le paradis, jamais perdu. (6) (461)

331_0e800c607bd1dd46433b189e063cd753

Dit is een van zijn eerste gouaches.
1966, het jaar dat hij zestien zou worden.

Het is er niet rustig.
We zijn nu bij de piano van Brahms aangeland.

Toen hij vijftien was, zei de gymleraar tegen de klas:
“Faucon, il n ‘est pas si fou que ça.”

Zijn schoolresultaten verbeteren, hij leert de literatuur kennen maar hij blijft zichzelf een ‘uitvinder’ noemen.

“Je voulais être inventeur.
Je fabriquais, des engins roulants, des cabanes, je faisais de la pâtisserie.”

De keuken zal in zijn foto’s in allerlei aspecten aanwezig zijn.

Maar op diezelfde leeftijd beleeft hij zijn eerste grote liefde.


le paradis, jamais perdu (5) (460)

274_41592638ab5a15ca3dfe7bb34b2fcbeb

Wandel je met mij mee door de nacht?

O Tod, wie bitter bist du, van Reger.

Een foto uit dezelfde serie.

Balançoire sur le chemin.

Van Tatié, zijn grootmoeder heeft hij schildersgerief gekregen toen hij veertien werd.
Zij denkt dat hij schilder zal worden.
Schilderen is als muziek schrijven of gedichten maken: je probeert een steeds grotere leegte in te kleuren (niet te vullen, dat is wel wat veel gevraagd.)
Je bedekt de wanden met kleuren zodat ze minstens niet zo hol meer weerklinken.

Ik denk steeds aan Scarlatti als ik avondkleuren zie.
Zijn sonates voor klavecimbel: elke melodie probeert de volgende met zijn binnenkant te ondersteunen.
Ze worden ruimte voor elkaar.

De schommel ligt op de weg.
Waar is de jongen die schommelde tussen zijn kinder- en jongenstijd?
Kijk goed, het is een schommelschuitje voor twee personen.