notebook2

Na studie van het nieuwe en antieke, van Griekse en Duitse stelsels,
Na studie en verklaring van Kant, van Fichte en Schelling en Hegel,
De traditie van Plato bekeken, en Socrates groter dan Plato,
En groter dan Socrates gezocht en bekeken, de goddelijke Christus lang bestudeerd,
Zie ik in het heden herinneringen aan die Griekse en Duitse stelsels,
Zie ik in al die filosofieën, in de christelijke kerken en leerstellingen, zie ik,
Toch zie ik onder Socrates duidelijk en zie ik onder Christus de goddelijke,
De liefde van de mens voor zijn makker, de aantrekking van vriend tot vriend,
En van de keurig getrouwde man en vrouw, van kinderen en ouders,
Van stad voor stad en van land tot land.

Dit fragment uit zijn gedicht ‘The Base of All Metaphysics’ zet de toon.
Net zoals Mahler die alle boeken doorzocht, de bijbel bestudeerde om ‘het verlossende woord’ te vinden, komt Whitman tot de bedenking dat hij de woorden van liefde zelf moet bedenken.

Belangrijk bij een filosofische of godsdienstige leer is niet het gezag van de bron ervan, maar de kwaliteit van de liefde die de inhoud van de leer is, zegt Nussbaum treffend.

Een besluit zou kunnen zijn dat het enige echt belangrijke de liefde van mensen is en je eigen vermogen om die liefde te uiten en te beleven.

Hij gaat dus aan de slag om zijn eigen tegenstelsel van liefde te scheppen waarin tot uiting zal komen wat hij als werkelijke grondslag van de godsdienstige metafysica beschouwt.

Hij treedt in de voetsporen van de kosmologische geschriften van Grieken en de christelijke filosofie en probeert een democratische tegenkosmos te scheppen waarin de hiërarchie van zielen is vervangen door het democratisch lichaam van de Verenigde Staten, dat hij het grootste gedicht noemt.

Walt Whitman, een kosmos, zoon van Manhattan,
(…)Geen sentimentalist, geen verheffer boven mannen en vrouwen, niet afgescheiden van hen,
In mij neemt de streler van leven waar ik ook ga, achterwaarts en voorwaarts kerend,
Afbuigend naar plaatsen opzij en lager gelegen, niets en niemand missend,
Alles in zich op voor mijzelf en dit lied.

Dit wordt dus de tegenkosmos: het eindige sterfelijke individu, democratisch burger, gelijk aan en met anderen, die de wereld in zichzelf bevat dankzij zijn levendige verbeeldingskracht en zijn meelevende liefde.

Ook de poëzie is democratisch door haar vrijheid van vorm en regel, door woorden op te nemen die men als ongepast zou benoemen als men het heeft over ‘de waardigheid’ van de literatuur.

Hij kijkt ook niet neer op de religieuze bronnen van liefde.
‘Ik veracht jullie priesters niet, schrijft de dichter.
Het geloof van de dichter is het grootste geloof en het kleinste geloof.

De godsdienst is zijn aanspraak op gezag kwijtgeraakt, dus wil de dichter filosofie en godsdienst opnieuw onderzoeken.
Je zult niet langer dingen uit de tweede of derde hand aannemen, vertelt hij de lezer, en evenmin zul je kijken door de ogen van doden of je voeden met spoken uit boeken.
En om zichzelf te relativeren en zich niet op te werpen als een nieuw pseudo-religieus gezag vertelt hij dadelijk:

Evenmin zul je door mijn ogen kijken, of dingen van me aannemen,
Je luistert naar alle partijen en zeeft ze dan uit in je ziel.’

Een ander belangrijk punt is dat religie niet langer een transcendentie van onze sterfelijke toestand moet beloven.
God wordt voorgesteld als iets wat in de wereld en de energie die daarin besloten ligt, en in een bepaalde passage zelfs als een erotische partner van de dichter’.

Er is alleen maar leven dat zich vernieuwt, en de enige continuïteit is voor de mens de continuïteit van de natuur en de menselijke beschaving.

En tenslotte bevestigt de poëzie het lichaam en de seksualiteit daarvan als geen van de andere besproken vormen van liefde.
Seks is een belangrijk kenmerk in de tegenkosmologie van Whitman.

En Nussbaum legt de vinger op de wonde:

Volgens mij is een van de grote vragen die zijn poëzie opwerpt, een van de hardnekkige struikelblokken voor een goed begrip en volledige acceptatie, nog steeds waarom dit thema zo centraal staat.
Waarom denkt Whitman dat een nieuwe houding tegenover seks en het lichaam een rol speelt bij het oplossen van de problemen met hiërarchie en rassenhaat?’

We zullen in een volgende bijdrage het antwoord niet uit de weg gaan.