dyn003_original_570_700_jpeg_20344_1e3e71ba4d6c9736aabee3d98a39075b

Beste Theodore,

De schilder van het dure bruggetje, de passerelle, Hubert ROBERT (1733-1808) werd ook ‘Ruïne-Robert’ genoemd, vanwege zijn grote voorliefde voor ruïnes en grote donkere ruimten zoals monumentale schuren, de binnenkant van het Colosseum of het duister van een grot.

dyn003_original_333_512_jpeg_20344_5f99b1b883e6647a046139a781dc037b

Dat zijn opleiding -tegen de wil van zijn ouders, dat hoort zo- door de barokke beeldhouwer Michel-Angelo Slodtz werd verzorgd was alvast één pijl in de goede richting, en dat hij deze jongeman introduceerde bij de Romeinse Paolo Panini was alvast een tweede indicatie want zijn invloed bleef levenslang voel- en zichtbaar.

Deze Robert des Ruïnes was in Rome werkzaam met Jean-Honoré Fragonard met wie zijn late-rococostijl deelde.

Dat hij meer en meer zijn verbeelding liet werken en zijn ruïnes vaak niet eens bestonden tenzij in zijn rijke verbeelding maakte hem, Panini en de visionaire architect Giovanni Battista Piranesi enorm populair in de kunstwereld van die dagen.

En toen Diderot Roberts werk zag op het salon van 1767 zegde hij:
‘De ideeën die deze ruïnes in mij wakker maken zijn groot van aard.’

Later werd de schilder de designer van Lodewijks XVI’s tuinen en de behoeder van zijn prentenkabinet.
Toen Parijs einde van de 18de eeuw zijn oude wijken en krotjes die op bruggen stonden begon af te breken was hij een trouw chroniqueur van deze afbraak.

Tijdens de Franse revolutie zat hij even in de gevangenis (wie toen niet?) en later werd hij een van de eerste curators van het Louvre, dat geschenk aan het volk.

Ik hou van zijn werk omdat hij de landschappen en taferelen vaak verbeeldt, hij is een van de eerste schilders die het onderwerp van binnenuit benadert zonder zich om de uiterlijke werkelijkheid te bekommeren.

Hij loopt de romantiek vooruit, hij beschouwt het verval als een mooi onderdeel van het kunstwerk, en dat is het ook.
Telkens ik door steden kom, overvalt mij vaak het zelfde gevoel: ik zie de ruïnes van de OLV-kathedraal, van de Craybeckx-tunnel, kortom in elke schoonheid is het verval een noodzakelijk deel.

Als Westerlingen verbloemen wij het verval. Het jaagt ons angst aan.
Ik hoorde daarstraks Boeddhistische vrienden praten over de innerlijke schoonheid waarin het sterven geen ongelukkige gevoelens oproept, maar als een wezenlijk deel van de verschijningsvorm wordt beleefd.

Kijk maar naar zijn monumentale schuur, naar zijn binnenkant van het Colosseum hierbij, en je weet dat de verbeelde binnenkant alle uitwegen biedt voor onze verschaalde fantasie.

Dat kleine kinderen van zijn werk houden, zag ik hier toen mijn zesjarig kleinkind zijn schuur wilde natekenen omdat ze zo geheimzinnig was, net zoals ze bij het zien van Egyptische oudheden de vogel Ba, de ziel, zo enig vond.

Jaja, het kind in de volwassene daar hebben we de mond vol van, maar wanneer geloven we eindelijk dat er ook een volwassene in het kind aanwezig is?

(hier zie je een fragment van de grote Parijse stadssanering, einde 18de eeuw.
De huisjes op de bruggen worden afgebroken.
Parijs wil uit-kijk, een drang die tot bij de heer Eifel bleef doorwerken terwijl Mitterand voor in-kijk zorgde.)

dyn003_original_600_346_jpeg_20344_5089edf083da1fc1019f20c24b796952