485_20e40a4dbc00f40e98e7bfc10e906053

“Kost en inwoning” heet een recent boek van Gerrit Komrij, De Nederlandse poëzie in enige nagekomen gedichten, Bert Bakker, Amsterdam 2005.

“Poëzie is geen tijdelijk onderdak, poëzie is kost en inwoning.’
Aan die zin is de titel van dit boek ontleend. Er zullen in dit boek voornamelijk recente gedichten aan bod komen. En ook wel eens de gebreken van die gedichten.
Na de befaamde 11 september is er geen andere troost dan poëzie.
Je leest daar gek genoeg weinig over.
Waarschijnlijk omdat het voor die datum ook gold.”
Tot daar de inleiding.

Net als vele andere stervelingen huiver ik steeds bij het “uitleggen” van gedichten en menig middelbaarschooltrauma vond zijn oorsprong in deze activiteit waardoor de kandidaat-lezer(es) voor altijd overliep naar het voetbal en zich haastig repte als het nog maar in de verte over poëzie zou gaan. (alhoewel voor de “echten” voetbal ook poëzie kan zijn, geef ik toe.)

Gerrit Komrij zal je voor altijd van dit trauma genezen.
Al is het meer zijn gewoonte wonden toe te brengen en/of open te rijten in zijn onovertroffen opstellen en besprekingen (allemaal in bibliotheek en boekhandel te verkrijgen!) hier wordt helend opgetreden al geldt dat niet altijd voor de besproken dichterlijke geesten die meer dan eens (meestal terecht) meesterlijk in het poëtische hemd of negligé worden gezet.

Met helend bedoel ik eerder dat althans mijn honger naar smaken van het schone voortdurend gestild wordt terwijl ik juist door de nasmaak honger krijg naar meer.
Het geheim van de echte fijnproeverij.
De taal en de manier waarop Komrij poëzie benadert is op zijn beurt een unieke vorm van poëzie, en laat toch de lezer(es) toe zijn/haar eigen gangen te gaan.

Op 6 augustus, Hiroshima in het achterhoofd, kon ik niet anders dan dit prachtige gedicht van Hendrik van Teylingen (1938-1998) naar jullie doorsturen.
Zoals de meesten had ik voordien nog niets van deze dode Nederlandse dichter gehoord.
Er zijn er wel meer waar ik nooit van gehoord heb of zal horen, maar eens je het gedicht “kastanjes” hebt gelezen, zal het een schande zijn deze naam niet minstens één keer per week in de herinnering te koesteren.

Komrij ‘s commentaar bij deze tekst is op hetzelfde niveau. Net zo meesterlijk.
Best gaat u vandaag dat boek nog kopen of in de bibliotheek halen.

Om het gedicht niet met mijn teksten te beschadigen druk ik het hierboven af, samen met een mooi schilderij van Jean Frederic Schall (1752-1825)
Als zijn oudste dochtertje Palmyre op prille leeftijd sterft (1804) maakt hij dit schilderij.
Nauwelijks uit de wieg leunt het kind tegen het graf aan.
Hoog tijd dus om elkaar te koesteren.

Bij deze tekst een masker van ene Auguste Preault.