DE BEWEGING VAN HET BEWEGINGSLOZE

schaduw op de muurLieve vriend,

Waarschijnlijk is je scherm niet groot genoeg om Helene Schjerfbecks ‘SCHADUW OP DE MUUR’ in één keer te kunnen overzien.

Dat is dan ook de bedoeling.

Je moet het scrollen zodat je de onderdelen sowieso moet bekijken.

Je begint in de lucht en je volgt, bijna filmisch, de camera naar beneden.
Is het je opgevallen dat wij, met uitzondering als we daartoe zoals nu gedwongen worden, bijna nooit de werkelijkheid ondergaan?

De camerabewegingen die blijkbaar in het stilstaande beeld ontbreken heeft zij opgelost in haar tonaliteiten.
Links de bomen en daarachter het dak met de muur die door de schaduw wordt ingenomen.
Ze staan in een soort kleurenperspectief.

De diepte in het beeld wordt vooral door de bomen vooraan en de bank in het midden gemaakt.

Doordat de bank schuin in beeld wordt gebracht verhoogt de indruk van diepte, wijzen de kleurenpartijen naar de zwarte schaduwvlek.

De boompartij herhaalt zich op de muur en wordt dan weer begrensd door de donkere boom aan de rechterkant van het beeld.

Of hoe het stilstaande beeld door onze waarnemingen en door de intuïtie van de kunstenares een andere beweging oproepen dan bijvoorbeeld het bewegen van de takken, of het verglijden van de schaduw.

Het is een beweging die in onze hersenen gebeurt, een weder-samenstelling van de onderdelen tot het beeld dat wij als kijker in zijn geheel ervaren.

De bank is het rustpunt, het centrum.
Er is niemand op aanwezig.
Dat verhoogt de stilte, het bewegingsloze.

Wij hebben ‘beweging’ altijd verbonden met ‘snelheid’.
Dat is een fysisch begrip.
Ik wil je meenemen naar het begrip ‘tijd’, ook een beweging, en naar we sinds Einstein weten, erg relatief.

Maar hier ook zien wij ‘tijd’ als een fysische indeling, een voorbijtrekken van eenheden zodat er een verleden en een toekomst mogelijk is.
Tijd heeft echter een andere waarde.
Het is het ervaren van het NU.

Wij leven steeds in het NU.
Hoe ver je je ook terugtrekt uit de werkelijkheid, hoe eenzaam en verlaten je gaat leven, je blijft gevangen in het NU, en je kunt je alleen het verleden en de toekomst VOORSTELLEN.

Voorlopig kan niemand in het verleden of de toekomst leven.

Ons bewustzijn kan zich ernaar richten, maar de ervaring die we als werkelijkheid beleven gebeurt steeds in het NU.

Je kunt dat NU wiskundig bespreken en het tot een onderdeel van een seonde of kleiner nog terugbrengen, maar ik doel eerder op het ondergaan van een werkelijkheid ongeacht het tijdsverloop.
Inderdaad, wij leven in de beweging van het tijdsverloop, terwijl ik op zoek ben naar de beweging die me dichter bij een werkelijkheid brengt en daardoor tijdlozer is.

dyn007_original_488_510_jpeg_20344_025be8aea8c16eb07d54dab9cf77a4b8

Haar zelfportret hiernaast is met een tijd aangeduid, 1914, een belangrijk jaar.
Je kunt ook de sporen van de tijd in haar gezicht terugvinden.
Maar de werkelijkheid, de optelsom van al die ogen-blikken (zoals ze naar ons kijkt!) is van een andere orde.

In de fotografie zou het portret in een onderdeel van 1/60ste seconde kunnen gemaakt worden en wellicht heeft ze er als schilderes dagen en misschien maanden aan gewerkt, maar dat is de fysische tijd van de genese.

Je zult naarmate het moment van waarnemen, -en er kunnen jaren tussenliggen- steeds de mogelijkheid hebben om de werkelijkheid van het eerste ontdekken te verdiepen, te re-organiseren, over te schakelen naar een andere schil rond de kern om in de quantumfysica te blijven, maar het één worden met de waarneming, met het beeld, het zo diep begrijpen dat het met jouw wezen samenvalt, kan inderdaad in één begenadigde seconde maar ook zich uitstrekken over jaren.

Deze werkelijkheid, deze manier van kennen benadert de mystiek: ik mag deelnemen aan het wezen van de expressie, en daardoor bereik ik een diepere kennislaag, een andere manier van weten.

Dit heeft met intuïtie te maken, daarom zijn vrouwen zo sterk in het diep aanvoelen van realiteiten.
Maar er is ook een overgave nodig.

Vreemd genoeg heeft die overgave met niet-weten te maken, met niet-kennen, want elk weten en kennen staat door zijn beperking de nieuwe verbinding in de weg.

Kinderen kunnen dat (sommigen althans) en in hun breed spectrum waarneming zien zij wat wij niet (meer) zien.
Herbert Read beweerde in zijn geschriften dat je deze kwaliteit kon bewaren.

Het oog blijven trainen naar de diepte.