munoz-abroad-3

munoz-abroad-4

Waarde Psych

Het is bijna overbodig het over nationaliteiten te hebben als je even naar de halve finale van ‘het songfestival’ zou gekeken hebben, een soort narrenschip waarin de identiteit er alleen maar toe doet als je bij de winnenden bent.

Waarschijnlijk is dat in ons leven ook zo.
Ben je bij de winnenden, wordt je naam genoemd bij prestaties van sportieve of artistieke aard, dan wordt je identiteit bekeken vanuit dat zonnige venster, je bent de mensenkenner, de karaktervolle.
Kom je bij de verliezenden in de schaduw terecht dan wordt diezelfde identiteit vervloekt, meestal anoniem overladen met geheugenstoornissen.

Heb ik het niet gezegd, hoor je dan.
Heb ik het niet gezegd dat het een slecht liedje was, dat hij niet te vertrouwen is, dat zij een louch persoontje mag genoemd worden, en vul maar aan.

In ons totalitair denken wachten wij op wat de voorlopers of prototypes (de winnaars) gaan doen, en dan scharen we ons achter hen ook al moet je daarvoor de waarheid verminken.

Iemand die dat goed heeft aangevoeld is de beeldhouwer Juan Munoz (1953-2001).
Kind onder Franco werd hij van school gestuurd maar verklaarde dat hij een gelukkiger kind was dan iemand die in Engeland van de public school werd getrapt, land waar hij midden 1970-jaren naar verhuisde.

munoz-abroad-8

De reis naar het buitenland, zo omschreef hij grote werk waarmee hij ruimtes opvulde met zijn zeer direkte beelden.

En inderdaad, verder dan deze verte kun je je niet voelen.
Tegen de muur.
Gelukkig hier en daar nog in liefdevolle armen.
Maar meestal kijken zijn personages weg.
In de leegte.
In het felle licht.
Naar het ‘nergens’.

‘ Although he was influenced by, respectively, the drama of American minimalism and the poetry of Italian Arte Povera, Muñoz consistently went his own way, at a tangent to fashionable movements. How unlikely it was that a young Spanish artist in the early 1980s would announce himself with a sculpture of a minaret, placed temporarily in the Plaza de Toros in Malaga.

With Muñoz, even a walk down the street became a performance, a game. He understood that sculpture, far from standing alone or aloof, only made sense in human terms. Or rather, that what made sculpture interesting was its relation to the world about it, the lives we lead. He understood the potential, and the enigma, of the simplest human gesture. In many ways, much of his work looked old fashioned in its concentration on the human form, and in the use of such motifs as the ballerina, the dwarf – simple human presences .

Why make it look new, he asked, when it will only look old later. Yet he did make things anew, and reinvigorated figurative sculpture with his massed crowds of laughing, grimacing life-sized Chinese figures (whose heads were all derived from the same Belgian art nouveau bust), his choreographed single and multiple groups, his lone dwarf standing at the end of a long corridor, or among columns. His ventriloquist’s dummy, perched over a precise and seemingly limitless abstract floor pattern (this last, a work called The Wasteland, influencing a scene in David Lynch’s Twin Peaks) showed him to be a master at orchestration and placement, understanding the importance of absence as well as presence in the deployment of sculpted figures and false architectural details within real space.

Adrian Searle
Thursday August 30, 2001
The Guardian

In die lege ruimte voel ik mezelf vaak als een schepping van Munoz.

Er is een tijd dat je te klein bent om boos te worden, te oud om droevig te zijn, te vanzelfsprekend om te logenstraffen.

Een leegte die soms heelt maar ook suizend je ziel doorkerft.