HET INTERIEUR EN HET PORTRET (1)

dyn005_original_462_660_jpeg_20344_3dbbe8cf824afda7660e3befca1d9902

Licht en schaduw in het negentiende eeuwse interieur.

Ik neem je mee naar twee heel verschillende schilders, niet alleen al door hun afkomst -Duits en Engels- maar zeker ook door hun benadering van het onderwerp.

Toch wil ik het niet over hun levensloop hebben en nog minder over hun stijlkenmerken, maar ik breng ze samen in wat ze-naar mijn aanvoelen- gemeenschappelijk uitdrukken, getuigen zijn van de Biedermeier en de Victoriaanse tijd waarin de middenklasse, de burgerij, welvarend werd.

Vergeten we dus even het lege interieur.
Hier wordt het een staalkaart van die verworven welvaart.

Boven schilderde Friedrich von Amerling een familieportret van een textiel fabrikant, Arthaber, en zijn kinderen.(1837)

Hieronder zie je de Engelse uitgave, een portret van John Everett Millais’ maecenas, de heer James Wyatt en zijn kleindochter Mary.(1849)

dyn005_original_548_412_jpeg_20344_2359d7a3d018b7190644a720f8bee3bc

Ze horen beiden bij mijn lievelingsdoeken.
Niet in het minst omdat ze mensen en hun omgeving zo innig verweven hebben.

De doeken zitten vol dramatiek, ze nemen de kijker mee naar het levensverhaal.

dyn005_original_577_437_jpeg_20344_dff33fb43ed56b8a4089e56f6d8d6dcb

Von Amerling schilderde meestal sjieke dames en heren, adelijken en ander duur volk in zijn eigen bijna glanzende stijl.

Maar je moet ze kunnen lezen.
Het interieur is niet alleen afstraling van gemoedelijkheid, familieleven, liefde voor kinderen, het is tegelijkertijd een persoonlijkheid waarin details het doen.

Von Amerlings familieportret heeft een diep treurige achtergrond, en de schijnbare chaos kan daarbij betrokken worden.
De schilder heeft hen geportretteerd terwijl ze naar het portret van de pas overleden vrouw van Rudolf von Arthaber kijken.
Kijk naar de blik van de man, naar het dromerige van het zittende jongetje in tegenstelling met de onschuldige zorgeloosheid van de kleinste kinderen.

Ht rijkelijke interieur doet warm aan, de gordijnen, de doeken, alles straalt innigheid uit.
Ook de ongedwongen houding van de kinderen sluit daarbij aan.

Overal ligt nog het speelgoed van de bende.
Tot in de rechtse uithoek onderaan van het doek.
Op de zetel achteraan ligt achteloos een kledingstuk en open boeken.
Het theestel staat ordeloos op het tafeltje.
De afwezige is duidelijk afwezig.

De Engelse opponent, John Everett Millais, van wie ook het doek onder dit kleine familiedrama is, schildert zijn maecenas, de heer James Wyatt temidden van zijn rijkdom.
In de kast het kostbare porselein, aan de wanden de schilderijen en miniaturen, de bloemen op de tafel en het open kunstboek dichtbij, het is duidelijk dat het interieur hier de eruditie en de goede smaak van de hoofdpersoon beklemtoont.
Zijn grootste schat echter is zijn kleinkind Mary.
Kijk naar haar handje op zijn knie, haar ontspannen leunende houding, zijn beschermende hand op haar schoudertje, een grote innigheid die al vanuit het interieur zichtbaar was, wordt nog eens beklemtoond.

En het onderste doek, de Noord-West verbinding vertrekt vanuit diezelfde intimiteit.
De jonge dame leest.
Hij bestudeert de zeekaarten.
Buiten is de zee bijna hoorbaar aanwezig.

Is hij terug van weg geweest en heeft hij heimwee?
Of moet hij nog vertrekken?

Hun handen komen samen.
De innige kamer brengt de verte binnen handbereik.