154_7caebf763200e8a8373cb996e1139e98

Het is wel gemakkelijk als je al eens gestorven bent.
Kom niet af met fysische grenzen of hersendood, of tunnels met dat zalige witte licht aan het uiteinde.
Ik bedoel gewoon: het is wel gemakkelijker als je al eens gestorven bent, als je al eens dood bent gegaan om dat weer te moeten doen.

Zie je de nuances: het weer te moeten doen.
Voor de tragen van geest: ‘weer’ duidt op een herhaling, al is filosofisch een herhaling steeds een andere keer. Bon.
Moeten, dat is dus niet uit vrije wil. Je wordt gedwongen.
Samengevat: een herhaling onder dwang, en die herhaling betreft het subject sterven.
Dat is bijna een letterlijke vertaling van een Japanse constructie.
Telkens als je weer eens moet, zijn talen immers geen belemmering, je spreekt ze zonder te weten hoe ze in elkaar zitten en je gebruikt de woorden zoals een kind kraait als het tevreden is of honger heeft.

De meesten onder ons denken dat het maar één keer moet.
Dat het moet weten ze zeker, maar het is een troost te weten dat het net zoals geboren worden een uniek feit is en dus niet valt onder de noemer zinloze herhalingen.

Ik moet deze denkers teleurstellen.
Wees gerust, ik begin niet over reïncarnatie, noch minder over opstanding en het eeuwige leven, en zeker niet over de laatste dag waarop de hele reutemeteut voor de hemelse rechter verschijnt, in levende lijve.
Ik zag de film en ik wist het: het moet weer eens gebeuren.
Het is gewoon bij iedereen anders.
Sommigen doen het één keer, geboren worden en sterven, en dat op een manier die ofwel in ’t geheel niet opmerkelijk is of juist wel erg veel opzien baart.
Anderen beseffen dat het al eens gebeurd is en hebben het vooral moeilijk met de tweede keer, maar daarna went het.
Je spreekt er niet over want degenen die dat doen komen in zo’n huis van geestelijke bewaring terecht of worden geestelijk leider of zelfmoord-terrorist.

Het zal wel oneerbiedig zijn om Sharon te laten ontwaken als Palestijn, maar het is een mogelijkheid.
Alleen gebeurt het niet zoals jij je dat voorstelt, maar zelfs na drie hersenoperaties is het wellicht al gebeurd en zwerft hij als jongetje of meisje rond in een of ander kamp waarin hij van zijn vader of oom te horen krijgt wat Chatilla wil zeggen.

Neen, ik wil je niet laten schrikken.
Jullie bezweren mij altijd dat ook deze dood wel zal voorbijgaan, dat ik het moet zien als loutering of oosters geduldig mens, dat ik tenslotte daar zelf een aandeel in heb gehad, dat ik …en zo kan ik nog uren doorgaan, maar ik moet jullie zeggen dat jullie er niets van begrijpen omdat je wellicht nog niet dood bent geweest.
Ik wel.
Niet alleen ben ik al de doden van mijn voorouders gestorven, en dat worden er maar steeds meer, maar ikzelf herinner mij levendig het banale van mijn vorige stervensprocessen.
Heel verheven kan ik er ook niet over doen.
De stank van een vluchtelingenkamp of een andere gevangenis, of een leven in een gekluisterd lichaam, in een zotte ziel of als dorpsonderwijzer, vissersvrouw of bediende, wandelende Jood of knechtje van de emir, als grootvizier of kleinkind, het zijn allemaal banale sterfgevallen als je ze meemaakt, maar ze doen wel eens pijn.

Ik bedoel niet het snakken naar adem of de zware druk op je borstkas en ook niet je hoofd dat ontploft of je aders die gaan lekken, dat is allemaal heel begrijpelijk.
Ook niet de banaliteit van de omgeving, want sterven gebeurt altijd in banale omgevingen zoals daar zijn een bed van een ander, een te kleine ruimte, een binnenplaats of een autostrade, maar ik heb het over de pijn van degenen die je toch missen.

Maak je ook hierover geen illusies.
Misschien, en dan mag je al blij zijn, zijn het er twee of drie, en luxueus maar nog pijnlijker is vijf, maar zelfs ééntje is al genoeg om de scherpe pijn te voelen die je in zijn/haar leven aanricht door te moeten weggaan.
Alleen al daarom moet je niet te vlug geboren worden of te veel sterven.
Je hebt je verbonden gevoeld met een andere heelal en je weet dat je verdwijnen hoe dan ook een holte achterlaat, en elke holte heeft zijn tijd nodig om weer gevuld te worden.

Vrienden verraden je waar je bijstaat, dat is bekend en ik heb dat waarschijnlijk ook al gedaan, en de grote liefdes betekenen in het licht van je zoveelste dood vaak niet meer dan een verwarren van het uiterlijke met de totale lege en banale inhoud, dat overprojecteren van ons en de anderen dat wij dan camoufleren onder die gekke naam liefde.

Een engel komt langs, dat wel.
Dat is een troost voor degenen die vaak sterven.
Zij zien de engel die langs komt.
Hij laat nog gesloten lelies achter die de week daarop openbloeien zodat je weet dat zelfs het tevergeefse zijn schoonheid prijsgeeft.
Engelen moet je koesteren.

Het is als zwemmen, zeggen ze, of fietsrijden, je verleert het nooit.
Maar ik kan niet zwemmen en fietsrijden is niet mijn sterkste kant.
Ik wil ook geen medelijden opwekken want in dat verwisselen van onze eenzaamheid zijn we gelijk, zij het niet gelijkmoedig.
En let op, zij die het meermaals moeten, hebben daar geen enkele verdienste aan.
Het gebeurt met hen.
Ze zeggen wel dat er niemand terugkeert, maar dat is een leugen.
Wie vele doden sterft, keert gewoon terug in het leven dat hij mag of moet leiden al wordt het telkens zoals de lont van een kaars of kruitvat, een beetje korter, en om dan uiteindelijk met een knal voorgoed in het heelal op te lossen, maar dat is de big bang die zich elke seconde herhaalt en zal blijven herhalen; het zijn de doden voor dat moment waarover ik het heb.

Ik beloof je één ding.
Ik zal al het mededogen hebben dat me nog overblijft om de dagen die me resten in te vullen met stilte.
Met Kunst en Cultuur?
Dat is voor degenen die op de vlucht zijn voor de dood.
Wie haar heeft gezien en meegemaakt weet dat hij naar de stilte tracht, dat hij in het suizen van gods oor huist tot hij onder zijn hamer en aambeeld komt om eindelijk van vlees weer woord te worden.
Oplossen is zo’n woord, of toevlucht.

Zie je, het is een begin.
Ik zeg wel meer dingen als ik bang ben.
Zoals een kind dat in het donker fluit.
Of het jongetje dat op de hoogste duikplank staat en weet dat er geen terugweg is.

Niet alleen een kat heeft negen levens.
Maar of dat nu een troost is, daaraan durf ik op dit ogenblik wel even twijfelen.
Dat gaat voorbij.
Ik ben zo naïief om dat te blijven geloven.

(fragment uit een monoloog met vervolg)


De foto komt uit de prachtige Hongaarse film “Fateless” die nu in de States in premiere is gegaan.
Hij is een gezond tegengewicht voor de kitscherige boel van La Vita es bella