bij wijze van oefening (6) (455)

+709_3df9d6b62c2a170fa41a4a720a8a9213

In zijn essay “bolwerken van eenzaamheid” opgenomen in de bundel “de alledaagse onwerkelijkheid” (Bert Bakker, A’dam 1985) schrijft Umberto Eco erg grappige en revelerende zaken over de kopie, over de hyperrealiteit .
Op een trip door de States is hij op zoek naar de “the real thing”, een term overigens van Coca Cola, en naar het begrip “more” (denk aan een vervolg dat daar ‘more to come’ heet).

Meesters van de kopie treft hij aan, en zelfs van die kopie die de werkelijkheid overbodig maakt.
Venetiaanse paleizen en klassieke beeldhouwwerken, zeven versies van het laatste avondmaal van Da Vinci, het Movie land wax museum waar je een besneeuwde steppe betreedt op die plaats waar Lara en dokter Zhivago uit de arrenslede stapten en waar de temperatuur inderdaad onder nul wordt gehouden, het zijn maar enkele merkwaardige voorbeelden van onze drang om “the real thing” voor te stellen met alles erop of eraan.

“De reproductie wordt belangrijker dan het origineel.
De kopie van een Romeins beeld dat op zijn beurt al een kopie van een Griekse creatie was.
Het zegt natuurlijk iets van onze gulzigheid om het heden tot verleden te verteren.
De prehistorie klasseert immers de songs uit de jaren negentig al in dat verre verleden, en weldra zullen er uitzendingen mogelijk zijn waarin de voorbije dag wordt gereconstrueerd voor degenen die er op dat ogenblik niet bij konden zijn.

Het zegt natuurlijk ook iets van onze angsten om het heden te beleven.
Het nu, deze winternacht tussen 18 en 19 januari 2005 wordt door mij gebruikt om jou, beste reisgezel, dit bericht te sturen waarin ik een kopie van mijn werkelijke belevenissen in tekst tracht te verstrekken.
Ik vertraag met opzet de tijd om te kunnen nadenken over het verschijnsel kopie maar moet dat doen bij middel van kopies zowel op tekstueel als op picturaal gebied.
Daardoor echter kan ik je heel vlug bereiken en deelgenoot maken aan mijn gedachten en vragen.
Zoals de uitvinding van de drukkunst is het internet een niet te beschrijven mogelijkheid om ideeën, inhouden, bibliotheken in ieders hoofdbereik te brengen.

Het kopiëren van oude handschriften, het manueel verluchten van boeken, was een eerste stap om de schatten van de voorbije tijd te bewaren, over te leveren en als onderzoeksmateriaal te gebruiken.

Toen kwam de boekdrukkunst.
De machthebbers waren er niet mee opgezet, want door dit kanaal verspreidden de vrije gedachten zich, kwamen wetenschappelijke ontdekkingen en ‘ketterijen’ in handbereik van menigeen. (mooi woord: menig-een)

De mogelijkheden van de computer, inzonderheid het internet gaan nog veel verder.
Was de bibliotheek al een aansporing tot persoonlijke ontwikkeling, nu is er werkelijk geen uitvlucht meer om je aan de geestesverworvenheden van vroeger en nu te onttrekken.
En ook nu zijn de machthebbers er niet mee opgezet.

Net als in de 14de-15de eeuw het gedrukte woord als gevaarlijk werd voorgesteld, worden nu mythologische verdorvenheden aan het net toegedicht en uitvoerig belicht.

Don Quichot werd al verweten dat hij zwakzinnig was geworden door een te veel aan lectuur, terwijl de hedendaagse wijsvingertjes de ziel voor de donkere kanten van het net willen bewaren terwijl ze niks anders dan de macht willen behouden.
“The real thing” weet je wel, dat is wat je zoet houdt en niet wat je wakker maakt en tot denken en overdenken aanzet.

De spiegel.
Het ontdekken van jezelf.
Het spiegelen: wat rechts is wordt links en omgekeerd.

De relatie van spiegel en kopij is inniger dan wij wel vermoeden.
Willen onze genen overleven en zwerven wij tussen de geneugten en zogenaamde instinctieve gevaren van de menselijke reproductie, we zijn nog steeds meer Narcissus dan zelf-analyticus.

Het oude sprookje “spiegeltje, spiegeltje, wie is de mooiste van het land?” wil dat de kopie van ons armzalige zelf de utopie dient waarin verval en eindigheid onbestaande zijn.

De spiegel is Disneyland.
Het beeld van de utopische sprookjesstad die een kopie van een droom moet voorstellen.

In mijn schilderij zoekt de Nederlander Gerard ter Borch naar diezelfde spiegeling, goed wetend dat het portret in de weerkaatsing niet dat van Dorian Gray is, maar het gezicht waarin de tijd zijn tekens zet, iets wat op onze oorspronkelijkheid wijst want kopieën verouderen nooit.