netjes op een rij (201)

463_df0e474cd68de3714c65edbb166ceb10

Zijn grootvader waarschuwde hem:
“Wie ze te netjes op een rij heeft, dat is een bangerik.
Dat hij daarmee zijn talrijke dronkenschappen aanvaarbaar trachtte te maken, is zeker, maar tegelijkertijd preekte hij voor hen, kinderen, een ongekend aantrekkelijk evangelie: de chaos als bewijs van de zo gezochte normaliteit waarop kinderen gek zijn bij gebrek aan keuzes.

Zijn kamers op het landgoed waren dan ook een feest: brieven, boeken, mappen, eretekens, vergeelde foto’ s, reisdocumenten, dubbels, kampeerspullen, gegraveerde obussen, alles was er om aangeraakt te worden, om een rol te spelen in het dagelijks theater waarvan de voorstellingen tot na het invallen van de zomerdonkerte bleven duren.

Hijzelf was de toeschouwer.
Als het te langdradig werd, viel hij in slaap tot ze weer in Duinkerken ankerden en fier hun buit kwamen tonen die ze op de Engelsen veroverd hadden.
Over de grote oorlog sprak hij nooit.
Zijn zwarte bril over zijn gekwetste ogen en zijn kromgetrokken vingers waren voor hen het bewijs dat hij minstens zoveel had meegemaakt als kapitein Haak.

Als hij dronken thuiskwam, slopen ze naar hun kamers tot hij was uitgeraasd.

Iedereen heeft recht op zijn verdriet, zei zijn grootmoeder.

Als hij nu in het Guggenheim naar de verzameling blokken kijkt, weet hij dat hij hier niet is langs geweest.


en zelfs dan (200)

 

414_09c0231a6918f8cfa3da1b0510d40571

Als

Als de eerste man van oma niet was
vermoord, met een riek in zijn rug,
was oma niet hertrouwd en bestond
mijn moeder niet. Dat zou erg zijn.

Als de eerste vrouw van mijn vader
niet was verongelukt, was hij nooit
getrouwd met mijn moeder en dan
had ik niet bestaan. Dat zou erg zijn

voor dit gedicht.

Ted van Lieshout