La Russe (2) (444)

738_5bd8ab0eb329e374ed241efe65dc0162

“During my absence a little negro boy was engaged, who will go out with the carriage. I cannot look through the window.
I can’t bear this pale foliage, this red earth, this heavy atmosphere!
So Mamma said that we will stay in Paris! Heaven be praised!”

(uit haar dagboek)

Maria Bashkirtseff was een fervente dagboekschrijfster.
Het zijn deze dagboeken en hun diverse uitgaven die haar berucht en bekend hebben gemaakt na haar kort leven en lange zwerftochten.
Vierentachtig geschreven delen zijn er bewaard in de Bibliotheque Nationale in Parijs.
Wat ervan is gepubliceerd is meestal ingekort en…sterk gecensureerd. (uitgezuiverd heet dat dan)
In het Nederlands verscheen bij Bruna: “Waarom zou ik liegen?”

In 1911 verscheen er zelfs een parodie op haar leven en werk:
“Sorrows of a Super Soul: or the Memoires of Marie Mushenough geschreven door Stephen Leacocok en recentelijk was er nog een theaterbewerking door Alleggria van de briefwisseling tussen Marie en Guy de Maupassant.

vendredi 18 juillet 1877

” Je serais si fâchée si l’on croyait que j’écris des Oh ! et des Ah ! par affectation.
Je ne sais pas pourquoi j’imagine qu’on ne me croit pas, et alors, j’assure, je jure, et c’est, tout en n’étant pas agréable, assez bête.
C’est que, voyez-vous, je veux changer, je veux écrire très simplement, et je crains qu’en comparant avec mes exaltations passées, on ne comprenne plus ce que je veux dire.”

U gelieve de korrel zout meteen over deze woorden te verstrooien.

In 1884 schildert ze het hierbij gevoegde doek “The Meeting”.
Ze haalde er geen prijs mee maar het werk werd door de Franse Staat aangekocht en er werden talrijke lithografieën en gravures van verspreid.
(je kunt zelfs een mooie 19de eeuwse mezzogravure ervan in de winkel van Baumgarten kopen)

Dit mooie werk kwam al dadelijk in opspraak omdat het in stijl en uitwerking wel heel erg leek op de doeken van haar leermeester “Jules Bastien-Lepage. (Pas mèche, bijvoorbeeld, 1882)
Ook met haar doek “Jean and Jacques” kreeg ze de kritiek over zich heen omdat de manier waarop ze beide kinderen schilderde helemaal in de trant van de door haar bewonderde Jules zou zijn geweest.
Ze wees verontwaardigd elke suggestie van “assistentie” af.

In de Meeting schildert ze een groepje straatkinderen in een erg naturalistische en toch geënsceneerde manier.
Zowel in haar tonaliteiten als in haar compositie en dramaturgie staat het werk los van elke stroming die in 1884 opgeld maakte. (zoals het impressionisme, symbolisme, enz.)
Er is heel wat interactie in het groepje kinderen, niemand poseert, ze zijn goed geregisseerd maar komen heel direct over.

“vendredi 1er août 1884
Quand je vous servirai des phrases attendries, ne vous y laissez pas trop prendre.
Des deux moi qui cherchent à vivre, l’un dit à l’autre :
– Mais, éprouve donc quelque chose, sapristi ! – et l’autre qui essaie de s’attendrir est toujours dominé par le premier, par le moi-spectateur qui est là en observation et absorbe l’autre.
Et ce sera toujours comme ça ?
Et l’amour ?

Een mooie vraag om mee te eindigen, maar ik beloof je, beste reisgenoot, morgen meer, zoals dat hoort in de Liefde.


La Russe (1) (443)

956_69f5bbfc1a4e0500f27bddc34b05d919

De avontuurlijke lussen van mijn virtueel museum brachten me via sint Jan bij een vreemde maar boeiende vrouw-schilder-beeldhouwster: MARIA BASHKIRTSEFF.

Een leven veel te kort om waar te zijn dus let op de mythologie, maar wat er aan konterfeitsel van haar overblijft is alvast de moeite al is ook dat werk met vraagtekens omgeven.

Beginnen we niet met het begin, maar laat ons al dadelijk naar de academie Julian gaan in Parijs, einde jaren 1870 waar het hier bijgevoegde doek haar eindwerk was om in het jaarlijkse salon de grote prijs in de wacht te slepen.

En nu zijn we weer bij het Sint Janneke waar ik het in eerdere bijdragen over had.
Je ziet hem staan poseren omgeven door schilderende dames van de academie, haar collega’ s en mede concurrenten.
In het atelier Julian studeerde ze onder leiding van Tony-Robert Fleury en later met Julien Bastien-Lepage.

Een Poolse medeleerlinge beschrijft haar in de Cosmopolitan als volgt:

“I met Marie Bashkirtseff at the end of 1878 at Julian’s studio, in Paris, where she was already counted among the ‘ strong pupils ‘.

I remember the impression she made upon me on my first day in the studio; it was on Monday morning, when the model was chosen and posed for the whole week. The girls, greatly excited, were deliberating, voting and quarrelling, and amidst the noise, very bewildering to a new comer, I heard the words: ‘Oh! la Russe! Bonjour, la Russe! ‘
That name was not very pleasant to my Polish ear, but in the studio we were all on neutral ground, so I looked at Marie Bashkirtseff ‘for she was la Russe’, in a kind of neutral way. I saw a girl, rather short and stout, in a large black blouse, opened in front, with an open collar ‘ à la Van Dyck ‘.
Her hair, arranged in a loose knot, was of a pretty warm blonde colour, her complexion very fair, but the short nose and the somewhat high cheekbones were those of a Tartar, and the abrupt, even rough movements reminded me of a Russian gendarme in miniature.
Her voice, when she answered ” Bonjour, Mesdames “, seemed hoarse, and her face wore a striking expression of scorn and anger very strange in one so young.”

Deze merkwaardige vrouw werd in 1859 (en niet 1858 zoals velen beweren!) in Poltava, Oekraïne, Rusland, geboren.
Haar familie behoorde tot de “kleine” adel”.
Haar ouders waren van elkaar vervreemd en zo reisde ze met haar grootvader, moeder, broer, zus en neef naar Nice waar ze zich in 1872 settelden. (er was daar een grote Russische immigratie)
Haar opvoeding kreeg veel aandacht, en vanuit Nice werden reizen naar Rome, Florence en Napels gemaakt.
Als veertienjarige werd ze hevig verliefd op de Duke of Hamilton die echter haar liefde niet beantwoordde, en is er iets mooier dan liefdesverdriet om in Parijs terecht te komen en daar dan de Academie Julian te bezoeken.

“I soon perceived that she was not liked in the studio.
The girls were whispering about an unhappy love affair which made her become an artist. (I wondered how the story could have started, for certainly she gave her confidence to no one in the studio.)
She was considered eccentric, of bad temper and even rude.
This last criticism from the girls seemed to me quite absurd. ‘ Why. ‘ I asked, you do not mean that you consider yourselves to be paragons of refined politeness?
” Oh! ” they answered; one can say anything when joking, but we never hurt each other’s feelings.
Then, they related, how in a moment of passion, she has said to a comrade :
‘ People of such low extraction as you! ‘
The class never pardoned her for that.
They did, however, acknowledge that she was a hard worker, a great compliment among the students.
She was ranked among the best of those who drew well, but there was no enthusiasm about her, as about the other leaders, whose advice and criticism were eagerly sought, and whose success received such hearty acclamations and applause. It was really astonishing how little jealousy there was in our studio.

Aldus haar Poolse collega studente aan de academie.

En zo zijn we terug bij Sint Jan.
In de vorm van een aardig joch poseert hij voor de schilderende dames, en het is Marie die op haar beurt hen in beeld brengt.

Wordt zeker vervolgd.