man met doodshoofd (149)

723_e3e7362031a7b82ba3a741cacdff95b9

Je zou makkelijk kunnen zeggen dat het een genrestuk is, een vanitas, erg gebruikelijk voor de tijd.
Als je weet dat de opvolger van Innocentius X, Fabio Chigi, na een conclaaf van 80 dagen, tot Alexander VII verkozen, een doodskist naast zijn bed had staan, en een dergelijke schedel op zijn werktafel had liggen, dan voel je de tochtige adem van de pest, de aanslagen, het kortstondige in je eigen nek.

Toch is dit werk van Sweerts iets heel anders: een zelfportret, wellicht, maar een betrapt zelfportret. Net als hij zijn vinger in de neusholte steekt, werd hij verrast, alsof de schilder de macht had om in 1/100 seconde het beeld vast te leggen.
Hij houdt zijn mond lichtjes geopend, zal hij iets zeggen, iets verzinnen als uitvlucht, een grapje maken?
Hij heeft zijn mantel omgeslagen, hij is op reis, op weg. De lucht boven hem is donker en dreigend.

Als analyticus zou mijn vriend de psychiater het hebben over de plaats van de vinger: waarom de neusholte en niet de ogen? Wil hij ons op iets wijzen? (wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht)

En vanwaar die angst?
Ik laat de vragen open.
Weldra neem ik je mee naar Rome waar ik je voorstel aan een vreemde reiziger die nog niet met Michael in verband is gebracht.
Hij heeft de wereld gezien.


meer vragen dan antwoorden (148)

130_df92b05590278b0214c2dcd06ec051bb

In 1656 is Sweerts terug in Brussel en sticht hij er een academie voor jonge mensen, een uitzonderlijk iets in die tijd.
Zijn grafisch werk, het enige dat we van hem kenden, bestond trouwens uit voorbeelden voor jongeren, om ze het vak aan te leren, om ze te leren kijken, te leren schetsen en tekenen.
De academie is geen lang leven beschoren al vind ik nergens bronnen die mij kunnen vertellen waarom.

We vinden hem, na de dood van Innocentius X in 1655, terug in Amsterdam in 1660.
In 1658 is de “Société des Missions Etrangères” gesticht in Parijs, en daar wordt Michael Sweerts een soort lekebroeder om in 1662 in Marseille in te schepen op weg naar het verre Oosten. Hij reist in het gezelschap van twee Franse toekomstige bisschoppen: François Pallu en Pierre Lambert de le Motte die als opdracht hebben apostolische vicariaten in Viet Nam te stichten.
Michael echter verlaat het gezelschap wegens “moeilijk gedrag” en reist door naar Indië waar hij in Goa aankomt en daar in 1664 sterft.

Het beste van zijn werk ontstaat in de korte periode tussen 1655 en zijn dood.

Terug thuis na de stilte in bibliotheken zend ik jullie het prachtige portret van jongen met hoed dat ook de catalogus van de tentoonstelling in 2002 siert.
We weten niet wie hij is en naar waar hij kijkt.
Het licht komt van nergens want de kleur van de achtergrond en zijn kleren vervloeien bijna als een neutrale omgeving. Toch is het een doek vol licht, licht dat in zijn ogen weerspiegelt.
Misschien draait hij zich dadelijk terug naar de schilder, en het is dat nooit nog zichtbare moment dat hij voor mij heeft zichtbaar gemaakt.

Waarom wilde Michael Sweerts naar het verre Oosten? Vanwaar zijn betrokkenheid bij de missions etrangères?
Daarvoor neem ik je weldra mee terug naar Rome.
Bekijk intussentijd dit prachtig portret, en wacht tot onze ogen elkaar weer raken.


zelfportret als man (147)

938_ca76b4925a9a8dba026c06a06a4131d7

Net voor ik afrreis vanuit het overdrukke Rome (je kent mijn afkeer van massabewegingen) dit zelfportret van Michael.
Hij is duidelijk aanwezig.
Bekijk hem enkele dagen want ik wil enkele vreemde documenten onderzoeken in verschillende bibliotheken.

Dat vraagt enige geduldige lectuur en een hoop vertalingen.
Ik bericht jullie over enkele dagen mijn bevindingen.
Liefst was ik naar de staat Goa afgereisd maar dat moet ik wegens verschillende redenen nog even uitstellen.
Tot zaterdag geliefde psychiater en beminde zoon

Silverstein, de reizende

portret van een vrouw (146)

656_a0e432000545bc1fe6e7fec15f4af287

Dit was mijn kennismaking met die geheimzinnige schilder Michael Sweerts. Dit prachtige portret van een vrouw.

In een Engelse bespreking las ik een mooi begrip: zijn niet-betrokken empathie. Moeilijke combinatie is dat. Je op afstand houden en toch ten volle con-passie voelen, mede-lijden. Geen tranerigheid, geen overdreven neerbuigendheid, maar ook geen spot of ironie.
Wie dit beeld bekijkt, heeft geen woorden meer nodig.Ze deed me onmiddellijk aan een aantal mensen denken die ik kende of ontmoet had. Mensen van vlees en bloed. Al was ik niet bij hun lot betrokken, toch had ik datzelfde gevoel van mede-voelen zonder daarom de pretentie te hebben hen te doorgronden. Ze blijven en voor de schilder en voor de toeschouwer net zo mysterieus, ze laten het onderwerp in zijn mysterie bestaan, een kwaliteit die je erg weinig aantreft.

Er bestaan prachtige theorieën over zijn technieken, zijn veelzijdigheid, maar die vervallen allemaal als je dit beeld bekijkt en herkent. De tijdeloosheid heb ik vrijwel bij geen enkele andere tijdgenoot van hem ervaren.
Dat zoveel talent haat en nijd oproept is te verwachten, of zat hij zichzelf in de weg? Kwam al dat medevoelen na een tijdje zijn geestelijke strot uit en besloot hij zijn leven om te gooien?
Of kwam hij in Rome in kontakt met mensen die de wereld hadden gezien en hem Oosterse verhalen vertelden?

In 1656 is hij terug in Brussel waar hij voor jonge mensen een tekenacademie opricht.


de vele gezichten van één man (145)

615_c92fed29d80e8ae7a050080db19767be

Bekijk je zijn zelfportret dan denk je aan Van Dijck (die trouwens op bezoek was bij de broers Duquesnoy waarvan er daarna ééntje om onbekende redenen uit Rome vertrok!), bekijk je man met een kruik dan moet je onwillekeurig denken aan de vrolijkheid van Frans Hals en Gerard ter Borch.
Bezie dan het hoofd van de oude vrouw in het Getty’ s dan roept dat zeker herinneringen op aan Rembrandt.
De lichteffecten verwijzen heel duidelijk naar Caraveggio’s oeuvre, en zijn settings van landschappen kunnen de panorama’ s van Claude zijn.
In de Uffizi zie je zijn zelfportret en dan moet je aan Velasquez of Murillo denken, terwijl Meisje met kap in de Leicester Art Gallery Vermeer zou kunnen zijn.

Wie is toch die veelzijdige man, niet te vangen door herhaling van zichzelf, ondergedoken tot in de 20ste eeuw?
Werkte hij samen met de andere Hollanders en Vlamingen in Rome in de “schilders-bent”, of sympathiseerde hij met de “Bambocciades” naar het woord “Bamboccio, kreupele pop, het spotwoord voor de schilders die gewone mensen verbeeldden in plaats van de heiligen en mytische figuren?
Kijk naar één van hen, de Nederlander Pieter van Laer. Je zult zien dat zijn engel op de grond staat en geen halsbrekende bewegingen in het zwerk maakt.
Of ontsnapte hij ook aan die groepsindeling en bleef hij de zonderlinge en eenzame Sweerts? Zonderling door zijn veelheid aan mogelijkheden en eenzaam door zoveel onuitgesproken of niet uit te spreken verlangens ?


zelfportret als jonge man (144)

150_8cccd33a3fbaaa9aca183f771556c5f7

Waar was Sweerts tussen 1618, het jaar van zijn geboorte in Brussel en 1640, het waarschijnlijke begin van zijn Rome-verblijf?
We weten het niet.
In 1618 excommuniceert de kerkelijke rechter van Doornik de toneelspelers, en een jaar later krijgt Hiëronimus Dusquesnoy de opdracht om voor 50 florijnen een beeldje te maken voor een fontein in de Stoofstraat, het nog altijd bekende “manneke pis”.
Zesendertig jaar later wordt de gevierde beeldhouwer van het hof in Gent gewurgd en daarna op de Korenmarkt verbrand als straf voor “sodomie”. Hij beweerde bij hoog en bij laag dat hij alleen maar naar model had willen tekenen, maar de jonge modellen zelf beweerden iets anders en op de pijnbank legde de beeldhouwer-architect volledige bekentenissen af met het hier boven geschreven gevolg.

Intussen is de Luikse wapenindustrie in volle ontwikkeling, zit de inquisitie van Helmont (geneesheer) op de hielen omdat hij via anatomie zijn studenten inzicht in het menselijke lichaam wil geven, is Rubens in Spanje als diplomaat werkzaam en wordt posthuum het werk van Jansenius gepubliceerd en zal Innocentius X dit werk veroordelen.
Het verdrag van Westfalen wordt in 1648 gesloten, volgens sommigen het prille Europese begin, en schildert jacob Jordaens het laatste ordeel.

Maar dan is Michael Sweerts al een tijdje in Rome.


via margutta (133)

088_0fa1922c511acb21a5340e2ccd1d6ff5

Sprak ik in mijn vorige aflevering nog over Fellini, hier is dan de synchroniteit zou Carl Jung zeggen.
Want in deze (nu mondaine) straat woonde de schilder Giordano Bruno, de dichter d’ Augusto Jandulo en filmde…Federico Fellini onderandere La dolce vita.

Tussen 1646+ en 1651 vinden wij zijn naam in Italiaanse verbastering “Michile Suarssi” in het bevolkingsregister van Santa Maria del Populo waar hij waarschijnlijk al van 1640 woonde in de via Margutta.

Zijn Vlaams-Hollandse naam (en dat voor een Brusselaar!) Michael Sweerts.


waar een vrouw is, is een weg (132)

612_22b7929a457afddc4e67f89a3365bc27

Het grapje in de Romeinse pubs was een naamspeling: olim pia, ooit godvruchtig, met de nadruk op ooit.
Olimpia Maidalchini, weduwe van de broer van de paus en mama van kunstmecenas Octavio Pamfili, werd met evenveel zwier “de pausin” genoemd.
Haar portret, gebeeldhouwd door Algardi (dezelfde die de beul beeldhouwde eerder al gebruikt in mijn correspondentie) spreekt trouwens boekdelen.
Zij was de persoon waarlangs je tot bij de paus zelf kon geraken, je kunt dus wel denken hoe ze met cadeau’ s werd overstelpt.
Ze zou een soort wet hebben afgekondigd op 30 augustus 1645: bij grote plechtigheden mochten hoeren zich in een karos laten rondvoeren, gezien de geschenken die ze van een van hen had ontvangen. Maar of dit werkelijkheid was ofwel uit een scenario van Fellini komt, weet ik niet.

Wel weten we dat ze bij de dood van haar oom in 1655 de pauselijke vertrekken leeghaalt en geen oog heeft voor het ontzielde lichaam van de kerkvorst.
Als de bedienden haar wijzen op haar plicht om voor de overledene minstens een kist te kopen en de begrafenis te regelen, zegt ze: ‘Ik ben maar een arme weduwe, meneer.’.
Zo komt de arme dode Innocentius in een hok terecht waar metselaars hun gerief wegleggen, en omdat één van de bedienden het niet meer kan aanzien, plaatst hij een kaars achter het lijk en zorgt hij voor een kist.

De prinses van Sint Martino al Cimino, dat was de titel die haar oom haar had gegeven, had in dat dorpje alles al klaar gemaakt voor haar eigen begrafenis.
Ze hadden een sjiek paleis op de plazza Navona (plaats die we inderdaad aan haar te denken hebben met de hulp van Bernini natuurlijk) waar nu de Braziliaanse ambassade huist, maar mevrouw zelf liet naast de kathedraal van S. Martino haar eigen paleis optrekken, rechtstreeks verbonden met de kerk door een bijzondere trap (cordonata) met bijzonder korte trapjes die aan het palazzo Barberini deden denken.
Het wapen van de paus: 3 Franse lelies en daaronder een duif uit de ark van Noah met palmtakje in de bek, vind je nog boven de kerk en in het marmer van Sint Pieters.
In haar voordeel moet vermeld worden dat ze het hele dorp liet vernieuwen.
De piazza Navona en de villa Pamfili zijn naast deze verhalen haar nalatenschap.

En nu keren we terug naar de dag dat hij, de schilder met de vele geheimen, in Rome aankomt.


politiek en paus (131)

176_207f67fa0593cbe1db0898fa5c593153

Velasquez schilderde zijn portret, en in 1953 is er ook een versie gemaakt door Francis Bacon.
Innocentius X.
Ik vertel jullie eerst over hem want daar komt mijn geheimzinnige schilder terecht na zijn 28 jaren totaal onbekend leven.
Er is over pausen al veel zin en vooral onzin geschreven, en mijn diverse bronnen spreken dan ook elkaar voortdurend tegen.
Vast staat dat hij een soort tussenkandidaat was die zowel bij de Fransen als bij de Spanjaarden genade vond.
Landen die op dat ogenblik met elkaar in voortdurende oorlog waren.
Zijn voorganger Urbanus VIII had hem al naar beide landen gestuurd, daarna was hij latijns patriarch van Antiochi먨benoemd en werd hij nuntius in Madrid.
Zijn tegenstanders noemden hem de lelijkste paus van de geschiedenis, maar dat kan ook uit nijd en jaloezie zijn want deze Giambatista Pamfili was al op zijn twintigste advokaat en werd later een gewaardeerd jurist zodat hij wel iets wist van zakelijke ondernemingen en onderhandelingen.
Omdat Mazarin zich verzette tegen de Spaanse kandidaat waren de Fransen wel akkoord met een man met Spaanse sympathieën, en voilà zo werd hij in 5 september 1644 tot Innoncentius X als paus gekozen.

De vorige pausen waren uit de nobele familie van de Barberini’s gekomen en nu met hun hulp de Pamfili’ s aan de macht kwamen, voelden ze zich veilig. Dat duurde niet lang want Innoncent vervolgde hen onmiddellijk wegens verduistering van kerkgelden en de Franse koning moest tussenbeide komen zodat de Barberini’s weer terug naar hun rijkelijke bezttingen konden.
De schoonzus van Innocent X, ene zekere Olimpia Maidalchini, was de moeder van Camillo Pamfili, en hij was het die als kunstkenner en verzamelaar onze schilder zou aantrekken.
Maar dan moeten we zeker nog een verhaal kwijt over Olimpia die de bijnaam “papessa”, de pausin kreeg.

Het waren turbulente tijden, net zoals nu overigens.


wat ons verbindt (130)

983_3703b88baa43af428748f7b39bc1a03a

Mijn reis voerde me even dichter naar jullie, maar via Zwolle ben ik even later weer op weg naar Rome, al zal het gezelschap eerder paus Innocentius X zijn, gelieerd met prins Camillo Pamphilj, zijn neef overigens en bevorderaar van de schone kunsten net zoals de grote Deutz familie waarvan je hier de zoon al ziet afgebeeld.

Ik kwam bij mijn nieuw verhaal via de zeven werken van barmhartigheid, een woord dat net zo ouderwets als het begrip “inlevingsvermogen” schijnt te zijn.
Nu de heiligen weer wakker worden schaar ik mij aan de kant van de degenen die het wel goed voorhebben maar duidelijk meer bij de zondaars dan bij de rechten in de leer horen.
Ik heb hoe dan ook op barmhartigheid te rekenen, en als ik even verder kijk dan mijn overigens dikke neus lang is, hebben we dat allemaal.
Die zeven werken uit de prachtige bergrede brachten mij bij een zeer raadselachtige figuur.
Het is alsof dit portret van zijn hand het al voorspelt: pas op, denk niet te vlug dat je mij begrijpt, ik ben ik, en al bijna 350 jaar dood, en pas in deze eeuw hebben ze ontdekt dat ik schilderijen heb gemaakt, en veel meer dan men in de 17de eeuw dacht.
Een detectivestory beloof ik jullie, maar tegelijkertijd verklap ik al het einde: er is geen dader, geen slachtoffer, er zijn zoals steeds alleen maar verliezers.

Kijk maar naar dit mooie portret, want het is de jonge Deutz, zoon van de de rijkaards die met de handel in pek en teer een foruin verwierven in het toenmalige Holland. Pek en teer, het doet me denken aan jullie berichten over de besmeurde muren. Zo zie je maar dat het toeval weer moeiteloos 400 jaar overbrugt.
Dat juist zij de zeven werken van barmhartigheid bestelden, pleit voor hen en gaf de hoofdpersoon in dit verhaal weer eens wat bewegingsmogelijkheden, want stil heeft hij niet gezeten, de hoog getalenteerde man die notabene zelfs in Brussel werd geboren uit een familie van handelaars in kleren en linnen en dan naar Nederland ging wonen en of werken, dat mag je raden want van de eerste 28 jaren weten we NIETS. Als ik je dan nog vertel dat hij in India stierf in 1664, dan begin je je waarschijnlijk vragen te stellen.

Kijk nu naar de geheimzinnige sfeer waarin hij de jonge Deutz penseelde, en let vooral op de ogen en de vreemde houding.
Als ik de grote “Dictionary of Painters and Engravers van Bryan opensla, boek in 1905 in New York verschenen, dan lees ik: “His pictures have dissappeared”.Dus tot dat jaar waren er alleen etsen van zijn hand bekend, en hij moest tot en met 1958 wachten op de eeste tentoonstelling van zijn schilderswerk, en pas in 1996 was er een student, Rolf Kultzen die een thesis schreef over de intussen terug gevonden werken van mijn hoofdpersoon.

Vandaar het verbaasde gebaar van dit schilderij? Of is er nog meer aan de overigens prachtige hand?


loterijbriefje (129)

704_9fe146f60005eb2a8f224624a4017316

Hierbij een loterijbriefje uit Nederland.
Een loterijbriefje uit de zestiende eeuw: de prijzen staan erbij afgebeeld, zilveren bekers, contant geld, kortom aanlokkelijke prijzen.

het doel van deze tombela: ten behoeve van die arme Crancksinnighe Menschen binnen der stede Amstelredamme.
Van de opbrengst zou een nieuwe vleugel aan het “Dolhuis”, het krankzinnigengesticht, moeten worden opgetrokken.
Op de bovenste helft van het briefje zie je het gebouw, met links de nieuwe vleugel.

Misschien moeten wij dat ook maar eens doen.
Of is er al prijzengeld zonder dat je moet winnen met de lotto?

Ik kan er best wat gebruiken al was het maar om de buitenmuren van ons huis proper te houden.
Ook al kun je nog niet zonder fouten schrijven, doe het niet op de muur maar schrijf dan minstens een brief met naam en adres eronder aub.
De Cranksinnighen zijn U dankbaar en bedanken al de redakties van diverse televisiestations die zo goed zijn geweest de kribbelaars de weg te wijzen, want stel je voor dat je je schrijfsels op een verkeerde muur zette!

De bewoners van het Dolhuis
(met dank aan Silverstein voor het gebruik van zijn blog)


vlaamse gaaien (128)

962_1bfd7bd954336ea524f4b289ef2f6d89

Ze kunnen luid schreeuwen waardoor ze de dieren in het bos waarschuwen als er gevaar in aantocht is.
Maar in het voorjaar kunnen ze ook heel aardige zangerige geluidjes maken, die men bij het horen eerst vaak niet zo gauw kan thuisbrengen.

Herkenning: Rug, buik en borst zijn rozebruin, stuit helder wit, baardstreep zwart en de bekende vleugeldekveertjes lichtblauw met fijne dwarstreepjes.
De gevlekte kuif die hij bij irritatie tot een wilde pruik kan opzetten, geeft hem een indrukwekkend uiterlijk.


GARRULUS GLANDARUS

In allerlei kranten en programma’s vind je hen, de Vlaamse kampvuurvrienden.
Hun luid geschreeuw in monkellach gecamoufleerd.

Met aardige zangerige geluidjes
hengelen zij naar de gunst van kijk- en luisterdier.

Als uitgegroeide Kuifjes sturen ze hun Bobbie op ons af.

Overstelpt met vieze likjes en flauw gegrom
buig ik diep het hoofd voor zoveel schranderheid.

De Vlaamse gaai is een beschermde soort.