505_9f711307146bce6140dc56583d2aefc2

Marsilio Ficino.
Nooit heeft hij de omgeving van Florence verlaten.
Op zijn veertiende leidde hij al zijn eigen Florentijnse academie, gesteund door de Medici en hen weer inspirerend, vertaalde hij in hun opdracht Plato in het latijn.

Als denker gaf hij de vroeg Rennaissance gestalte.
In zijn leven dat zich afspeelde tussen 1433 en 1499 was hij denker, dokter (zoals zijn vader) dichter, musicus, wetenschapper en op latere leeftijd zelfs priester.

Via Plato kon je de diepste kennis van de menselijke ziel opdoen, en hij duidde deze wijsgeer als een ware voorloper van de Christelijke waarden.

Ficino constateert dat de menselijke ziel een groot verlangen heeft om aangeraakt te worden.
Tegenwoordig manifesteert dit verlangen zich vooral door een sterke behoefte aan fysieke aanraking en dit is een van de dingen die Ficino zo actueel maakt in deze tijd.
In een van zijn brieven geeft hij de hint:
‘U hoeft niet te bewegen om aangeraakt te worden.’
Wie dit verlangen van de ziel probeert te stillen in de fysieke wereld, heeft steeds sterkere zintuiglijke prikkels nodig, die het verlangen weer versterken.
Dit verklaart de hang naar de ultieme ervaring, naar de uiteindelijke overtreffende trap.
De neiging om steeds de grens te verleggen in zintuiglijk genot, zal de honger van de ziel nooit kunnen stillen.

Men zegt dat er in zijn werkkamer steeds een lichtje brandde voor het borstbeeld van Plato.

Een ander mooi verhaal:
De leer van de onsterfelijkheid van de ziel was een essentieel onderdeel van Ficino’s levensbeschouwing.
Met zijn goede vriend en mede-filosoof Michele Mercati sprak hij af dat degene die het eerst zou sterven, de ander door een teken zou laten weten dat zijn ziel nog bestond.
Als Mercati op een nacht zit te studeren, hoort hij plotseling de hoefslag van een galopperend paard, dat voor de deur van zijn huis blijft stilstaan.
Tegelijk hoort hij de stem van Marsilio Ficino, die hem toeroept:
‘Michele, het is waar, het is allemaal waar!’
Michele opent het venster en ziet degene die hij gehoord heeft, spoorslags op een wit paard wegrijden en uit het gezicht verdwijnen.
Later bleek dat Ficino op dat zelfde moment was gestorven.

Ficino verenigde de filosofische traditie van Plato en Hermes Trismegistus met de Christelijke traditie zoals die in de Middeleeuwen vorm had gekregen.
Hij verenigde de verering van God de Vader met de menselijke waardigheid van het individu, door erop te wijzen dat het individu een onsterfelijke ziel heeft en dat de ziel juist door haar onverbrekelijke verbinding met God onsterfelijk is.

In zijn boek De Vita triplici schrijft hij mooie dingen over “de melancholie”.
Hij ziet haar niet, zoals de toenmalige middeleeuwse geleerde, als een ziekte, maar als een voorname drijvende kracht die de creativiteit in de kunstenaar aanscherpt.

Dürer heeft er een prachtige prent van gemaakt.
Kijk hoe alles in een grote chaos ligt en de gevleugelde denker somber voor zich uitstaart.

De vita coelitus comparanda heet het derde boek in deze cyclus.
Mogelijkheden om een hemels leven te leiden.
Je zou van minder melancholisch worden.
Ik stuur jullie mijn vriendschap, meer bezit ik niet.