282_4d1e004e32477d1dd3d4029b9e056a31

Naar Carl Jung neem ik je mee, beste lotgenoot psychiater, zeker nu ik hoor dat de hedendaagse hersenstudies de psychoanalisten opnieuw in het brandpunt van de belangstelling hebben gezet, maar dat is een ander verhaal.

De dikke biografie van deze zeer oorspronkelijke denker, wetenschapper en psychiater, werd enkele jaren terug in het Nederlands vertaald.
Auteur Deirdre Bair probeerde vele draden rond dit boeiende leven samen te knopen en laat genoeg ruimte voor de lezer om zelf verder op zoek te gaan daar waar veel biografen hun onderwerp inpalmen en denken het als een soort bezit tegen ketterijen te moeten behoeden.

In het derde deel van zijn leven, hij was toen negenzestig overkwam Jung een ogenschijnlijk oppervlakkig ongelukje met erg diepe gevolgen.
Bij een wandeling had hij meer oog voor het landschap dan voor de begane grond, hij struikelde over zwart ijs en omdat hij zijn evenwicht wilde bewaren verdraaide hij zijn been.

Het gebroken kuitbeen zorgde echter voor complicaties. Door zijn voorgeschreven rust ontstonden er embolieën en die tastten zijn hart aan.Toen hij een hartaanval kreeg behandelde men hem met zuurstof en kamfer en hij kwam in wat hij z elf noemt: “iets tussen droom en extase”.

In zijn “Herinneringen Dromen Gedachten” beschrijft hij zijn visioenen in detail en toen ik ze deze nacht herlas, kon ik ze mij bijna helder voorstellen.

Hij zweefde hoog boven de aarde (later rekende hij het uit dat het zo’n 1500km moest geweest zijn om deze “verkleiningen” waar te nemen) zag de continenten diep onder zich en merkte ook een reusachtige brok steen op (dergelijke rotsblokken had hij aan de kust van Bengalen gezien, dacht hij.) Men bouwde er tempels in, en jawel, hij besteeg de trappen naar de binnenkant van de rots en nu laat ik hem zelf aan het woord:

Ik had het gevoel alsof alles van me afviel, of liever, alsof alles van me afgenomen werd; alles waarin ik geloofde, of wat ik wenste, of dacht, werd van me afgenomen. (…)
Het was een vreselijk pijnlijk proces. Ik was me bewust van alles wat ik had ervaren en gedaan, van alles wat er rond mij gebeurde.
Alles wat ik HAD, had ik nu bij mij.
Ik bestond eruit, bij wijze van spreken: ik bestond uit mijn verhaal, ik was deze bundel van feiten. Het was een gevoel van enorme armoe, en tegelijkertijd van grote tevredenheid.(…)
Ik was objectief.
Ik was wat ik geweest was.

 

Hij wilde de trap bestijgen maar de treden waren van lucht. Hij keek naar beneden, besefte dat hij zweefde en dat hij recht boven Europa was.
De dokter die hem behandelde speelde ook mee en kwam in gouden lauwerkrans gehuld als was hij gestuurd naar hem toe.
“O, nu moet ik terugkeren,” dacht hij.

Hij was diep teleurgesteld toen het visioen vervaagde en hij wakker werd.
Teleurstelling maakte plaats voor depressie.

Hij was verontwaardigd dat hij was teruggeroepen van de ‘horizon van de kosmos’ naar een ‘grijze wereld’ waar hij zichzelf moest ‘misleiden’ door zijn plaats weer in een van de “kleine doosjes” in te nemen, die elk individu veroordeelden tot een leven van tragische afzondering.

WORDT VERVOLGD