bericht aan de terugkerenden (4) (475)

Zonder aarzelen haasten we ons drieduizend jaar verder.
Weinig gekend en dus weinig gesmaakt is de Islamitische kunst die al een grote schoonheid en verfijning bezat toen wij nog bezig waren met een veeldimensionele god in ééndimensionele afbeeldingen in te kleuren.

Deze bronzen leeuw uit de 10de eeuw na Chr. is een parfumbrander.
Het metaal is koud bewerkt, dat kun je zien aan de gegraveerde versieringen.
Prachtig stilering eigen aan de ateliers van Khurasan, tijdens de tijd van de saldjuqiden.
Kijk naar de kleine driehoekige neus, de oortjes die de lynx-oren voorstellen, de gegraveerde snorharen, en de blauw turkooizen ogen van glaspasta.

Er staat ook een wens op: Goddelijke genade, geluk, roem, een lang leven.
De taal is het driehoekige Koefische geschrift.

In het Metropilitan in New York staat een dergelijke parfumbrander (deze komt uit het Louvre) en die is van 1181.

Al komt de leeuw weinig voor in deze Islamitische landen toch werd hij er gebruikt als symbool voor macht, de moed en is hij het symbool van de heersers.
Ook verwijst hij naar de Leeuw uit de astronomie, een kunde die in het Oosten in hoog aanzien stond.

Kennen wij in onze religie de heilige geuren alleen in de wierook in de kerk, in de Islamitische beschaving was parfum erg in zwang.
Er waren de kleine flesjes met rozenwater of oranjebloesem-extracten, maar ook de wierookbranders waarin men bijvoorbeeld naast wierook ook aloé-hout liet smeulen.

De zinnelijke kant van deze beschaving mag nu wel ontkend worden of te weinig in de aandacht gebracht zijn, maar je moet er maar de verhalen van 1001 nacht op nalezen om te weten dat zij een rijkdom aan sensuele ervaringen inhoudt die de ziel op hoger niveau konden brengen.

Vaak brand ik de zuivere wierook voor de afwezigen, of voor het prachtige beeldje van Moureau’s Amor Vincit.

In deze koude lichtende winterdagen (bleak midwinter: de bleke midwinter) zie ik het zonlicht rond drie uur in de hoek van de kamer binnenkomen.
Het is gelig strijklicht dat langzaam afdaalt naar het leder van de zetels en dan in de vroege duisternis zachtjes oplost.

Ik associeer het vaak met de geuren van nat hout of de geur van de cederhouten potloden die je tegemoet komt als je de blikken doos opent.

Nu de vijver bevroren is, golft het licht niet op de wanden. Het is droevig strak uitgesmeerd, zwak nog, maar als ik het woord teer mag gebruiken (van teder) dan is dat de beste benadering.

Geuren en licht.
Ik haal een mooi stuk uit onze collectie en zet het in dat licht.
Een vaas, zilver of mooi glas.
Ik kijk.
De tijd lost op.
Als wierook.
De echte kracht van de Leeuw.