HET UITGEBLUSTE KIND (2)

theater

Het is in dit theater dat in 1906, vijftien jaar na het ontstaan ervan, de premiere plaatsvindt van Frank Wedekinds stuk ‘Frühlingserwachen’.

Frank Wedekind schreef het in 1890-91 en het bleef in de lade liggen tot 1906 toen het onder leiding van Max Reinhardt in Das Deutsches Theater zijn oeropvoering kreeg.
Belangrijk is het bijschrift: Eine Kindertragödie, een kindertragedie.
De hoofdpersonen immers waren tussen 14-16 jaar oud, en dat gold zeker in 1890 nog als behorend tot de kinderschare, al zal de uitdrukking ‘Kindertragödie’ wel tot de shok hebben bijgedragen.

fruhlingserwachen

Tekst en uitleg kan de lezer vinden op het internet, maar samengevat is het stuk een regelrechte aanklacht tegen de burgelijke pruderie die omtrent seksualiteit blijkbaar nog altijd geldt als ik tot mijn stomme verbazing de tepelplakkertjes van de Borgloonse burgervader op een kunstwerk zag toegepast.

In het stuk wordt er een abortus gepleegd, en een zelfmoord, en het zou al te makkelijk zijn dit op de puber-tijd af te wentelen, want de personages zijn blijkbaar zo van vlees en bloed dat het stuk heden ten dage nog altijd wordt opgevoerd en er vorig jaar in de Munt een operaversie werd getoond met mooie muziek van Benoit Mernier.

In 1906 loofde de Berlijnse pers wel het stuk maar de Evangelische gemeente schreeuwde moord en brand en kon het stuk van de affiche krijgen wegens ‘pornografische elementen’ en dies meer.

Dit is het begin van het eerste bedrijf:


(Wohnzimmer)
Wendla
Warum hast du mir das Kleid so lang gemacht, Mutter?

Frau Bergmann
Du wirst vierzehn Jahr heute!

Wendla
Hätt’ ich gewußt, daß du mir das Kleid so lang machen werdest, ich wäre lieber nicht vierzehn geworden.

Frau Bergmann
Das Kleid ist nicht zu lang, Wendla. Was willst du denn! Kann ich dafür, daß mein Kind mit jedem Frühling wieder zwei Zoll größer ist? Du darfst doch als ausgewachsenes Mädchen nicht in Prinzeßkleidchen einhergehen.

Wendla
Jedenfalls steht mir mein Prinzeßkleidchen besser als diese Nachtschlumpe. – Laß mich’s noch einmal tragen, Mutter! Nur noch den Sommer lang. Ob ich nun vierzehn zähle oder fünfzehn, dies Bußgewand wird mir immer noch recht sein. – Heben wir’s auf bis zu meinem nächsten Geburtstag; jetzt würd’ ich doch nur die Litze heruntertreten.

Frau Bergmann
Ich weiß nicht, was ich sagen soll. Ich würde dich ja gerne so behalten, Kind, wie du gerade bist. Andere Mädchen sind stakig und plump in deinem Alter. Du bist das Gegenteil. – Wer weiß, wie du sein wirst, wenn sich die andern entwickelt haben.

Wendla
Wer weiß – vielleicht werde ich nicht mehr sein.

Frau Bergmann
Kind, Kind, wie kommst du auf die Gedanken!

tokio


Als je dat leest, dan zou dat net zo goed in deze dagen kunnen geschreven zijn.
Natuurlijk wordt het een beetje lachwekkend als de totaal onwetende 14-15jarige nog op zoek is naar de bijtjes en de bloemetjes, maar in de Wilhelminische tijd klonk dat nog heel aannemelijk.

Het feit dat het stuk in allerlei versies (ook erg plezierige) nog steeds op het theater komt, maakt duidelijk dat we nog altijd op onze tippen moeten lopen als we het over seksualiteit hebben, en die tippen zijn de laatste weken hier ten lande nog maar eens hoorbaar geweest.

In één van mijn verzamelingen van ‘de Fliegende Blätter’ een satirisch blad uit die dagen roept een jongetje het uit als het zijn tante ziet wegfietsen: Aber, die Tante hat auch Beine!

En al beweert een zoeterige collega van mij dat je de vriend van je kinderen moet zijn zoals hij probeert telkens weer te doen alsof hij de kant van de jongeren kiest in zijn televisie-verschijningen en publicaties, je moet je hoe dan ook losmaken van je thuis, en dat zoiets met nogal wat gestoeber kan gebeuren, is van alle tijden.

Eén van de problemen is dus niet ‘het niet hebben van een kindertijd’ maar het hebben van een veel te lange kindertijd, een tijd tussen 5 en 25 jaar waarin je vrijwel geen enkele verantwoordelijk moet dragen tenzij goed studeren en niet te veel de beest uithangen en van de drugs blijven noch meisjes zwanger maken (of zwanger gemaakt worden).

In feite is dat wat Wedekind duidelijk maakt: kinderen en pubers hebben inderdaad recht op ruziemaken en sturm und drangen, zonder dat gedoe wordt de wereld een eeuwige burgelijke plaats waarin alles stiekem moet gebeuren, en..in dat stiekem doen zijn we in dit land altijd goed geweest, denk ik.

Daarom schreef Wedekind ook dat je dit stuk met een zekere ‘luchtigheid’ moest spelen, want dat is het leven: lucht.
Niet genoeg?
Probeer maar eens zonder te leven, en vol bewondering en ontroering sluit ik me aan bij het prachtige portret in de Weerwolf op Canvas gisterenavond, het portret van een mooi mens, Stijn Meuris genoemd.

VERVOLGT