DE INTENSITEIT VAN DE SYNTHESE

dyn008_original_414_512_jpeg_20344_374e225887d22c2200fab57082cb8d83

Met ‘La Valse’ et ‘Femme au bain se coiffant ‘zijn we volop in die nieuwe werkelijkheid gekomen die we gisteren verkenden.

dyn008_original_482_781_jpeg_20344_a2f26c3ee9c5fe1bc9b71488d89ebe89

Het zijn de boeiende jaren 1893-1895, jaren waarin hij zelfs modetekeningen gaat maken en de Nabis een grote overzichtstentoonstelling houden in de Barc de Boutteville.

La valse is pictorale beweging, bijna een techniek die je nu in kwaliteits stripverhalen zou terugvinden.
Kijk naar de compositie van het beeld waarin het wegdraaien nog door het hoofd rechts onder wordt gesuggereeerd.

Het standpunt van de schilder en dus ook van ons is schuin hoog boven de dansende paren, een filmisch aanvoelen avant la lettre.

In de badkamerscène concentreert hij zich op het zachte van het naakte lichaam, een zachtheid die in de witte badlakens uitlopers vindt.
Het naturalisme is ver weg, hier is het volume van het lichaam uitvergroot, het ‘tastbare’ in letterlijke zin wordt als begrip belangrijker dan de studie van de lichaamshouding.

dyn008_original_489_615_jpeg_20344_e8e1cc4d4f651f8ebb9b749b68f274f8

Gelijklopend met die synthese is ‘La Coiffeuse’.
De atmosfeer van de ruimte, de relatie van de ruimte met het personage beheerst de doeken.
De details van ‘La Malade’ zijn hier verdwenen.
De invloed van zijn grafisch werk is erg groot.
Tot in de kleurkeuze overheerst de poging om met zo weinig mogelijk middelen een intense innerlijke sfeer op te roepen.

dyn008_original_563_400_jpeg_20344_e4c00288e325c759ebc156f594af4566

Beschrijvingen moeten wijken voor begrippen, en begrippen hebben sferen tot onderwerp.

Kijk naar ‘De Slaap’.
De grote vlakken waarin de schone slaapster ligt, en het enige detail is het kleine boekje dat uit haar handen is gegleden toen ze door de slaap werd overmand.

maanlichtWonderlijk mooi is ook ‘Het Maanlicht’, een doek waarin ook de natuur als synthese van stemmingen wordt ervaren.
Hij was op het eiland van Oléron waar hij landschappen schilderde, en de innigheid van zijn kleuren ontstaat vooral door de grote soberheid en de bijna oosterse compositie.

Na zijn huwelijk in 1899 zal hij ook Honfleur ontdekken.
Daar schildert hij landschappen, portretten en interieurs.
Hij blijft werken voor diverse tijdschriften, toert door Europa en krijgt gelukwensen van Gustav Klimt en Hödler.

Hij is in Brussel geweest, heeft Spilliaert gekend en beide heren waardeerden elkaars werk ten zeerste.

In de grote oorlog zal hij Verdun bezoeken en met enkele doeken getuigen van de grote slachting.

Om volledig te zijn, hij schrijft in 1906 een roman ‘La vie meurtrière’ die pas na zijn dood zal verschijnen.

In 1925 sterft hij na een heelkundig ingrijpen.
Slechts zestig is hij geworden.

In de Brittanica, 15de editie van 1985 is er geen plaats voor zijn naam.
Hij wordt even vernoemd bij het begrip ‘Nabis’, maar voor zijn leven en werk is er niet de minste aandacht.

Misschien hield hij te veel van het menselijke, schilderde hij de naaktheid in schoonheid en ontluistering en was hij door zijn satirisch werk niet zo graag gezien bij de machtigen.

Over de 19de en 20ste eeuw gebogen beginnen we wellicht nu pas te begrijpen wat hij gezien en gerealiseerd heeft.