VROUWEN VAN DE WERELD

 

met jezus

Tussen Maria met kind en Maria Magdalena, beiden van Jan van Scorel, is het woord barmhartigheid op zijn plaats.

met pot

Het zal je maar overkomen: je wordt uitverkoren de moeder van een goddelijk kind te zijn, maar er is toch al de wetenschap dat je kind verraden wordt en op het kruis een wrede slavendood zal sterven terwijl jij er bij bent.

Eigenlijk is de figuur van Maria Magdalena samengesteld uit verschillende vrouwen die in de evangelies voorkomen,” zegt prof.dr. Barbara Baert, docente christelijke kunst aan de KU Leuven.

“Vier verschillende Maria’s raakten in de vroege middeleeuwen versmolten tot de éne, veelzijdige Maria Magdalena.”
– Bij Johannes (20, 11 – 18) ontdekt Maria uit Magdala op de ochtend van Pasen het lege graf. Dwalend in de graftuin ontmoet ze een tuinman, die de verrezene zelf blijkt te zijn.
Als ze hem wil omhelzen, houdt hij haar op een afstand met de woorden die in de Latijnse vertaling Noli me tangere luiden: raak mij niet aan. Dezelfde Maria meldt de leerlingen dat zij Jezus gezien heeft.

– Bij Lucas vinden we Maria van Bethanië,de zuster van Martha, die zich aan Jezus’ voeten neervlijt om te luisteren naar de woorden van haar ‘rabbi’, in tegenstelling tot haar zorgende zuster. Jezus prijst de luisterende Maria. Maria van Bethanië zalft Jezus’ voeten en droogt ze af met haar haren. (Lucas 10, 38 – 42)
– Dat doet bij dezelfde Lucas ook de boetvaardige zondares, die ten huize van de farizeeër Simon de voeten van Jezus wast met haar tranen. (Lucas 7, 37 – 38)
Christus schenkt haar ten aanschouwe van allen vergiffenis met de van betekenis zinderende woorden: “Daarom zeg ik u: haar vele zonden zijn haar vergeven omdat zij veel heeft lief gehad.”
Vlak daarna in hetzelfde Lucasevangelie is er sprake van een Maria van Magdala uit wie Jezus zeven demonen heeft verdreven en die hem samen met andere vrouwen volgt en bedient “met al wat ze bezaten”. (Lucas 8,2)

– Bij Mattheüs, Marcus en Johannes staat Maria Magdalena ook onder het kruis, bij Mattheüs en Marcus is ze ook aanwezig bij de graflegging. Bij alle evangelisten lijkt ze onder de vrouwelijke volgelingen een bevoorrechte, eerste plaats in te nemen.

gezicht scorel

Je zou bij Scorel zelf ook zo’n samensmelting van zijn vrouwelijke personages kunnen voorstellen.
Vooral dan zijn madonna’s.

Op het beeld hierbij is ze erg jong, een meisje.
Ze moet haar heiligheid niet hebben van een verheven houding of stralenkrans.
Ze is aards.

Vergelijk je haar met het meisjesportret dat ik uit Wenen meebracht, dan zie je net zoals bij Maria Magdalena die combinatie van jeugd en zelfstandigheid.
Het zijn hoe dan ook sterke vrouwen, ze laten niet met zich spotten, maar ze hebben hun glimlach als wapen.

Maria Magdalena houdt haar zalfpot stevig vast net zoals Maria dat doet met het kindje dat daardoor zelfs zijn voetje durft opheffen.

In de kleurbehandeling vind je nog sporen uit de vorige eeuw van de Vlaamse meesters.
Jan van Scorel was trouwens een van de restauratuers van het Lam Gods in Gent en kwatongen beweren dat hij bij dat werk er de Utrechtse domtoren op het paneel heeft bijgeschilderd.

Hij kende dus zijn klassiekers.
Dat merk je ook de behandeling van de kledij die rijkelijk en zwierig is maar daardoor ook de figuren nog bewegingsloos maakt, in zo’n kleren moet je wil stilzitten en pronken.

De gezichten van Scorels meisjes hebben iets ongenaakbaars, ze spotten, ze zeggen ook bijna ‘noli me tangere’, afstand heren.

Het kindje Jezus trekt zich daar niets van aan.
Het steunt op Maria’s schoot, zijn wilde haartjes in de wind en zijn ondeugende blik maakt het menselijk.
Kijk naar zijn handje waarmee hij bijna achter zijn rug Maria’s schoudermantel opheft.

Het menselijke.
Dat is een verfijnde vorm van barmhartigheid.
Hoe heilig je onderwerpen ook zijn, ze treden duidelijk als mensen op en zijn hen daarom zo nabij.

Je hoeft ze niet te fotoshoppen.
Ze hebben zo hun verborgen zwarte kantjes, maar dat maakt ze net herkenbaar.

Van de dienstmaagd des heren tot de vrouw die alles van de wereld kent, of de ogen van het Weense portretjes, nog vol verwachting, je weet maar nooit.