Beste Vriend der oude dingen,

Toen ik je rubriekje over het kind in de trein las, dacht ik terug aan de banaliteit waarover we eerder praatten.
De banaliteit is de beste ondergrond voor het kwaad, zegt men, maar ik meen dat de banaliteit dat net zo goed voor het dagelijkse goed is.

Toen ik je deze brief schreef, zag ik de naderende veiling van de schilder, kunstenaar, bohemien en filosoof Robert Lenkiewicz in een Engelse krant aangekondigd.

Je ziet één van zijn zelfportretten hierbij, en ook een heuse foto van toen hij negen was. (1950)

Eén jaar voor zijn dood in 2002 zei hij over zichzelf:

“I do not see myself as an artist. I see myself as a painter who produces sociological inquiry reports by visual means.”

Zoals zijn naam verraadt komen zijn Joodse ouders uit Duitsland en Polen en vestigden ze zich na de oorlog in Londen en hijzelf daarna definitief in Plymouth.
De jonge Robert ontpopte zich al vlug als rebel, bezette een aantal winkels met een troep havelozen en verslaafden en vloog daarvoor in de gevangenis.

Er gaan woeste verhalen dat hij meer dan 3000 vrouwen heeft ‘gekend’, dat hij zijn vriend en zwerver na zijn dood heeft gebalsemd en het lichaam verborg zodat het pas vijftien jaar later, na zijn eigen dood in 2002, ontdekt werd.

Maar ook buiten deze ‘mythologie’ was zijn rijk gevuld leven de moeite waard om vernoemd te worden in de kroniek van de hedendaagse kunstenaar, deze Rembrandt van de stadscultuur.

dyn003_original_500_427_jpeg_20344_7739c4a71e132fce69bfd98f8ca6d98c

Zijn oeuvre zou meer dan 30.000stuks bevatten, en kon je ze enkele jaren geleden nog voor enkele ponden kopen, nu tel je makkelijk het duizendvoud ervoor neer.

dyn003_original_500_487_jpeg_20344_48fc08585cfb057b5649af6f5f6e015a

Kunstenaarsleven was voor hem het werken in projecten, die hij ‘The realtionships series’ noemde

‘Throughout his career he worked intensively on a long series of projects called The Relationships Series, covering themes such as vagrancy, mental illness, love, old age, suicide and sexual behaviour.
He actively encouraged vagrants and people on the ‘edge of society’ to visit his studio and in return for them sitting for him, he provided food and shelter.’

dyn003_original_326_445_jpeg_20344_802cdd72671158961e5762836b8ec328

Ook zijn vriend en zwerver Diogenes die hij later zou balsemen en verbergen was iemand uit de zogenaamde rand van de maatschappij.

“The insignificant event of my personal extinction, no more than a blade of grass, doesn’t trouble me in the slightest,” he said. “But it would be inconvenient if it was in the next four years.”

dyn003_original_379_394_jpeg_20344_1965a228c1c0410787d753eb69dc39fb

Tussen het portret van de gehandicapte mens en het portret van zijn dode moeder lag het banale leven dat vooral door de zwakkeren, door de mensen aan de rand als pijnlijk en vernederend werd ervaren.

“Although deeply unfashionable in high art circles, his work nevertheless draws respect and interest from a public not normally associated with galleries and museums. He is one of those rare individuals who always elicits a strong opinion from people.”

Natuurlijk is intussenhet circus rond zijn werk in alle hevigheid los gebarsten en rijzen de prijzen werkelijk de pan uit, alsof zijn ‘sociological inquiry reports by visual means’ door de kunsthandel onschadelijk worden gemaakt.

Maar bij mij wijst hij naar de kern van de zaak: het gaat om het gebeuren temidden de banaliteit en niet naar de verzuchtingen naar het reine en zuivere, niet naar de hogere vormen van esthetica als die al zouden bestaan.

En die zin was jouw kind in de trein een doek van Robert waar wijzelf niet buiten staan, want ook wij maken er deel van uit.

Het zal de vraag zijn of de opvoeding tot erbarmen lukt, of wij de filosofie in de plaats van de religie en de zedenleer kunnen brengen, want altijd zijn er lieden die denken dat zij er niet bij horen, dat zij aan de banaliteit kunnen ontsnappen en juist daardoor de gevreesde beulen van hun medemensen worden.