koppel

Februari 1802
In een brief aan zijn broer schrijft Philipp Otto Runge:

“Wij staan op de rand van de al de godsdiensten die aan het katholicisme ontsproten.
De abstracties verdwijnen, alles wordt meer etherisch en lichter, alles komt samen in het landschap.
We proberen iets te onderscheiden in dit floeë, zonder te weten wat we ermee aan moeten.
Kunnen we geen hoogtepunt vinden in deze “art nouveau”? – die Landschaftmalerei, de kunst van het landschap om ze een naam te geven.
Een mooier hoogtepunt wellicht dan degenen die eraan vooraf gingen?
Ik wil mijn leven in een artistieke cyclus gieten.
Als de zon verdwijnt en de maan de wolken met goud bekleedt, dan zal ik de loop der geesten vastleggen.
Als we niet de mooiste periode van deze kunst kunnen beleven dan zullen we ons leven wijden aan het werkelijk opwekken ervan en ze in waarheid beleven.”

Hij zal huwen in april 1803 met Pauline Bassenge en ze zullen samen vier kinderen hebben.
Het laatste kind zal één dag na zijn overlijden geboren worden.
Hij heeft nog een kleurenleer ontwikkeld (1808), met Goethe gecorrespondeerd en Brentano ontmoet.
Hij is 33 geworden.

Brentano schrijft:
“Ween niet om zijn vroegtijdige dood. Hij heeft niet geleefd: hij was een dageraad.”

Kijk naar het raadselachtige werk dat ik je gisteren meestuurde.
Als tegengewicht zend ik je vandaag het mooie portret dat hij van zijn ouders maakte.
Cezanne schreef over zijn werk:
“Hij was op weg naar het Primitieve dat hij ontdekt had.”
Vergeten in de 19de eeuw werd hij herontdekt in de 20ste en zowel bij die Blauen Reiter als bij Schlemmer, Paul Klee en Kandinsky kun je zijn invloed vinden.
Alsof al de kracht in zijn korte leven was samengebald om over de rest van de negentiende eeuw tot bij ons te springen.

In het pas verschenen boek “L’ orgasme et l’ Occident, une histoire du plaisir du XVIe siècle à nos jours” editions Seuil, citeert Robert Muchembled Max Weber.
Hij ziet in de protestantse ascese het actieve princiepe van de kapitalistische moderniteit.
Wellicht hebben enkele vroege geesten een andere weg gezocht waarin de naarstigheid in dienst van de bijna onmogelijke eenheid tussen het goddelijke en de wereld werd gebruikt.
We hebben elkaar al geschreven over Henri James en het verbaast me dus ook niets dat de filosofische werken van zijn broer William (1842-1910) weer volop in de aandacht komen.

Of hoe hij de draad weer opnam en dit opnemen pas een eeuw later duidelijk wordt.
Misschien hebben we steeds een eeuw nodig om de vroege geesten te ontdekken.
Laten we intussen van hun vormen en kleuren genieten of hun geschriften lezen zodat we de tijd vertragen, ja zelfs terugkeren naar die plaatsen waar Ariadne voor Theseus het labyrint toegankelijk maakte.
“L’ experience pure” om het in ‘t Frans met William James te zeggen, polyglot als hij was in alle betekenissen van het woord.