876_b15023c53525ed9875a6c722a78b5756

Levendig zag ik jullie in de heuvels van het feeëndal rondwandelen terwijl de lage zon de inslapende natuur in het zachtste licht zette.
En toen jij over dat licht en het wonder van de lorken schreef, dacht ik terug aan een ervaring die ik in de Italiaanse stad Parma had.
Met een of andere belangrijke man van ter plekke bezocht ik de plaatselijke Spaarkas (Casa di Risparmio) om aldaar zakelijke overeenkomsten tussen een aantal antiquairs te bespreken.
Nu besef ik dat je in Italië op alle muren fresco’ s kunt tegenkomen maar degenen die ik daar zag, verbaasden me wegens hun zachte tonen en hun actueel uitzicht.
Ik was plotseling terug in het eerste deel van de film 1900, liep als jongetje mee met de zingende maaiers, en zag het filterend licht door de pijnbomen.
Of ik dan AMEDEO BOCCHI niet kende?
Ik ben geen encyclopedie maar eerder een eeuwig nieuwsgierige en kon dus zonder aarzelen mijn onkunde toegeven.
Ik had weet van de lekkere hammen en uitstekende kazen uit de streek (eet ze in september met witte druiven!), ik wist over het luisterrijke verleden van de stad, kende en bewonderde het houten theater, herinnerde mij nog dat Stendahl door de stad was betoverd, maar dat er zelfs een heus museum aan deze schilder was gewijd (Palazzo Sanvitale, via Cairoli, elke dag open van 10.30-13!) was een hoogst aangename verrassing.

Amedeo werd 1883 geboren in Borgo del Parmigianino (hoor je de kaaskleur?) als derde van zeven kinderen.
Pa Federico was decorateur en deze zoon was voorbestemd om vader in de zaak op te volgen.
Maar het baasje verbaasde al op zijn twaalfde zijn leermeesters in het koninklijk instituut van Schone Kunsten in Parma, en de toenmalige directeur Cecrope Barilli adviseerde Federico om dit kind in Rome te laten verder studeren aan het instituut voor naakt-kunst!

De eeuw kantelde en in 1902 trok de jongeman naar Roma om er zich al vlug aan de sociaal geïnspireerde schilderkunst te wagen en er in 1906 met een schoolvriendinnetje (Rita) uit de Parmezaanse tijd te huwen.

In 1908 wordt Bianca, zijn dochtertje, geboren, en je zult ze op talrijke schilderijen terugvinden.
Geen vredig geluk echter voor het drietal want een jaar later sterft Rita en komt hij in een diepe levenscrisis terecht.
In 1910 mag hij Italië met twee werken in de Venetiaanse Biënnale vertegenwoordigen, en in 1911 ontmoet hij op een tentoonstelling Gustav Klimt. Hun beider werken oogsten bijval.
(in 1913 zou hij Matisse ontmoette die er zijn “goudvis” tentoonstelde)

Hij ontdekt op 100km van Rome het vissersdorpje Terracina en Marais Pontins en gaat er schilderen, geboeid door de eenvoudige mensen en het licht.

Hij verblijft daarna in Rome waar hij onderdak krijgt in de Villa Strohl-Fern, huwt in 1919 opnieuw, nu met zijn jonge model Nicolina .
Maar ook deze inspiratiebron wordt hem vlug ontnomen. Zij sterft in 1923.
In 1934 overlijdt zijn enige dochter Bianca, nauwelijks 26.

Geduldig werkt hij daarna aan zijn “Reis van een ziel” tot hij in 1976 sterft terwijl op de schildersezel het onvoltooide werk “De tuinman” achterblijft.

Dit zijn de grote lijnen, maar het werk vult ze aan en je zou nu naar Parma moeten kunnen reizen waar deze ondergewaardeerde schilder beter dan waar ook te smaken is.

Ik stuur het mooie doek “La famiglia” mee, waarop vrouw, dochter en moeder aan tafel zitten terwijl het net dat licht is dat jij al zo vaak beschreef, dat hen verenigt.
Geboren in de zomermaand augustus, gestorven in de wintermaand december en daartussen een leven van zacht licht dat langzaam tot ons begint door te dringen.