KUNST ALS EEN ANTWOORD OP VERRASSINGEN: MARTIN POOLE USA

image-2683

‘If you think of life as a series of surprises, then you can think of art as a way of responding to surprise.’

En daarmee is de toon gezet.
De jonge Amerikaanse kunstenaar Martin A. Poole ziet zijn werk, ziet de kunst in ’t algemeen als een antwoord op de suprises die het leven voor ons in petto heeft.

Ik denk dat je die verrassingen erg breed kunt opvatten, en dat ze daarom ook niet altijd van de zonnige kant voortkomen.
De suprises hebben dit gemeenschappelijk: ze verrassen je, ze komen onverwacht, nemen je in de tang en vragen om een reactie.

‘If our response is genuine, then we create a kind of self-portrait. The tough part seems to be figuring out how to develop and use your skills without obscuring your genuine response.’

Is je antwoord oprecht dan creƫeren we een soort zelfportret.
En de kern, het harde gedeelte zal uitmaken hoe we onze bedrevenheid ontwikkelen en gebruiken zonder ons eerlijk antwoord te verdoezelen.

‘Anyway, my response is divided. I love the peaceful,open, natural world, usually filled with light and emptied of people. I also love the stories of the people I see, myself included, who are struggling with their lives–a slightly darker vision.’

En daar staat Heracles op de tweesprong.

Enerzijds een wereld vol licht zonder mensen, maar toch vol liefde voor de verhalen van die (afwezige) mensen, verhalen van mensen, mezelf inbegrepen die het moeilijk hebben met hun leven, ik hou dus eerder van de donkere visies.

dyn010_original_580_421_jpeg_20344_f50478128b66d18dae7263e0031c0a55

Vertaald in enkele beelden gaat er dat zo uitzien:

Ik ben het licht op de heuvels,
maar vergis je niet

ik ben het donkere licht.

Wat jong is, verouder ik,
wat dichtbij was, maak ik tot een doodse verte.

Alleen wie vleugelds wil
zal in het nest
van ’t jonge licht
de morgen zien geboren worden.

De linten van de trage rivieren
bezwanger ik met opgezwollen wolkenlijven.

En wie zijn lippen blauw wil verven
vraag ik om onaards geduld
want eerst stift de nacht
je ogen dicht
en kun je op je luie zetel dromen
en wachten tot hij thuiskomt.

Kind, komt de rook ooit thuis?

dyn010_original_580_430_jpeg_20344_ace1a4ea7360df75377c970dda3693c3

De asse ja, zij is de eeuwige enige thuiskomer.
Zij heet moederkoren
en vaders laatste wil
zij schreeuwt niet
maar zaait de toekomst van vergetelheid
ons plooibaar gebeente
de resten van het vaderschap
moeders mooiste weliswaar.

Sluit je ogen, mooi kind.

Violetjesgeuren en l’ air du temps,
de zuinigheid van je zachte woorden
het mooiste zwijgen als we kussen.

De dag
achter het witte vensterlaken
en de nacht die stille goedmoedige beer
die zijn scherpe klauwen bij onze verlaten kleren
heeft gehangen, zijn rinkelbel, en zijn verbrande zolen
op kussentjes heeft achtergelaten
en van de aartsengelen
zijn vleugels mag gebruiken bij zoveel naaktheid onder hem.

Nu ik ver ben
achter je gesloten ogen,
nu ik in het donkere landschap verdwaal
weet ik niet of zingen helpt,
een beetje schor fluiten misschien
zou de blauwe gaten in het zwerk
niet vroegtijdig laten dichtklappen.

Vinden wij elkaar daar terug, lief meisje?
Of ben ik nog de rook
terwijl je op de groene zetel ligt
en ik in kringetjes je naam zal schrijven?

‘Even though this seems obvious, it kind of surprised me to find it so clearly in these paintings. I guess the question now is what I’m going to do about it.’