956_69f5bbfc1a4e0500f27bddc34b05d919

De avontuurlijke lussen van mijn virtueel museum brachten me via sint Jan bij een vreemde maar boeiende vrouw-schilder-beeldhouwster: MARIA BASHKIRTSEFF.

Een leven veel te kort om waar te zijn dus let op de mythologie, maar wat er aan konterfeitsel van haar overblijft is alvast de moeite al is ook dat werk met vraagtekens omgeven.

Beginnen we niet met het begin, maar laat ons al dadelijk naar de academie Julian gaan in Parijs, einde jaren 1870 waar het hier bijgevoegde doek haar eindwerk was om in het jaarlijkse salon de grote prijs in de wacht te slepen.

En nu zijn we weer bij het Sint Janneke waar ik het in eerdere bijdragen over had.
Je ziet hem staan poseren omgeven door schilderende dames van de academie, haar collega’ s en mede concurrenten.
In het atelier Julian studeerde ze onder leiding van Tony-Robert Fleury en later met Julien Bastien-Lepage.

Een Poolse medeleerlinge beschrijft haar in de Cosmopolitan als volgt:

“I met Marie Bashkirtseff at the end of 1878 at Julian’s studio, in Paris, where she was already counted among the ‘ strong pupils ‘.

I remember the impression she made upon me on my first day in the studio; it was on Monday morning, when the model was chosen and posed for the whole week. The girls, greatly excited, were deliberating, voting and quarrelling, and amidst the noise, very bewildering to a new comer, I heard the words: ‘Oh! la Russe! Bonjour, la Russe! ‘
That name was not very pleasant to my Polish ear, but in the studio we were all on neutral ground, so I looked at Marie Bashkirtseff ‘for she was la Russe’, in a kind of neutral way. I saw a girl, rather short and stout, in a large black blouse, opened in front, with an open collar ‘ à la Van Dyck ‘.
Her hair, arranged in a loose knot, was of a pretty warm blonde colour, her complexion very fair, but the short nose and the somewhat high cheekbones were those of a Tartar, and the abrupt, even rough movements reminded me of a Russian gendarme in miniature.
Her voice, when she answered ” Bonjour, Mesdames “, seemed hoarse, and her face wore a striking expression of scorn and anger very strange in one so young.”

Deze merkwaardige vrouw werd in 1859 (en niet 1858 zoals velen beweren!) in Poltava, Oekraïne, Rusland, geboren.
Haar familie behoorde tot de “kleine” adel”.
Haar ouders waren van elkaar vervreemd en zo reisde ze met haar grootvader, moeder, broer, zus en neef naar Nice waar ze zich in 1872 settelden. (er was daar een grote Russische immigratie)
Haar opvoeding kreeg veel aandacht, en vanuit Nice werden reizen naar Rome, Florence en Napels gemaakt.
Als veertienjarige werd ze hevig verliefd op de Duke of Hamilton die echter haar liefde niet beantwoordde, en is er iets mooier dan liefdesverdriet om in Parijs terecht te komen en daar dan de Academie Julian te bezoeken.

“I soon perceived that she was not liked in the studio.
The girls were whispering about an unhappy love affair which made her become an artist. (I wondered how the story could have started, for certainly she gave her confidence to no one in the studio.)
She was considered eccentric, of bad temper and even rude.
This last criticism from the girls seemed to me quite absurd. ‘ Why. ‘ I asked, you do not mean that you consider yourselves to be paragons of refined politeness?
” Oh! ” they answered; one can say anything when joking, but we never hurt each other’s feelings.
Then, they related, how in a moment of passion, she has said to a comrade :
‘ People of such low extraction as you! ‘
The class never pardoned her for that.
They did, however, acknowledge that she was a hard worker, a great compliment among the students.
She was ranked among the best of those who drew well, but there was no enthusiasm about her, as about the other leaders, whose advice and criticism were eagerly sought, and whose success received such hearty acclamations and applause. It was really astonishing how little jealousy there was in our studio.

Aldus haar Poolse collega studente aan de academie.

En zo zijn we terug bij Sint Jan.
In de vorm van een aardig joch poseert hij voor de schilderende dames, en het is Marie die op haar beurt hen in beeld brengt.

Wordt zeker vervolgd.