c80da-309_cb1908ef7192177b50d4ae6c8bb591fb

 

Laten we in je landschap terugkeren, lieve vriend.
Terugkeren in de tijd, en we hoeven daarvoor de lichtsnelheid niet eens te overschrijden.
De dramatiek van het landschap, het landschap als drama en andere fraaie zinnen zou ik graag omkaderen met figuren aan de rand van de Duitse, of beter nog Europese Romantiek.

Bertus Aafjes maakte een voetreis naar Rome, ik vertrek vanuit mijn geliefde Florence waar ik nog enkele weken werkzaam zal zijn.
Ik stuur je een merkwaardige prent van dokter (zowel in de geneeskunde als in de filosofie) en schilder, Carl Gustav Carus (1789-1869).

Je ziet het al aan de data: geboren op de rand van de Franse revolutie en levend en wel tot een eind in de 19de eeuw.

We moeten in de omstreken van het toenmalige Leipzig zijn waar hij al op zijn 22ste afstudeert als dokter en doctor in vermelde disciplines.
“Entwurf einer allgemeinen Lebenslehre” is zijn proefschrift, een programma op zichzelf, en het verbaast je dus niet dat hij op zijn 25ste prof wordt für Medizin und Chirurgie in Dresden.
Vandaar is het maar een kleine stap naar lijfarts spelen (één van de drie!) van de Saksische koning Anton, taak die hij vanaf 1827 vervult.

Niet alleen is er een voortreffelijk Carus kwintet dat mooie liederen uit de Romantiek zingt, maar er is een heuse Carus-academie, een Carus -hospitaal, een Technische universiteit, een uitgeverij, een antroposofische kring, een zomerhuis, en waarschijnlijk een bier of Torte seinem Namen gewidmet.
In Dresden en grote omgeving val je over zijn naam.

Al van in zijn jongenstijd interesseerde hij zich ook voor schilderkunst.
En zijn werk was van een grotere kwaliteit dan wat menig schilderend arts of minister pleegt voort te brengen, vooral zijn landschappen, zijn bosatmosferen getuigden van een erg fijn aanvoelen van de geest in de zogezegde levenloze natuur, en dan zijn we helemaal in de romantiek.
Hij schrijft zelfs een boek “Neue Briefe über Landschaftsmalerei” (1819-1831) maar dan zijn we al in het illuster gezelschap van Caspar David Friederich, de peetvader van de Pruisische picturale romantiek.

Nu stuur ik je deze mooie schets van een cicade op een lauriertak met Florence op de achtergrond van Carus’ deskundige hand. (hij was gespecialiseerd in Geburtshilfe!)

Daarmee wil ik je het perspectief aanduiden: de natuur, het landschap.
Poogde de Franse revolutie de Rede als godheid en hoogste goed te propageren, in de voetstappen van de verdwijnende Napoleon, zucht de mensheid naar “spiritus”, naar goddelijkheid want wat er van Europa overblijft zal het blijkbaar niet van die Rede moeten hebben, al wordt er danig gestreefd verstand en vergeestelijking in unisono te laten weerklinken.
Dit is natuurlijk vragen om spleen, gespletenheid, versplinterd worden.

Maar laat eerst nog de cicade onder je raam zijn lied zingen terwijl Florence wegdeemstert en de weidsheid van de “oer”-natuur de groeiende versteedsing en industrialisatie van antwoord zal willen dienen.
Nog een splijtzwam.