Niemand weet van zichzelf of hij waakt, of slaapt.
Wie slaapt denkt dat hij wakker is.
Hij denkt vormen te zien, ruimten, beweging, -hij voelt de tijd verstrijken en die kan hij meten en hij doet dezelfde dingen als wanneer hij wakker is.
En aangezien de helft van het leven opgaat aan slaap, wie weet of de andere helft niet een andere slaap is, iets anders, waar wij uit ontwaken als wij denken in te slapen?
En, net als we soms dromen dat we dromen, met de ene droom bovenop de andere, wie weet of het leven zelf niet maar een droom is?…

(Blaise Pascal, vertaling Dolf Verspoor.)

Het is oud zeer, waarde vriend, La vida es sueno om het met Pedro Calderon de la Barca te zeggen, het leven is een droom.

De droom kreeg de nodige aandacht, maar buiten de psychoanalyse weet de wetenschap niet goed wat zij er mee moet aanvangen.
Het fysische verschijnsel wordt herkend, honden en katten dromen ook, maar over de inhoud wordt wijselijk gezwegen.

En Calderon de la Barca (zijn moeders familie was uit Bergen-Mons afkomstig!) besluit zijn stuk met deze woorden:

‘Ik sidder nog bij de gedachte al
dat ik ontwaak en wéér gekerkerd ben.
En stel dat dat zo kwam – dromen volstaat.
Want ik zag in, dat menselijk geluk
uiteindelijk vervliegt -als elke droom.

Over weinig zijn we het zo eens anderzijds als over het begrip ‘droom’.
Hoe verschillend ook de religies zijn die duidelijk het Westen van het Oosten scheiden, over de vraag wat droom is en wat dat zogenaamde wakkere zijn we het eens.
We weten het niet, en we vermoeden dan het een dunne scheidslijn kan zijn.

Daarom die mooie foto van één van de items die weldra in München zullen geveild worden: Jezus op de wolken, uitgevoerd in ivoor.

Toen ik dit zeventiende eeuwse stuk zag, was ik erg ontroerd.
De Jezus-figuur, nog een kind, staat op het begrip wolk en al is hij dus zo hoog verheven, hij heeft in zijn hele houding een uiterst menselijke kentrek meegekregen van de anonieme kunstenaar.

Hij zet zijn ene beentje vooruit, wil iets zeggen, heeft de hand in de geëigende houding en de andere arm langs zijn lichaam, en is in deze verschijning kind en volwassene, ja mens.
Ook de wolk is beperkt gebleven, deels om dat ivoor kostbaar was en deels omdat de compositie het vereist.

Hij is de droom van het goddelijke kind, de Griekse Eros, dus wolken zijn z’n verblijfplaats, maar zijn houding en zijn gehele uiterlijk doen ondanks het verlossende gebaar, erg menselijk aan, hij is duidelijk menselijk lichaam met alles erop en eraan.

En dan het 18de eeuwse stenen hoofdje.
Ondanks de afwezigheid van ogen (of juist daardoor) lijkt het alsof het hoofdje droomt, zich met zijn gedachten duidelijk aan de andere kant van de werkelijkheid bevindt.
Het mondje is lichtelijk geopend, zoals kinderen soms spreken in hun slaap.

Hier heeft de tijd meegeholpen.
De schoonheid wordt mee bepaald door de opgelopen verwering die alleen nog de essentie benadrukt.
Je ziet dat nog sterker in de gotische beeldhouwkunst, maar dat is een onderwerp dat ik later met je wil bespreken.

Ik kan je weinig over het hoofdje vertellen, het valt buiten de stijlkenmerken maar heeft alles van de 18de eeuw in zich: de breuklijn, of zeg ik beter de lijm-lijn tussen wereld en hemel, tussen het religieuze en de nieuwe filosofen.

Je kunt er naar kijken en daardoor zelf aan het dromen gaan.
Wellicht een goede bepaling van boeiende kunst: aanzetten tot dromen.
En dan heb ik het niet over ‘het dromerige’ dat in onze tijd zo’n slechte connotatie heeft gekregen, maar over de diepere waarneming, bevrijd van de ratio, ontheven aan de remmen die het bewustzijn op ons denken en voelen zet.

Jezus op zijn wolk en het dromerige hoofdje.

‘Ik merk dat ik in mijn slaap heb ontdekt,
dat ieder droomt zolang hij wakker is.’

Uit datzelfde toneelstuk in de mooie vertaling van Dolf Verspoor.