uit het reiscarnet (30) (438)

503_286f8e0c4dfd1e70f74784064b7ecd15

Ook hij kijkt om.
De schilder is nauwelijks 44 geworden.
Christofano Alliori (1577-1621), zoon van de schilder Allessandro.
Hij is een uitstekend waarnemer en een verteller.

De jongen kijkt om.
Heeft hij iets van de nekpijn waarmee wij met zijn allen in de maand december worden overspoeld?
Jaaroverzichten, de grootste van 2005, de slimste, de knapste, man, vrouw, kind van het jaar.
Idee van het jaar: Darwins theorie.

Schrikreacties?
Is elk omkijken een gebaar van onzekerheid? Schrik.
Word ik gevolgd?
Heb ik een verleden?

Of is dit geen omkijken, maar gewoon een raken van een andere blik?
Jezelf verlaten.
Geïntrigeerd door de andere.
Wij weten wie hem schilderde en met enig opzoekwerk wie hij was en waar hij leefde.
Hij weet niets van ons.
Had geen vermoeden van wat er met het portret zou gebeuren.
Tussen die twee leegtes, de voorbije en de toekomstige tijd (weer nieuwe overzichten: wensen, vermoedens, plannen, voornemen, voorspellingen) kijkt hij je aan.

Een pasteltekening uit de rand van de zestiende-zeventiende eeuw.
We zijn in Firenze.
Zijn beeld kan ons aankijken.
De kunstenaar liet hem vier, vijf eeuwen verder leven.

Hij vraagt zich niets meer af.
Wij vragen.
Wij kunnen zijn blik niet meer beantwoorden.
Denken we.
Maar we doen het toch.
Waar komt ons antwoord terecht?

Ik citeer mijn grootste troost in deze dagen, Joseph Brodsky, in zijn opstel “Profiel van Clio”

‘Het probleem van de historicus, of hij het zich bewust is of niet, is dat hij balanceert tussen de leegte van twee afgronden: het verleden dat hij overdenkt en de toekomst waarvoor hij het ogenschijnlijk doet.
In zijn geval verdubbelt zich het denkbeeld van het niet-zijn.
Misschien overlappen de leegten elkaar zelfs.
Omdat hij ze niet allebei aankan, tracht hij de eerste tot leven te wekken, want het verleden is als bron van angst om het eigen bestaan per definitie beter beheersbaar dan de toekomst.”

(Joseph Brodsky, Essays, Het verdriet en de rede, De bezige Bij, A’dam 1997)

En nog een andere bron van schoonheid, W.H. Auden dicht:

Clio

Muze van de tijd, zonder wier genadig zwijgen
Alleen de eerste stap zou tellen, en die
Was altijd moord…

Alles gebeurt maar één keer, goede reisgenoot.
En wie zal ons de juiste versie vertellen als de hoofdpersoon van het leven is beroofd?
De geschiedenis is een verhaal van toeschouwers.
Met Brodsky zeg ik dat het verhaal van Kaïn en Abel altijd door Kaïn wordt verteld.
Abel kon hem niet meer tegenspreken.

Als we het nieuws bekijken, beluisteren of lezen, is het goed dit idee niet alleen in het achterhoofd maar duidelijk in ons denkvermogen te integreren.

Toch blijft hij ons aankijken.
De liefde van de schilder voor zijn model overleeft elk jaaroverzicht.

Muze van de tijd, verzwijg zijn woord
Maar zet de volgende stap.
Laat hem zachtjes wakker worden in ons.