had departed we all crowded about again to look more closely at the drawings. We were astonished at the cleverness shown in the water-color and pencil work, and his début was considered a most promising one. He made rapid progress from the day he entered the school, and gradually rose to perfection in academic study.

Voilà zijn naam is genoemd, John Singer Sargent.


de regenboog van de dood (338)

3485101679

Nu ik via Ghana verder reis stuur ik je een foto van deze mooie “abusua kuruwa”, een mooi woord voor “familie-pot”.
De Asante volkeren bewaren deze keramiek vazen in speciale kamers of op begraafplaatsen.
Ze bewaren er haar- en nagelsnippers van de overledenen in, of ze dienen voor offerwater of andere giften die als offer dienen.

Een speciale versie van deze familie-pot is de “abebudie”, of spreuken-pot, die mooi gedecoreerd is met allerlei verwijzende details.
Hier maken de motieven spreuken rondom de dood zichtbaar.
Kijk naar de slang (een python) die de nek van de pot omcirkelt.
“De regenboog van de dood omcirkelt iedereens nek”, is de spreuk die het onvermijdelijke zichtbaar maakt.

Andere motieven beelden een spelbord uit en een bijl, zaken die de overledene kan gebruiken tijdens de veertig dagen dat hij onderweg is naar het hiernamaals.
Een cacao peul en een opgeplakte zakhorloge wijzen erop dat de overledene een succesvol landbouwer was.

De nabijheid van het “andere” leven is ons in het Westen vreemd.
Wij hebben de dood verbannen.
Als ik de foto’s van mijn ouders en overleden vrienden uitstal op mijn reiskoffer, begrijpen de Afrikanen mij onmiddellijk.
Wel zijn ze verbaasd dat ze niet eerder blanke mensen hebben ontmoet die hun voorouders meenemen.
We vertellen elkaar verhalen over hun levens en via de doden worden wij als persoon duidelijker, want we blijven bij elkaar horen.

En de kinderen lopen voor ons uit.


het zoeken (337)

635_a37a1a1e7aea1397cf17e59d36b73fad

De tegenstelling kan niet groter zijn, jij in de woestijn, ik hier in de antiekwinkel, en als we dan zouden bidden laten we dan woorden prevelen tot Amun, het wezen dat gezocht moet worden en zich de onvindbare noemt.

Het blijft natuurlijk een mooi beeld: de zoekende die weet dat hij niet zal vinden maar desondanks zijn zoektocht verder zet.
Is hij gek?
Vertoont hij obsessief gedrag?
Hoort hij bij de wanhoopcollectioneurs?
Of is hij iemand waarvoor de zoektocht belangrijker is dan het uiteindelijke vinden?

Ik denk dat we het mysterie van het zoeken vrijwel vergeten zijn.
Ik heb klanten die een vaas of zilveren theepot willen van die of maker of uit die of die tijd.
Als ik hen voorstel enkele dagen of weken te zoeken naar hun gewenst item dan kunnen weinigen het geduld opbrengen om op de uitkomst van mijn zoektocht te wachten.

Wij willen onmiddellijk vinden.
Daardoor schakelen we het mysterie van het zoeken uit, verklaren we het voor dood.
De zoektocht naar een eenvoudig zilverpatroon , ik noem maar “morning glory” van Alvin bijvoorbeeld is een vrij eenvoudige zaak, maar ook daar moet je al het nodige geduld en vooral tijd opbrengen om terug te keren van valse sporen, om contacten te leggen, te wachten op foto’ s, te onderhandelen en uiteindelijk met lege handen een volgende tocht te organiseren.

Anderen willen zoeken naar zichzelf.
Alsof ze zo belangrijk zijn.
Ik denk dat je juist in het niet -ik de rijkste ontdekkingen kunt doen. Of dat voorwerpen of mensen zijn, maakt niet uit, maar de glimlach om het zgn. “ken jezelf” ligt mij wel.
Het is, in de Westerse wereld, een typische overschatting van het ik die aan de grondslag ligt van deze spreuk.

Daarom keer ik terug naar Dick Ket en stuur ik je zijn stilleven met eieren (1935).
Kousbroek noemde zijn kunst de Hollandse Zen.
De eieren liggen op enkele vergeelde papieren, een (veel gebruikte) reklame-affiche.
Sommigen zijn gebroken.
Hun rondingen steken schril af tegen het platte van het papier.
Moet er iet s ingepakt worden, of is er iets uitgepakt?
De kleuren en schaduwen wijzen naar verval, breekbaarheid.
En toch is het ei het symbool van het nieuwe leven, de vorm waaruit Eros zal komen om licht in de donkerte te brengen, net zoals Re Amun zichtbaar maakt voor ons stervelingen.

We hebben niet veel keus: of we gaan langs de weg zitten wachten op Godot of we zoeken verder, wanhoop in de rugzak, lood in de schoenen, en zoals Dick Ket zullen we verwonderd zijn hoeveel sporen dichtbij ons arme zelf zichtbaar worden als we leren kijken.

Hoor je hoe ik mezelf probeer te troosten?
Hier is de herfst zichtbaar geworden.
We verlaten de tuinen en maken het huis weer winterklaar.


amun (336)

405_bb66aaa4588b18b3e3bf77325bf453a1

Bij een vuurtje in de woestijnnacht kwam zijn naam ter sprake: Amun.
Hij was een van de voornaamste maar tegelijkertijd meest geheimzinnige van de Egyptische goden.
In mijn tocht naar de onzichtbaarheid, is hij een goede gezel want in feite betekent zijn naam: de onvindbare, de onzichtbare.
Ik bespaar je de politieke geschiedenis van de uitbuiting van zijn naam, ze loopt identiek in alle gods- en erediensten, maar de idee dat een onzichtbare godheid de voornaamste godheid werd, duidt nog maar eens op het hoge gehalte van de Egyptische beschaving.

Hij was er al voor de mensen er waren.
Met hem begon de tijd.
In talrijke hymnes wordt zijn aanwezigheid bezongen.
Ik heb het altijd gehad voor het moeilijk vindbare, voor de onzichtbare kant van de dingen en mensen.

Een van de professoren bracht Amuns naam in verband met het Libische woord “amon” wat “water” betekent, en je weet hoe belangrijk het water was voor de bewoners van de Nijloevers.

In zijn zichtbare vorm, beschenen door de zon dus (Re, in het oud Egyptisch) werd hij dan Amon Re.
Ook dat is een mooi idee: de zon die de goddelijkheid zichtbaar maakt, de epifanie.
Het idee sluit aan bij de mooie woorden die jij over het late zomerlicht schreef.

Amun wordt afgebeeld met twee grote pluimen op zijn hoofd.
Hebben ze iets te maken met de vlucht van de vogels, de macht om je boven de aarde te verheffen, om onzichtbaar te worden?

Als het hier morgen wordt en de woestijn zich in al zijn overdonderende eenvoud voor je uitspreidt, begrijp je dat de essentie van de schoonheid inderdaad onzichtbaar is voor woorden.
Onzichtbaar maar alomtegenwoordig.


aan zichzelf gebonden (335)

395_31b22f061b3c2f951fbf50c36c952478

Aan zichzelf gebonden

Een wonderlijk zelfportret is dit, het portret van Dick Ket en zijn vader.
Dick Ket, op de voorgrond is slechts 37 geworden. (1902-1940)
Ik denk niet dat hij, na 1930, zijn geboortedorp Bennekom nog heeft verlaten, zelfs verder dan het tuinhek durfde hij niet.
Hij had een zwakke gezondheid, een ongeneeslijk hartlijden en een pleinvrees zoals dat nu heet, zodat hij aan het ouderlijke huis gebonden bleef.

Zijn vader op de achtergrond wordt met een fles afgebeeld, de man was apothekers-assistent, terwijl de randen van een opgespannen schilderdoek achter Dick op zijn beroep wijzen: kunstenaar.

Dit portret in houtskool en zwart krijt aangevuld met penseel maakte hij twee jaar voor zijn dood.
Landschappen en zelfportretten, werken waarvoor hij het huis niet uit moest, vormen de kern van zijn werk.
Ook de figuur van zijn vader duikt geregeld op terwijl zijn moeder, met wie hij een verstoorde relatie had, afwezig blijft in zijn werk.

Hijzelf gaf allerlei diepere betekenissen aan zijn werk, betekenissen die vaak voor ons niet uit het werk zijn af te lezen.

Hij blijft met de buitenwereld verbonden door briefwisseling.
Zo schrijft hij aan een vriendin:

“Schildersdrift vergt fysieke inspanning, daartoe ben ik niet in staat, moet me dus schikken en dit suggereert (omdat het natuurlijk in het werk merkbaar is) weinig schilder, meer tekenaar, maar in werkelijkheid is het niet zo”.

Door het gebruik van lijnolie en allerlei nieuwe bindmiddelen zijn sommige werken nu na 50 jaar nog altijd niet droog.

In 2002 was er een overzichtstentoonstelling van zijn werk onder de onhollandse naam: “de martelaar van het marterhaar”.

In de late zomer, in de winkeltuin, voel ik me heel dicht bij de wereld van Ket.
Mocht ik kunnen schilderen dan zou ik nu de bijen schilderen die het druk hebben op de late bloesems van de hedera.
Ik werk in de beslotenheid van mijn eigen atelier, koester de schoonheid van de dingen die mij omringen.
Het licht is van een uitzonderlijke zachtheid, beste Theodore.
Het septemberlicht als zelfportret.
Want de dagen korten voelbaar


de gebroken kruik (slot) (334)

184_64bea7d792a762d5f372d0fb099e7375

Heel modieus (hij werkte vaak voor toenmalige modebladen!) maar tegelijkertijd met veel inlevingsvermorgen geschilderd, dit portret van een jonge vrouw.
En of dit ook nog naar Diderots’ smaak was, betwijfel ik.

Ik reis van Parijs naar het Oosten.

Je Theodore

de gebroken kruik (4) (333)

182_32ce6cf207a45614c952a896aabcbd67

Tekening met houtskool en krijt, dit gezicht van de oude man.
Ook van dezelfde Greuze.

En net zoals het portret van de jonge vrouw hierboven moet je bekennen dat je telkens weer nabouwt wat de handboeken je hebben geleerd zonder op persoonlijke ontdekkingstocht te gaan.

Pas mal pour une mauvaise tête.


de gebroken kruik (3) (332)

172_6bf3d8fca77996786011b0ce9ca1d27a

Maar anderzijds kon deze mauvaise tête prachtig tekenen, kijk maar naar dit schetsje van de moeder en haar kinderen.

Niets zoeterigs meer, geen sentiment, gewoon de beslommeringen van een vrouw met (te) veel kinderen.

Of…vel je oordeel niet te vlug, steeds weer ontdek je andere kanten en moet je herzien wat je werd ingestampt.

Een eerbare daad overigens.


de gebroken kruik (2)(331)

401_6189c1d3c18df56447c6c00dabee625c

Dat binnenbrengen van “moraal” is altijd ten zeerste samengegaan met een overvloedige dosis sentiment.
Als je naar dit beroemde werk de “gebroken kruik” kijkt, dan liggen allerlei interpretaties voor de hand, maar je kunt een bonbonnière -touch niet ontkennen.
Volgens de codes van die tijd ging de gebroken kruik door als uitbeelding van “het verlies van de maagdelijkheid”, en dat ze ze kwijt is daarvoor moet die ene ontblote borst dan ook borg staan.

Al tijdens Greuze’ s leven werden talrijke gravures en litho’s gemaakt van zijn schilderijen.
Niet zozeer vanwege hun hoog gehalte aan burgerlijke deugd, maar zeker omdat ze telkens weer dat erotische verzoenden met een diepe zucht naar (zelf)medelijden.
Ook nu doen wenende zigeunertjes en betraande schoorsteenvegertjes het nog altijd goed in de kitch-industrie.
Je kunt daar lacherig over doen, maar het grote succes ervan duidt op een zekere nood aan “algemeen verdriet” of “collectief medelijden”.
Als je zou nagaan waar dan de oorzaak van dat verdriet ligt, dan kom je niet bij het meelevende maar bij de eigen nood uit, vermoed ik.
iedereen van ons voelt zich wel eens zo’n verlaten zigeunerkind, of een achtergelaten assepoestertje.
Verdriet is in kern zeer egoïstisch.
Wij wenen niet om degene die wij missen maar om ons eigen gemis.
Dat is een burgerlijke kentrek die Greuze zeker duidelijk maakte in zijn taferelen van meisjes die om een gestorven kanarie wenen, of kinderhoofdjes vol tranen die om hun mama smeken.

Of de gebroken kruik ook met zijn eigen huwelijksleven had te maken is een open vraag. Maar zijn Babuti maakte hem het leven tot een hel, aangevuld met zijn eigen arrogantie zodat Diderot moest toegeven:

“’C’est un excellent artiste, mais une bien mauvaise tête’.”

Vanuit Père Lachaise ga ik even langs het Louvre om het mooie meisje te begroeten.


de gebroken kruik (1) (330)

367_e990730e5e7c3862fd96931e93a4e472

Je zei me dat je nog een lithografie had gekocht naar het werk van Jean Baptiste Greuze, Frans schilder die leefde van 1725-1805. En dat is dit jaar 200 jaar geleden!

Nu ik weer even in Parijs ben liep ik langs Père Lachaise en vond ik tot mijn verbazing na enig kuieren zijn graf.
Laten we dus maar beginnen met het einde.

Hier rust hij.
Met het meest succesvolle werk dat hij maakte als bronzen beeld: de gebroken kruik.
Ook het werk waar naar jouw litho is gemaakt, heeft hetzelfde thema.
Boze tongen beweren wel eens dat het zijn vrouw zou zijn die hem tot dit thema inspireerde want Anne Gabrielle Babuti met wie hij sinds 1759 getrouwd was, kon best als “moeilijk” mens voor scherven zorgen.

Hijzelf was ook geen schaapje.
Toen zijn werk “Keizer Severus die zijn zoon Caracalla verstoot” met een vertraging van acht jaar door de kunstacademie werd geweigerd en hij de titel historisch schilder misliep (hij mocht zich een soort tweederangs-functie aanmeten: genreschilder) was hij zo boos dat hij nooit meer tentoonstelde op de jaarlijkse salons maar dat je zijn werk alleen in zijn Louvre-atelier kon gaan bekijken.

Nu zou je vermoeden dat een dergelijk temperament revolutionaire taferelen zou borstelen. Maar niets is minder waar. Integendeel!
Diderot zei over Greuze:

“ ‘c’est la peinture morale . . le pinceau n’a-t-il pas été assez et trop longtemps consacré à la débauche et au vice? Ne devons-nous pas être satisfait de le voir concourir enfin avec la poésie dramatique à nous toucher, à nous instruire, à nous corriger et à nous inviter à la vertu?’

Dat soort puritanisme dat ook weer in onze dagen opgeld maakt, snijdt natuurlijk langs twee kanten.
De ene kant wil per sé de deugd bij de burger binnenbrengen, maar om dat te kunnen moet je dus ook het leven van die burger schilderen, zijn doen en laten duidelijk maken, en dat was duidelijk een stap verder.
Jean Ehrard, die een tekst schreef voor dit bicentenaire zegt het zo:

“Car Greuze est important, en second lieu, par la visée morale de son art : entendons par là non l’intention directement édifiante qui encombre trop souvent ses toiles, l’ambition, exaltée par Diderot en 1763 devant La Piété filiale, de faire de la morale en peinture, mais la promotion esthétique que son œuvre assure aux valeurs bourgeoises et familiales. Ce n’est pas un hasard si Greuze est le contemporain non seulement de Diderot (« C’est vraiment là mon homme que ce Greuze », proclame encore en 1763 l’inventeur du drame bourgeois), mais aussi de Sedaine et de ce Toussaint dont le livre Les Mœurs fit scandale en 1748, notamment parce que l’auteur s’y étonnait de ce que l’Église romaine canonisât depuis toujours « des squelettes anonymes » plutôt que des pères de famille vertueux…”

Met andere woorden, je voelt het belang toenemen van “de burger”, de Franse revolutie hangt in de lucht.
“Greuze a l’ audace d’ elever la peinture de genre au rang de la grande peinture d’ histoire: c’ est pas encore la Révolution, c ‘est déjà une revolution”

Aldus dezelfde Jean Ehrard.

Maar de kruik is gebroken, en of die scherven geluk hebben gebracht laat ik je in een volgende aflevering zelf bekijken.


het oog in de hand (329)

382_6ffb33b1d3c6a7f42facc1c50717c971

Toen ik toevallig “La grande Illussion” van Jean Renoir in een of ander filmmuseum had gezien, wist ik het weer: het is het oog dat telt, het oog in de hand.

Of het nu een fototoestel of camera, of een doek of klei is, het oog in de hand, en daarmee bedoel ik niet alleen de onafhankelijkheid van het hoofd, maar ook de wendbaarheid, het mogelijk maken van alle mogelijke perspectieven.

Dus liet ik, het oog in de hand, de tijd terugspoelen en kwam ik via Jean weer bij pa Renoir terecht, Pierre-August, de bekende schilder.

Een aantal Renoirs zijn door de Russen “meegenomen” uit Duitsland na de tweede oorlog, dus moet je in de Hermitage zijn om ze in al hun pracht te zien schitteren.

Verhuizen we dus van de Engelse tuin met kippenhok naar de Franse tuin, van garden naar jardin.
je voelt het al aan de klank, een Franse tuin heeft iets frivools, en ik beperk me dan tot de huis-en keukentuinen om het niet over Le Nôtre en andere fraaie hofmodelleerders te moeten hebben.

De prent is duidelijk: tuin en koppel zijn in gelijke mate aanwezig.
Meer zelfs: de beweging van de grote groene struik valt stil in de gestalte van het meisje dat ons schijnt aan te kijken, maar toch niemand ziet. Ze kijkt naar binnen. Ze worstelt met de woorden van de geliefde, ze wacht tot hij is uitgesproken.

Renoir gebruikte voor dergelijke doeken de vrouw die hem op dat moment bezig hield en zorgde voor een soort stand-in voor zichzelf.
Hier is de man een andere schilder, Henri Laurent die hij bij Aline Charigot heeft gezet, zijn geliefde en later zijn vrouw.
Waarschijnlijk heeft hij haar niet naar model maar uit de herinnering geschilderd.

Schilderen met een verlangen in je hoofd, je collega neerpoten en naast hem de gedroomde geliefde oproepen. Jean Renoir had het van geen vreemden.


aanwezigheid (328)

002_cef7236fe1435ca641f9bc6ad96277bf

Er moet iets menselijks gaande zijn in zijn landschappen.
Ze zijn niet idyllisch, ze hebben zacht grijze ondertonen en de tonaliteiten van lichtblauw en zacht groen overheersen bijna in al zijn werken.

Hier zie je een zicht vanuit zijn Colt-studio.
Het poortje, de achterkant van een kippenhok, het weggetje naar het huis op de achtergrond, ze brengen de kijker binnen in het landschap.
Ik hou van zijn bomen.
En de levende bewegende luchten.
Ze werken op elkaar in, ze zorgen voor het momentele dat echter in je geheugen wordt gebrand.

Al wisselen de wolken, al zullen de laatste blaadjes ook weldra van de takken gerukt worden, je hoort bij het landschap, en vanuit het atelier stuur je het de wereld in.
Schilder inbegrepen.


een lichte spot op de lippen (327)

942_c4d5571220eadd54cfa2ae2f1c3d608b

Hij werkte meestal in de vrije natuur, maar als het te koud en winderig werd in Pangbourne, Essex, dan trok hij zich terug in zijn “little Colt studio” in de tuin.
Daarover zegt hij zelf:

‘When I entered it for the first time I hated it so much that I knocked it about, and messed it up to get it more in sympathy with my feelings for painting in odd corners, or bedrooms, indoors. The fact is I am no “studio” artist and never have been, a hang-over from Cookham days.’

Ik stuur je zijn zelfportret.
Gilbert Spencer (1892-1979) broer van de andere kunstschilder Stanley.
Geboren in Cookham, Berkshire.

Hij schilderde de landschappen van de Zuid Engelse gewesten zoals Berkshire, Oxfordshire en Dorset.
Het kan er koud en winderig zijn.
Maar de doorzichtigheid is groot, en in de zomer zijn de kleuren er helder tegen de grijze ondergrond.

Spencer, Gilbert, 1892-1979; Oxfordshire Landscape

Toen ik dit zelfportret zag in de Royal Academie of Arts in Londen had de man dadelijk mijn sympathie.
Belangrijker dan hijzelf zelf is het schilderspallet, zijn werk.
Hij is in zijn werkjas gepantserd tegen elke inkijk in zijn eigen leven, en zijn “Colt” studio waarin zijn doek staat doet eerder aan een kloostercel denken.

Zijn blik waarmee hij naar zichzelf kijkt, is koel, een lichte spot zelfs op zijn lippen.


merkwaardig en indrukwekkend (2) (326)

980_058fffd4c88d8540c7f9667a1ddffd93

Ja hoor, in feite was SOL een soort tafelfonteintje.
In het beeldje zitten buisjes zodat water uit de zon bovenaan komt, en tevens uit de leeuwenbek.
Zo zie je dat toegepaste kunst ook van alle tijden is.

Maar nu het zelfportret van de beeldhouwer.
Het is in terracotta gemaakt, bijna half zo groot als de werkelijkheid.
Hij draait zijn hoofd, naar voorbeeld van de klassieke beeldhouwkunst.
Hij is hier 45 jaar, op het toppunt van zijn roem, werkzaam aan het hof bij Maximiliaan II.

Rijke stadsgenoten konden bij hem een dergelijk portret bestellen.
Deze combinatie van terracotta en schilderwerk was erg nieuw, merk-waardig dus, maar tegelijkertijd indruk-wekkend.

Hij maakt zichzelf als mens zichtbaar, zonder pracht en praal, naakt.
Voor ons staat een mens van vlees en bloed in al zijn kwetsbaarheid.
Het beeld stelt geen vragen, vertelt geen verhaal, het is een aanwezigheid.

Indruk-wekkend, in de mooiste zin van het woord.