fatifa 2005

 

Moeder
wij zaten bevend bij elkaar.

Wij hoorden de hyena’ s lachen,
de onverschiiligen zwegen luid en duidelijk.

We vroegen niet om een triomftocht, moeder.
Nog minder dat hij zijn belagers met een bliksemschicht zou vellen,
gewoon de suizende stilte met een woord wou opvullen,
dat zou al wat zijn, dachten wij.

Zoals een vader ’s nachts zijn bange kinderen
laat horen dat hij er is, en vreselijke dromen
slechts dromen zijn, zo dachten wij dat woord te horen.

Moeder,
we zijn niet fier, onze schrik
heeft zeker met verraad te maken of met lafheid, wij weten het.

We hebben hem gekust, zijn brood gegeten
zijn woorden gulzig gedronken, en met momenten zijn liefde
genoten zoals we nooit eerder werden bemind.

Met het sterven in zijn keel werd ik jouw zoon geheten
en ik die vaak zijn armen bewoonde als we aten,
mocht jou mijn moeder noemen.

Nu zijn we wekenlang als vleermuizen
in het gewelf van onbegrip en angst verzameld.

Jij zei heel weinig, moeder,
maar in je donkere blik herkende ik vaak zijn ogen.

Moeders weten wat men hen verzwijgt; zo wist jij zeker
dat wat de wijzen uit het oosten schonken ontzag maar ook berekening was.

Dat in zijn Naam geplunderd en verbrand zou worden en wijze mannen
een wetenschap van zijn woorden zouden maken, een zwaard
en een juk, een gehuil om genade, een verzekeringspolis voor eeuwig geluk.

Daarom heb ik mijn bange vrienden voorgesteld ramen en deuren te openen,
op het dak te klimmen en te brallen in talen die ons te binnen schieten
alsof wij door vurige tongen zijn ontstoken en onze woede
in profetieën te vertalen, om hen te dwingen ons op te pakken
en op de schedelberg aan het kruis te slaan.

risingMaar toen ik ze bezig zag,
en mensen kwamen toegelopen
en met open mond hen beluisterden
begon ik ook te schreeuwen.

Het was zijn Geest, riepen wij
Hij heeft ons zijn Geest gestuurd
Hij is niet dood maar midden onder ons.

En zoals in vroeger dagen
stroomde het volk samen
hongerig naar dwazen waren wij de juiste mensen op de juiste plaats
ja zelfs ’t moment was goed gekozen.

De wijzen worden steeds gekruisigd,
de dwazen inderdaad aanbeden.

Zoveel leegte en bitterheid bliezen wij
de wereld in, en het vuur in onze ogen
werd vlug als een bewijs van wederkomst gedronken.

Schipbreukelingen
kunnen het best over ’t beloofde land verhalen.

Het is goed mogelijk, moeder
dat hij die dwaasheid als een zweep gebruikt
om ons uit de woestijn van angst te ranselen.

Jij zweeg.
Als geen ander verdragen moeders de gekte van hun kinderen.

En toen het huis naar brood geurde
wist ik dat hij niet ver kon zijn.

De mensen buiten vragen om meer, zegden mijn gezellen.
En ik keek je aan, moeder.

Je wist dat er geen terugweg was.