HET KIND

18801062

Waarde zielendeskundige,

Wat wij als volwassene niet kunnen, praten en luisteren naar onze (eigen) kinderen, dichten we graag aan de dieren toe, en omgekeerd zo lang ze maar met dieren omgaan kan onze vertedering niet op.

Deze opening dient om een ervaring in te leiden die al onze theoretische gesprekken van enige praktijkkant voorziet.
Op de terugweg van het museum voor Natuurkunde en een bezoek aan de Fnac werd ikzelf en kleindochter van bijna acht in de Amsterdam-express van 16.34 gestouwd.
Dit sardienenvervoer ter zijde gelaten, aan het portier was er nog een klapstoeltje vrij waar het kind kon zitten.
Maar voor het zover was wrong zich een wakkere autochtoon door de massa en installeerde zich breed met krant en aktentas op het plaatsje.
Mooi detail, op zijn tasje stond er als decoratie ‘boeken-boeken-boeken-boeken’ vermeld, en de interesse in de krant verraadde al dadelijk dat het om een intellectuele medemens ging.
Op het andere klapstoeltje zat een allochtoon, nauwelijks twintig te wiegen op de maat van onhoorbare klanken die via een koptelefoontje in zijn oor werden geperst.
Er bleef voor het joch niets anders over dan voor de toiletdeur op de grond te gaan zitten.

Ik weet dat bijna achtjarigen geen trauma’s oplopen van een ritje trein, zittend op de grond, maar het feit dat de hele zittende meute dit joch duidelijk kon waarnemen en dat er niet één ziel opstond om haar een plaatsje aan te bieden en zelf het lijf even aan de klemstang toe te vertrouwen, maakte me werkelijk boos. Ja, en dan?


URBAN VERTICALS

dyn005_original_336_442_jpeg_20344_2c86cad7eeda60537b81f2f7c1ba0727

Beste Antikwaar,

In beelden dialogeren lijkt mij uitstekend geschikt voor een man die de wereld rondreisde met de zoektocht naar beelden als hoofdbezigheid.

Dus kwam ik vlug terecht bij dezelfde Catherine Mckay in twee mooi werken, haar Urban Verticals en een pier nummer 82 in San Francisco.

De cliché’s die bij The Enchanted Garden zouden horen en het gedoe rond de voorliefde voor ‘pieren’ wil ik absoluut niet ter sprake brengen want ze zijn in hetzelfde bedje ziek: de drang naar het paradijs, de ware betoverde tuin en diezelfde drang in een andere vorm om telkens weer naar het beloofde land te kunnen vertrekken en nooit aan te komen.

Bij mijn cliënten (klinkt beleefder dan patiënten) herken ik die drang dadelijk, net zo goed als ik hem bij mezelf kan duiden.
Het is een oude erfenis nog eens bezwaard door de overigens stylistisch knappe Rousseau en tot op de dag van vandaag geldend als we het over schuld en vooral over onschuld willen hebben.

dyn005_original_538_221_jpeg_20344_ba5a9540a2b3de5d7d9b26965f62d43e

Het paradijs is immers tussen de urban verticals te zoeken en aanwezig in de versleten gehavende pieren waar we onze armzalige bagage kunnen stouwen.
Moeilijk te bevatten dat er eens, in misschien korte tijdspanne, mensen zullen terugkijken naar de 21ste eeuwse urban culture met een zeker heimwee dat ons heimwee naar de Roussiaanse landschappen overlapt.

Landschappen uit voorbije tijden krijgen een glans die ze vaak niet verdienen.
De romantische Dickens prenten vergeten vaak de stank en het oorverdovend lawaai uit de 19de eeuwse stad mee te nemen.
Onze achter-achterkleinkinderen zullen het vertederend hebben over de poging tot stedelijke cultuur uit de 20ste en 21ste eeuw, met het lacherige en hoofdschuddende erbij van de gruwelijke ontploffingsmotoren waarmee wij voor lange tijd hun dromen in de weg hebben gestaan.


HOKJES

Catherine_Mackey_New_York_Pier_62_1264_103

Beste ego-dokter,

Een andere manier waarop we onze onmacht-in-het-bestaan uiten is het in-hokjes-denken.
Ik gebruik ten onrechte één van de mooie werken van de Amerikaanse Catherine Mackey met haar visie op ‘Pier 62 in New York’.

Ik probeer daarmee aan te sluiten bij de tegeltjes van Jeff Cohen, de drang van ons allen om te verzamelen, te rangschikken, te catalogiseren.
De ware waanzin van het dagelijks leven kun je met godsdienst of athëistische ethiek (ook een soort religie) tegemoet komen, met het aangespen van een soort ‘karakterharnas’ om een Amerikaanse filosoof te parafraseren, maar eens dat harnas weer is los gemaakt, wordt het zelfbeeld er bepaald niet vrolijker om.
De wereld is immers ingewikkeld, complex, en ik besef dat kleine kinderen met die complexiteit moeite hebben, een doolhof die ons ook als volwassenen parten blijft spelen.

Eén van de noodremmen is het verdelen in hokjes.
Vanuit de atavistische Zarathoustra-hokken goed en kwaad blijft er een resem onderverdelingen mogelijk in een belachelijke poging om de wereld te beheersen: blank en zwart, homo, hetero, werkend en werkeloos, gelovig en ongelovig, je zou kilometers papier met mogelijke opschriften voor elk hokje kunnen vullen.

De banaliteit houdt van hokken, net zoals de commerce.
Doelgroepen heet dat dan, en met die doelgroepen hebben marketeers hun greep (denken ze) op de wereld.
Een cynische manier om duidelijk te maken dat we inderdaad niets persoonlijks meer bezitten tenzij het hokje waarin we ons dan in praatgroepen tegen elkaar aan kunnen schurken.


HET GEKLUTSTE EI

hollingworth

Mijn waarde vriend,

Het geklutste ei hierbij is van James Hollingworth van wie jij de stoel bij ‘de psychiater’ hebt gepubliceerd, en…een vriend van Jeff Cohen, of hoe wij zelfs in de keuze van beelden elkaar ontmoeten.

Ik vond het een erg mooi beeld omdat het één van de volmaaktste vormen in de natuur, het ei, als onderwerp heeft.
Hij toont het hier zoals het ons het meest bekend is, namelijk geklutst, in preparatie voor de consumptie.
Ik las vandaag in één van jullie kranten dat zelfs scharreleieren van de huiskip nu al verdacht zijn wegens teveel aan dioxines, en het bericht raakte de kern die ik je wilde duidelijk maken: hoe het detail het drama voor het totaal wel eens onzichtbaar (of lees dragelijk) maakt.

Als het legsel van de kip al in gevaar komt door haar ijverig pikken in de vervuilde grond, wat dan te denken van onze menselijke bewegingen op de aardkorst?

Net zoals de middeleeuwse miniaturen juist door hun detail de grootsheid van het onderwerp trachtten duidelijk te maken, de glorie van het goddelijke, zo zou je ook het detail, de uitvergroting of verkleining als camouflage voor een schrikwekkende werkelijkheid laten dienen.

Het overaccentueren van Dutroux en Fourniret-processen is ook zo’n voorbeeld.
De zedenles als voer voor de geilaards.

De omspannende werkelijkheid is inderdaad vaak verpletterend, niet door de afschrikwekkende gebeurtenissen die uitvoerig beschreven worden, maar wel door de banaliteit van het kwade.
Een erkenning daarvan zou ons immers ook in een kwalijk daglicht kunnen zetten, onze ‘zuivere’ ego’s zijn immers pas proper door ze te bedekken met het overzwarte van zeldzame gruweldaden.

Voor mij, als zogenaamde specialist van geklutste ego’s wou ik je wijzen op de over-beklemtoning van dit ego, en in onze kunst, en in de pogingen om het leven op de planeet in 2008 doenbaar te maken.

Hoe belangrijker wij dat ego maken, hoe kwetsbaarder het ook wordt en hoe depressies en andere fraaie overvallers ruimte krijgen.
De schrik al om het ei van onszelf te klutsen roept neuroses wakker van mensen die nog steeds in de paasklokken geloven, voor wie ieder ei van chocolade is en uit Rome afkomstig.

Het ei komt uit een kippenkont en ons godendom beperkt zich ook tot goden met een aars.
Dat is niet schrikwekkend, maar het is best om het te beseffen en daarnaar met elkaar te leven.