de nieuwe wereld (304)

326_a2574ecf590361244dc37348fa61772a

Een metalen stoel tussen de buien door in het Luxembourg was mijn nederige zitplaats om je “La bulle de Tiepolo” te lezen en zelfs te herlezen, maar dat dan in de avonduren in de beslotenheid van de Place de Vosges.

Franse auteurs en ook al enkele Nederlandstalige openen vaak hun boek of hoofdstuk met een uitvoerig citaat van een kunstbroeder.
Philippe Delerm gebruikt Proust in zijn observaties in “Nouveaux Mélanges” en heeft het…over de schilder Chardin.

Si tout cela vous semble maintenant beau à voir, c’ est que Chardin l’ a trouvé beau a peindre.
Et il l’ a trouvé beau à peindre parce qu’il le trouvait beau à voir.
Le plaisir que vous donne sa peinture d’ une chambre, où l’on coud, d’une office, d’une cuisine, d’un buffet, c ‘est, saisi au passage, dégagé de l’instant, approfondi, éternisé, le plaisir que lui donnait la vue d’un buffet, d’une cuisine, d’une chambre, où l’on coud.
Ils sont si inséparables l’un de la’ autre, que, s’il n’ a pas pu s’ en tenir au premier et qu’il a voulu se donner et donner aux autres le second, vous ne pourrez pas vous en tenir au second et vous reviendrez forcément au premier.”

Ogenblik en eeuwigheid, niet als elkaars tegengestelde, maar naar elkaar verwijzend, wat je dus “eterniseert” vereeuwigt verwijst telkens weer naar dat ogenblik op zichzelf.

En daar valt het mooie werkje van Delerm samen met de sfeer van Prousts betrachting en van Tiepolo’s tekeningen en fresco’ s.
Misschien is er niet meer dan een ogenblik, een “pas perdue”, en het feit dat je die vastlegt met een medium doet niets af van het plezier van het ogenblik zelf.

Deze vrij simpele gedachte is niet zo eenvoudig.
Wij willen vast-houden, onze digitale apparaatjes en mobieltjes proberen beelden van een ogenblik vast te houden om ze in een verzameling van herinneringen te plaatsen, om niet te vergeten.
Maar door dat vasthouden, doden we ze.
We ontdoen ze van hun ogenblik-waarde, we stollen 1/60ste seconde van de voorbije tijd tot een nauwkeurig nooit gezien beeld want wij ervaren de tijd nu eenmaal niet in onderdelen van zestigste of honderdste van seconden.

De kunstenaar probeert door zijn standpunt, zijn gezichtspunt, zijn verhouding tot dat ogenblik ze ook te vereeuwigen, maar hij poogt het intense van dat ogenblik niet aan te tasten door een stollend beeld maar door een beeld waarin het bloed blijft stromen, elk moment dat een toeschouwer het bekijkt, leest of beluistert.
De mooie contradictie: de tijd stoppen om hem des te intenser voor de geest te kunnen roepen.

Dat Philippe Delerm door het fresco van “de nieuwe wereld” is aangesproken heeft zeker te maken met diezelfde ervaring.
Die nieuwe wereld komt in Domenico’ s leven ook niet uit de lucht vallen.
Na hun terugkeer uit Spanje begint hij in hun buitenhuis aan een serie fresco’s en één ervan draagt de datum 1771. Dat is de tijd waarin hij voor zijn laatste Spaanse opdracht, “de Passie van Christus” voor het klooster van San Felipe Neri in Madrid, wordt geëngageerd.
In mijn vorige brieven heb ik geopperd dat ze in Spanje zeker de jonge Goya hebben ontmoet en zijn schetsen over het dagelijkse leven staan mijlenver van de goden en heiligen die papa Tiepolo een leven lang in het plaasteren zwerk heeft gejaagd.
De taferelen op de fresco’s bieden ruimte aan saters en ander aards plezier. Dat had zijn pa hem wel eens voorgedaan in “de familie van saters” en in 1757 was een eerste volume gepubliceerd van “Antichita di Ercolano esposte”, een collectie van vondsten in Herculaneum.

Maar bij Domenico zijn de saters en hun verwanten bijna op mensen uit zijn dagelijkse omgeving gemodelleerd, de jongens die buitelingen maken, boeren op het feest van de druivenoogst, de dorpelingen in een plaatselijk café.
Je voelt de tweesprong: de mythologie van de barok en rococo zal ingewisseld worden voor het neoclassicisme, de schommel met harlekijnen die jij eergisteren doorstuurde vervangt de goden en engelen op de zolderingen.
Het landleven in Veneto wordt nog met mythologische figuren verbeeld, maar het is wel een herkenbaar landleven uit die tijd en niet een Arcadia waarin de dromen in utopische decors verloren lopen.

En dan springen we twintig jaar verder als hij in 1791 (het jaar van de val van Venetië trouwens!) verder werkt aan de fresco’s en in Valmarana het gasten verblijf decoreert met zijn wonderlijke wezens.
Die nieuwe wereld was trouwens een bekend verschijnsel, zij het dan niet bij onze goede schrijver Delerm.
Verschillende kunstenaars hebben haar afgebeeld: Gaetano Zompini, Stefano della Bella, Magnasco, Pietro Longhi en Pier Antonio Novelli, ze hebben de taferelen weergegeven van kinderen en jongeren bij de toverlantaarn waarin prentjes van vreemde gebieden en volkeren werden getoond, de nieuwe wereld dus.

Maar Domenico zet een massa met zijn rug naar ons, alle lagen van de samenleving vind je er terug. Ze staan aan te schuiven om ook plaatjes te kunnen kijken, deze voorloper van onze plaatjesbak, de treurbuis zoals Komrij zegt.
Slechts één jongen in het wit kijkt met zijn gezicht naar ons.
Achter hun ruggen kijken wij. Voor ons zijn het niet de plaatjes in de toverlantaarn, maar zijzelf die het onderwerp zijn geworden, de nieuwe wereld waarin gewone mensen aan bod zullen komen.

Dat intussen onze zin voor mythologie niet is afgenomen blijkt elke dag uit de krantenverhalen.
Bij ontstentenis van Bijbel en andere Heilige Schriften zullen diezelfde burgers die nu nog met hun rug naar ons staan opnieuw naar sensatie en amusement vragen.
Onze fresco’ s worden nu bewoond door soapfiguren en het leven zoals het is of zou moeten zijn, en schaamteloos en wreed vertellen de helden hun levens aan programma’ s en boekjes, kloppen elkaar op de schouder, en vergroten de leegte door hun voorgeprogrammeerde kijk op de wereld.
Denk niet dat ik enig heimwee heb naar Bijbelse tijden, integendeel, maar de afstand tussen de hemel en de aarde is me soms iets te banaal al probeert Delerm in zijn geschriften aan dit banale een kleur te geven die ons verzoent met het presque rien, zonder dat we wraak moeten nemen op wie dan ook, wraak omdat we maar zijn wie we zijn.
Met de rug naar de toeschouwer, glurend in de toverlantaarn naar de nieuwe wereld. En als het donker wordt kan er je makkelijk iemand bijlichten op weg naar huis.

Zet nu Dvorak op.


De prenten  zijn gravures van Zompini (1700-1778)


The Lantern Door in Venice in the 18th century – Drawing by Viollat by Gaetano Zompini (1700-1778) – The Metiers of Venice

evenwichtsoefening (303)

855_f908148dc5dda9d5204d679c1fca6d2e

Beste Theodore

Iemand die hier mooi zilver heeft afgehaald zal je deze avond “La bulle de Tiepolo” bezorgen.
Hij zag zijn taak als bode wel zitten, “boekenoverbrenger”, een beroep waar je als extra een voorleessesie zou kunnen bijbestellen.

Ik stuur je de prent met de schommelende punchinello’ s. Het was een fresco in de oorspronkelijke familievilla waaruit dat levensplezier waarover jij het gisteren had ten volle aan bod komt.

Het is ook een gedurfde evenwichtsoefening, niet alleen voor de man op het touw, maar zeker voor de schilder en ook de kijker wordt in die hevige beweging mee getrokken.
Er wordt ook niet geschaterd, zelf niet gekird, de pulchinello’ s overtuigen door hun grote toewijding.
Een overtuiging met een zekere afstandelijkheid .
De ernst die nog geen weet heeft van de nutteloosheid, overgave dus, zoals kinderen zich aan een spel kunnen overgeven zonder te beseffen dat het slechts een spel, een illusie is.
Zij leven op een andere planeet.

Hier vulde de zon de tuin.
Weet je, de prachtige pop “de scheepsjongen” is door een collectioneur aangekocht.
Hij kan nu verder op reis.

Ik moet vandaag zilver uitpakken.
Als een kind kijk ik naar elk nieuw stuk.
Met een beetje moeite hoor je de mensen die het mooie melkpotje in hun handen hebben gehad.
En je weet, ik ben er ook maar eentje uit de rij.
Ik sluit aan.
Terwijl wij weer oplossen blijven de dingen bestaan.
Alsof zij een andere kalender hebben.


de liefde voor het leven (302)

270_3d11460e66f37cd3607407c252ca3731

Goede vriend Abraham B.

Het kantelen van de eeuw is steeds een soort kunstmatige piek geweest waardoor de schalen van de balans naar een of andere kant zouden overslaan.

We zijn zo pretentieus te denken dat DE 18de, DE 19de eeuw entiteiten op zichzelf zijn omdat wij in ons zoeken naar maten en gewichten het nu eenmaal gemakkelijk vinden in vakjes en afgesloten gehelen te denken.
Dat zou ons te vergeven zijn als we niet dezelfde schraalheid voor onze opvattingen over mensen en stromingen blijven gebruiken.

Begin volgende week zal het beloofde boek hier wel aankomen, maar je brief gaf me de gelegenheid om weer in het werk van de Tiepolo’s te duiken inzonderheid dan dat van Domenico .
Na de dood van zijn vader in 1770 blijft het bijna vijftien jaar stil, inderdaad.
Er zijn wel de opdrachtwerken, de kerken en landhuizen die zo nodig van buitelende en draaiende hemelse figuren moet voorzien worden, maar Domenico als persoon komt pas in de Divertimento te voorschijn.
Honderdtwintig platen zijn het.
Ze hebben geen verhaallijn, er zijn al bibliotheken geschreven over hun vermeende volgorde, maar het leven van de in Napels ontstane Punchinello’s staat lijnrecht tegenover het leven van de gegoede middenklasse in het zieltogende Venetië, ingepalmd door de Fransen.

Ik stuur je één plaat op: Punchinello’s met struisvogels.
Ze moet omstreeks 1800 zijn getekend in zijn beroemde nat op nat techniek: eerst de bleekbruine tonen aanbrengen en nadat die laag is gedroogd de details (zoals de veren van de vogels) verfijnen.
De domme Pierrots zijn net zo kortvleugelig als de struisvogels, vliegen is er niet bij, het zal bij lopen moeten blijven.
Als tegengewicht van hun lelijkheid zien we boven de toekijkende beau-monde het beeld van Ganymedes en zijn arend verschijnen.
Tussen de wereld van de mythologische schoonheid en dat van de heidense chtonische Pulchinello’ s zijn wijzelf de acteurs en de toeschouwers.
Dat onze sympathie eerder naar de harlekijnen dan naar de sjieke madammen uitgaat, hebben we aan een beetje zelfkennis te danken .

Dit is puur tekenplezier.
Geen opdrachtenwerk, geen onderhandelingen met koningen en kardinalen, hier is een kinderlijk genie aan het werk.
Ik moet aan Mozarts muziek denken als ik Domenico’ s werk bekijk: ogenschijnlijk licht maar vol nieuwe lagen ook al heb je ze honderd keer gehoord of gezien.
De dramatiek zit niet in een of andere moraal. Geen vingertje in de lucht, ook geen spot of cynisme, gewoon plezier.
Al jagen we op het leven dat we zelf niet kunnen leiden, (ik denk aan teksten van Pavese en Passolini) de liefde voor het leven is er niet minder om..
Je hoofd in ’t zand steken is inderdaad ook mogelijk.


La bulle de Tiepolo (301)

541_32be3bc53dad8df05ee305936e213a01

Beste vriend Theodore Silverstein,

Terwijl jij de wereld rondreist op zoek naar verloren prenten leef ik hier in je antiekzaak tussen de tijdloze voorwerpen.
Je weet dat ik de stilte liefheb al spreken de voorwerpen uit de voorbije tijden hun eigen taal.
Ik verzorg ze, herschik ze vaak, lever ze met enige moeite uit aan een klant en wens ze een nieuw leven toe waarin zij tenslotte ons allen overleven.

De mooie triosonates van Händel vullen het huis als ik de stilte voor een tijdje opberg.
Ik lees geen kranten of tijdschriften, maar beperk me tot boeken.
Je goede vriend psychiater nodigt me soms uit om samen te lunchen of te dineren dan voeren onze gesprekken ons naar jou en je brieven die je trouw naar ons blijft doorsturen.

Van Uw zielenherder Dumortier kreeg ik ook een prachtig boek cadeau dat ik graag naar je doorstuur. Een Franse roman, verschenen in het voorjaar bij Gallimard.
Philippe Delerm “La bulle de Tiepolo”.
Jaja, jouw Tiepolo waarover je zo hartstochtelijk schreef in je brieven vanaf 28 maart dit jaar.
De zeepbel van Tiepolo.
Philippe Delerm woont en werkt in een klein Normandisch dorpje (Beaumont-Le-Roger) samen met schilderende vrouw. Ze geven deeltijds les. De kinderen zitten in de muziek en zijn het huis uit.
In Lire van juni kun je een gesprekje met hem lezen.

Het is een kleine roman, en het is nodig dat je hem traag leest en wellicht herleest want de constructie wordt pas beetje bij beetje duidelijk.
Met zijn vorige boek, acht jaar gleden verschenen, “La première gorge de bière” werd hij in één keer bekend en beroemd, net zoals het zijn hoofdpersonage de schrijfster Ornella overkomen is met haar boekje “Granité café”.
Hij kwam in een wereld terecht die niet de zijne was, en ik citeer “Lire”:

“Comme Ornella la Vénitienne, il a été emporté dans le maelström d’ un succes vertigineux.
(…) Une monde où l’on parlait de phénomène au lieu de style, de mouvement litteraire (les “moins que rien”) quand il attendait un avis sur l’ écriture.”

Het is het verhaal van twee schilderijen, eentje van de grootvader van Ornella, de denkbeeldige schilder Rossini, en het grote fresco van Domenico (zoon van Giambattista) Tiepolo, Il Mundo nuevo, de nieuwe wereld, eens in zijn buitenhuis gemaakt, nu te zien in Ca’ Rezzonico, een groot patriciërshuis in Venetië zelf.

Hij heet Antoine Stalin, Parijzenaar, zij Ornella Malesa, Venitienne.
Ze willen beiden een schilderij kopen bij een Parijse brocanteur.
Hij aarzelt, zij koopt het want het blijkt werk van haar grootvader te zijn over wie vijandig gezwegen wordt.
Als Antoine voor zijn tijdschrift naar Venetië trekt om over de 18de eeuwse schilderkunst aldaar te schrijven komt hij in het pension terecht van Ornella’ s moeder.
Ornella, druk-druk-druk rond de vertaling van haar boek komt ook thuis, en beiden bezoeken de vreemde fresco van Domenico, Il Mundo nuevo. (waarvan de afbeelding op de wikkel van het boek staat)

“Un spectacle de rue. Toutes les catégories sociales mêlées, du bourgois ventripotent coiffé d’une longue perruque au Pierrot tout droit sorti des planches de la commedia dell’ arte, des femmes du peuple plantureuses penchées en avant à l’ élégante chapeautée, une main sur la hanche.
Mais le vrai secret, c ‘ était le personnage grimpé sur un tabouret et qui tient à la main une longue badine, ou une espèce de perche, dont l’ extrémité atteint la centre de la scène.”

Ik voeg een scan hierbij van de wikkel om het boek waarop dit fraai beschreven tafereel staat en laat het verder aan je verbeelding over

Er zijn wel meer geheimen die in het boek moeten opgehelderd worden, maar laat de kok niet te veel van het recept verraden om de smaak niet te bedervan.

Ik weet dat je van Tiepolo’s werk houdt, inzonderheid dan van de zoon die na de dood van zijn vader zijn eigen weg ging en een wereld van harlekijnen op zijn publiek losliet, al waren de mooiste afbeeldingen voor zijn eigen buitenhuis bedoeld, fresco dat hij herhaalde in de villa Valmarana in Vincenza, villa die hij samen met zijn vader decoreerde.
In het gastenvertrek echter ontstond opnieuw de scène die de auteur hierboven beschreef.

Nieuwsgierig?
Proef vooral van de verfijnde stijl van Philippe Delerm, de eigenzinnigheid waarmee hij du côte de l’ enfance couleur menthe à l’ eau tussen de letters legt, en zoals Lire het zegt “aventurier des pas perdus” mag genoemd worden.

Er komen klanten binnen.


de innigheid (300)

960_ce9a90d2cbbcfb84ff3a3b984f9fe1b1

Griselda Pollock, prof sociale en kritische kunstgeschiedenis aan de universiteit van Leeds, schrijft het (als vrouw) heel treffend:

“Stevens made a difference to the way modernity could be represented by his dedicated investigation of the dual theme of woman and the interior (meaning both figures inside rooms and the psychological interior, indexed as memory or contemplation).
Modernism came about slowly through many, subtle moves, some at the level of the “how” of painting itselfs, others at the level of “what” was suitable or necessary to paint to catch the distinctive traits of modern life.
Stevens’ s small gestures had real importance in their brief moment, but they also percolated through to shape the preoccupations of many those -like Renoir, Cassatt, Morisot, and others, – whom we now acknowledge to have become the more daring radicals in the game of modernism.”

We leven inderdaad tussen La Dame aux camélias van Dumas (een vriend van Stevens) en Flauberts Madame Bovary, en de dramatiek van de cinema na 1900.
Daartussen is er dit moment van schilders die zich terecht “modern” noemen juist omdat ze een kant van de moderne fantasie belichtten, “vrouw” genaamd, “as the defining character of its epoch.”

In korte tijd – en dat maakt de 19de eeuw zo boeiend- verschuiven we van de grootse taferelen van Delacroix (Stevens was een vurige bewonderaar van zijn kunst) naar de momentele impressies waarin het licht de hoofdrolspeler wordt.

We kijken even binnen in het atelier.
De bezoekster zit vooraan in het beeld. Achter haar de vrouwelijke schilder die naar het model kijkt, reeds op doek aanwezig en verwijzend naar Salomé, een geliefkoosd onderwerp uit die tijd.
Maar kijk goed rond hoe gedetailleerd het interieur wordt uitgebeeld, de grote liefde voor het detail, de intimiteit, de vrouwelijkheid.
(zelfs het spiegeltje verwijst naar een beroemd schilderij van eeuwen terug!)
Ook de houdingen van de personages spreken van vertrouwelijkheid, rust en innigheid.
Een tijdperk in een kamer, niet toevallig een schilderatelier.
De dromen op het doek sluiten vrouwen van vlees en bloed niet uit.
Van mannen is er geen sprake.
Buiten woedt de Frans-Duitse oorlog, de voorloper van een bloedige 20ste eeuw.


Nog een mooi detail: Stevens was samen met Henri Gervex de schilder van het “Panorama du Siècle” ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van 1889.
Een deel daarvan is nog altijd te bewonderen in het stadhuis van Saint Gilles (de intocht van Napoleon III)


baden in het maanlicht (299)

759_ade036bd39dff1d7b2032c379d6fe370

Nog even wil ik in het maanlicht baden.
Dit schilderij, “de melkweg” maakt een synthese van Stevens werk.
Hij brengt de nachtelijke natuur samen met de vrouw.
Dat was niet zo vanzelfsprekend als het nu lijkt.
Vrouwen dienden in de schilderkunst als exponent van het mannelijk verlangen, als symbool van de schoonheid of werden als bijbelse of mythologische figuren verbeeld.

Dit is een negentiende-eeuwse vrouw die vanuit een hotelkamer over de nachtelijke zee kijkt.
Het maanlicht is tot in de fluwelen gordijnen aanwezig.
Het werk ontsnapt aan de impressionistische invloeden die toen opgeld maakten.
Een vrouw met emoties is het: ze brengt een vinger aan de mond bij het zien van zoveel schoonheid. Haar zwarte jurk sluit aan bij de donkere kleuren maar verhoogt de intimiteit.
Als man zou je kunnen denken dat ze iemand verwacht, de thuiskomst van een geliefde die lange tijd op zee is geweest, maar het schilderij plaatst de hoofdfiguur in relatie met de oneindigheid van de melkweg. Twee mysteries komen samen.

Stevens schilderde vrouwen in hun dagelijkse bezigheid.
Het waren vrouwen van de gegoede midden- en upperklas, maar hij bekijkt hun intimiteit niet vanuit de beschouwende mannenogen maar schept vanuit de vrouw een band met de meestal kleine omgeving: de kamer, een dagelijkse ruimte.
Er is maar één naakt van hem bekend, een vrouw in een badkuip, hoofd en schouders boven water. “Le Bain” (1867)

Zelfstandige vrouwen waren het waaraan hij in Parijs schilderlessen gaf. Zelfs Sarah Bernhardt was een van zijn leerlingen.
Nu laat ik je met deze mooie vrouw naar buiten kijken.
Baden in het maanlicht . Daarna water-badend gedichten lezen, rozen in de rechterhand. De blik naar binnen gekeerd. De oneindigheid van het voorbije, of het nooit komende.


in de donkerte (4) (298)

461_20827fc26b1e3e63ab101cb9639176a0

Eén van Aert van der Neer’s nachtelijke taferelen was eigendom van de Belgische schilder Alfred STEVENS (1823-1906).
(er is ook een Engelse schilder met die naam, dus vaak noemen ze hem Alfred, Emile Stevens)
Zijn vriend, Eduard MANET (1823-83) kon er ook wat van. Zijn doek “Clair de lune sur le port de Boulogne (1869) stond te kijk in Stevens atelier in Parijs toen het door de kunstdealer Paul Durand-Ruel in 1872 gekocht werd. Je kunt het nu bewonderen in het mooie Musée d’ Orsay in Parijs.

Stevens bewonderde het werk van de Hollandse en Vlaamse 17de eeuwers. Hij kende ook de nachtelijke zeezichten van Joseph Vernet die toen in het Louvre hingen.

In 1880 kreeg de schilder de goede raad de zeelucht op te zoeken omdat hij last had van hardnekkige luchtwegen infecties, waarschijnlijk veroorzaakt door het inademen van terpentijndampen.
Hij verbleef geruime tijd aan de Normandische kust en schilderde verschillende marines.
De kunstdealer Georges Petit betaalde hem 50.000 francs per seizoen als hij hem de nodige zeezichten leverde.

Een mooie verzameling van Stevens werk vind je in…the States, in het Clark Art institute, Williamstown, Massachusetts.
Hij heeft er een afzonderlijke afdeling, buiten de tijdschronologie, want net zoals mijn andere voorbeelden was hij iemand die aan de tijdsstromingen ontsnapte en eigenzinnig (en succesvol) de schilder van “het moderne leven” werd genoemd.

Dat verhaal vertel ik je de volgende dagen, maar als verbinding met Aert stuur ik je twee van zijn nachtelijke zeezichten.

Clair de lune van Debussy maar dan op doek.


in de donkerte (3) (297)

915_d45cc6b1e95dc4d32a7c8b7b6e51cc46

Het technische aspect van zoveel “donkerte” is niet zo eenvoudig als het lijkt.
Waarschijnlijk werkte Van der Neer zoals veel 17de eeuwse schilders met een dubbele grondlaag: eerst een roodbruine bestaande uit rode aarde in olie, en deze werd dan met een grijze laag bedekt meestal loodwit en wat zwart met mogelijk wat omber.
Nachtelijke effecten kon je verkrijgen door met lagen zwart, blauw en wit op een onderlaag oker te werken en die dan met de achterkant van het penseel of paletmes weg te halen zodat daardoor een zekere doorzichtigheid ontstond.

Waterpartijen zorgden dan voor de nodige weerkaatsing van het maanlicht zoals in dit doek zichtbaar werd.

Lieve zoon en psychiater, hoe lang is het geleden dat jullie een heus nachtelijk landschap hebben gezien?
De schoonheid van de maan, de schaduwen die deze koude moeder maakt, zijn van een onnavolgbare broosheid.
De fotograaf Abraham Rosenbaum, een neef van mijn goede vriend Baumgarten trok met mij door een nachtelijk bos, ver weg van de beschaving en toch dicht genoeg om bij morgenstond een goed onderkomen met stevig ontbijt te vinden.
Rosenbaum werkt aan een serie kleurenfoto’s waarin de vroege zomermorgen op een plat dak een variatie aan kleuren zichtbaar maakt.
Zijn eerste foto’s heb ik jullie al eens doorgestuurd, maar weldra is de serie volledig.
Ook hij is bezield door de schakeringen tussen het volledige donker en het felste zonnelicht. De miljoenen kleuren worden nu nog alleen waargenomen in wat een computerscherm zou duidelijk maken terwijl op geen twee meter van ons verwijderd ze aanwezig zijn in de steeds wisselende lichtinval tussen de vroege morgen en de late schemering.

Kijk naar de luchten op dit doek, en verlaat dan even je dagelijks doen.
Steek je hoofd even buiten, richting wolken of open hemel en geniet van de schakeringen.

Verlustig u vandaag in de “beschouwingen van de sieraaden en vreemdigheden” die in het licht verscholen zijn.


in de donkerte (2) (296)

771_50a598f90e2b8a9f619293254ba2f1dc

‘De morgen en avondstonden geven ons zoo zoete en wonderlijke schitteringen, zoo vele en verscheyde gedaanten, zo sierlijke, lieflijke en kragtige verwen; dat de Zon haar gouden hooft opbeurt, of in ’t peekel van de zee sinken laat, ’t menschelijk geslagt wonderlijk werd getrokken, om zig in de beschouwinge van haare sieraaden en vreemdigheden te verlustigen.’

Willem Beurs, in 17de eeuws traktaat over schildertechniek

En daarmee sluit ik weer aan bij de schilders van “het donker”, een traditie waarin onderandere de Nederlanders uitblonken, al is dat een slecht gekozen woord bij zoveel duisternis.

Reis de wereldmusea rond en zijn doeken zul je zowel in Rusland als in de States ontmoeten.
Ik bedoel het werk van de 17de eeuwse Aert van der Neer (1603-1677)

We weten dat hij een soort steward (hofmeester, majoor) was in Gorcum. Daar zou hij bij de heren van Arkel gewerkt hebben.
De twee broers van zijn vrouw waren schilders, en Aert begon aldus op latere leeftijd ook te penselen, vooral dan naar het voorbeeld van de schoonbroers.
Dat waren wintertaferelen, ijspret, kortom wat Hollands voor de hand lag.
Maar al vlug zocht hij zijn eigen onderwerpen, en dat werden de avond- en nachtscènes met erg atmosferische wolken-hemels.
Ik zei je al dat je bijna in alle grote musea deze nachten van van der Neer zult tegenkomen, maar blijkbaar brachten ze indertijd niet al te veel geld op want de schilder opent in Amsterdam in de Kalverstraat een taveerne “De Graeff van Hollant”.
Deze onderneming eindigde op een faillissement en zowel zijn schilderijen als de inboedel kwamen onder de hamer, maar waren blijkbaar niet voldoende om al de schulden te delgen.
Zo is hij terug aan ‘t schilderen gegaan en sterft hij berooid in zijn Amsterdamse woning in de Kerkstraat.

Hij kon dus meepraten over de nacht. De donkerte kroop tot in de uithoeken van zijn eigen bestaan, en het “verlustigen in de beschouwinge van ‘s mensen sieraaden en vreemdigheden” was hem niet gegeven.


kastanjes (295)

486_0fcb0948f73ca5b770647d59e476ecf9

KASTANJES!

Als we de steen mogen geloven
Dan rust jij, Wim, vier lentes net,
Hier haast een halve eeuw al met
Je broertje Joris, dat van boven

Boem! Op je buikje werd geschoven
Als veels te groot verjaarspakket-
Geen toetertje deed rettettet,
Geen wimpeltje werd rondgewoven.

Er is sindsdien maar weinig leven
Behalve soms die doffe ploffen
Zo’n zes voet boven jullie bol.

Als jullie samen nu eens even
Naar buiten kwamen, zou je boffen:
Kastanjes, kerels! ‘t Ligt hier vol!

Hendrik van Teylingen 1938-1998


kost en inwoning (294)


Kastanjes

Als we de steen mogen geloven
Dan rust jij, Wim, vier lentes net,
Hier haast een halve eeuw al met
Je broertje Joris, dat van boven

Boem! op je buikje werd geschoven
Als veel te groot verjaarspakket -
Geen toetertje deed rettettet,
Geen wimpeltje werd rondgewoven.

Er is sindsdien maar weinig leven
Behalve soms die doffe ploffen
Zo'n zes voet boven jullie bol.

Als jullie samen nu eens even
Naar buiten kwamen, zou je boffen:
Kastanjes, kerels! 't Ligt hier vol!

Hendrik van Teylingen

485_20e40a4dbc00f40e98e7bfc10e906053

“Kost en inwoning” heet een recent boek van Gerrit Komrij, De Nederlandse poëzie in enige nagekomen gedichten, Bert Bakker, Amsterdam 2005.

“Poëzie is geen tijdelijk onderdak, poëzie is kost en inwoning.’
Aan die zin is de titel van dit boek ontleend. Er zullen in dit boek voornamelijk recente gedichten aan bod komen. En ook wel eens de gebreken van die gedichten.
Na de befaamde 11 september is er geen andere troost dan poëzie.
Je leest daar gek genoeg weinig over.
Waarschijnlijk omdat het voor die datum ook gold.”
Tot daar de inleiding.

Net als vele andere stervelingen huiver ik steeds bij het “uitleggen” van gedichten en menig middelbaarschooltrauma vond zijn oorsprong in deze activiteit waardoor de kandidaat-lezer(es) voor altijd overliep naar het voetbal en zich haastig repte als het nog maar in de verte over poëzie zou gaan. (alhoewel voor de “echten” voetbal ook poëzie kan zijn, geef ik toe.)

Gerrit Komrij zal je voor altijd van dit trauma genezen.
Al is het meer zijn gewoonte wonden toe te brengen en/of open te rijten in zijn onovertroffen opstellen en besprekingen (allemaal in bibliotheek en boekhandel te verkrijgen!) hier wordt helend opgetreden al geldt dat niet altijd voor de besproken dichterlijke geesten die meer dan eens (meestal terecht) meesterlijk in het poëtische hemd of negligé worden gezet.

Met helend bedoel ik eerder dat althans mijn honger naar smaken van het schone voortdurend gestild wordt terwijl ik juist door de nasmaak honger krijg naar meer.
Het geheim van de echte fijnproeverij.
De taal en de manier waarop Komrij poëzie benadert is op zijn beurt een unieke vorm van poëzie, en laat toch de lezer(es) toe zijn/haar eigen gangen te gaan.

Op 6 augustus, Hiroshima in het achterhoofd, kon ik niet anders dan dit prachtige gedicht van Hendrik van Teylingen (1938-1998) naar jullie doorsturen.
Zoals de meesten had ik voordien nog niets van deze dode Nederlandse dichter gehoord.
Er zijn er wel meer waar ik nooit van gehoord heb of zal horen, maar eens je het gedicht “kastanjes” hebt gelezen, zal het een schande zijn deze naam niet minstens één keer per week in de herinnering te koesteren.

Komrij ‘s commentaar bij deze tekst is op hetzelfde niveau. Net zo meesterlijk.
Best gaat u vandaag dat boek nog kopen of in de bibliotheek halen.

Om het gedicht niet met mijn teksten te beschadigen druk ik het hierboven af, samen met een mooi schilderij van Jean Frederic Schall (1752-1825)
Als zijn oudste dochtertje Palmyre op prille leeftijd sterft (1804) maakt hij dit schilderij.
Nauwelijks uit de wieg leunt het kind tegen het graf aan.
Hoog tijd dus om elkaar te koesteren.

Boven deze tekst een masker van ene Auguste Preault.


3 antieke inktflesjes (293)

604635999

Alsof ze al jaren familie zijn geweest van elkaar, zo staan ze daar, deze drie oude inktpotten.

Is het omdat ze uit hetzelfde aqua kleurglas zijn gemaakt, dezelfde luchtbelletjes hebben, een beetje “pokdalig” zoals dat heet in de boeken?
Of heb ik ze steeds in mijn kinderlijk spel samen gezet en als familie behandeld zodat ze het inderdaad ook geworden zijn?

Zoals het oude inktpotten betaamt, is er sinds hun verblijf in mijn levensloop, nooit nog inkt in hun body geweest.
Ik kan me de diepblauwe, bijna zwarte inkt uit de grote schoolfles met het zilveren tuitje in hun aquamarijne lijfjes best voorstellen.
Of de bloedrode waarmee mijn grootvader de documenten omtrent have en goed invulde.
“Vroeger schreven ze dit met bloed, ventje,” knikte hij terwijl hij voorzichtig de vloeiwel over het papier liet schommelen zodat de vurige ambtelijke letters in spiegelschrift tussen hun eerder opgedroogde maatjes het geheimschrift vergrootten.

De drie inktpotten echter bleven leeg.

Als ik me niet lekker voelde mocht ik met ze spelen steeds vergezeld van de overbodige uitroep voorzichtig te zijn want dat ze konden breken (voor wie hielden ze mij?) en dat ze met mijn betovergrootvader uit Sint Petersburg waren meegekomen nadat hij ze van de Amerikaanse ambassadeur cadeau had gekregen.

Dat een ambassadeur lege inktpotten aan een spoorwegingenieur meegeeft is op zichzelf al weinig aannemelijk, maar als kind vermeerderde deze uitspraak de geheimzinnige krachten die de verre tochten deze drie verleenden.
Waarschijnlijk had mijn betovergrootvader ze van een inktkoelie werkzaam bij de administratie van de Amerikaanse ambassade gekregen om een drank- of speelschuld te delgen, zei mijn grootmoeder, maar het volume aan drank dat ze de immigranten toeschreef, maakte de wodka wel heel goedkoop als het verbruik daarvan met enkele lege inktflesjes kon vergoed worden.
En de wilde verhalen over poker en roulette waarbij fortuinen van eigenaar wisselden en levens in de moerassen der vergetelheid verzonken na een duel in het Peterburgse koude ochtendgrijs, stonden in geen enkele verhouding met de waarde van de drie inktpotjes, tenzij ze door de toekomstige tsarina Alexandra Feodorovna zelf geblazen zouden zijn toen ze nog Alice heette en in het wonderland van haar Kopenhaagse jonge jaren een leraar had die haar naast de schriftuur en het schilderen ook het glasblazen had bijgebracht.

Met de inhoud van deze inktpotjes waren spionnenbrieven geschreven, zoveel was zeker, wist de zevenjarige jongen die met lichte koorts een dagje thuis mocht blijven.
Spionnenbrieven die via de Finse golf de oceaan overstaken en in New York bestudeerd werden.
“Berichten uit Sint Petersburg”.
Hij verschoof de inktpotjes, liet ze als scheepjes het dekbed-water bevaren en las aandachtig de talloze nog te ontcijferen boodschappen die uit hun nat waren gepuurd.

Stel dat betopa zelf die spion was geweest.
Hij kende de keizerlijke familie bij naam en toenaam, en als spoorwegingenieur had hij toegang tot plaatsen waar zelfs de ingewijde Russische ziel nog een berg stempels en pasjes voor nodig had.
De inktpotjes hadden speciale inkten geherbergd, inkt die onzichtbaar is en slechts door een speciaal procédé weer kan gelezen worden.

Hij zocht zijn pennenstok in zijn boekentasje, een blad papier waar op de voorkant aap, aal, aas, en aak stond geschreven, doopte de pen in de lege grootste inktpot, dacht na, knikte en begon te schrijven:
“Meneer de president van Amerika”.
Hij schreef een soort steno dat hij alleen kende, spionnenletters dus, zodat hij net zo snel letters als gedachten kon produceren.

“Ik heb het een en ander gezien dat u zeker zal interesseren.”
Hij beschreef de ondergrondse activiteiten van de opstandelingen die zijn grootmoeder met “de roden” aanduidde, wist dat er weldra een grote opstand zou uitbreken en dat hij het best vond de keizerlijke familie zo vlug mogelijk naar New York te laten komen.”

Daarna herlas hij zijn onzichtbare boodschap, vouwde het papier tot een vliegertje -de lagere school ontwikkelt het kinderlijke gevoel voor evenwicht- en liet zich dan op het plat dak zakken om het met een brede zwaai richting buren te gooien.
Er zou net op tijd een windvlaag komen om zijn boodschap veilig naar het Witte Huis te transporteren, dat wist hij terwijl hij de inktpotjes op het nachtkastje zette.

“Dat kind van jullie kan al aardig schrijven, zei de buurman een dag later.
Kijk wat ik tussen de sla vond.”


 


landschap vanuit de trein (292)

613_1111763302f162a9a9ab9817c06d655f

Landschappen, licht en de dozen -ook huizen genoemd- van waaruit wij ons leven leiden.
De NMBS (Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen) voert U tegen luttel geld door tal van Belgische landschappen terwijl U niet aan een belachelijk stuurwiel moet draaien, noch zorg voor Uw te dure blikken doos op vier wielen moet ten toon spreiden door het uiten van schimpwoorden en andere primitieve uitdrukkingen, bedoeld voor de andere weggebruiker.

In feite is de NMBS een rijdende kunstacademie.
Ik heb het dan niet over de veetreinen die ‘s morgens de burger naar, en ‘s avonds weer van het werk vervoeren, maar over de rustige momenten, tussen 10 en 15.30u en na 19.30u tijdens zomerse dagen.
Zet U gemakkelijk bij het raam in een van de rijtuigen (erg aanbevolen zijn die met twee verdiepingen, enige hoogte scheelt een slok op de borrel) en strek uw benen, leg uw handen op de voldane buik (het ontbijt is al even achter de rug) en laat U vervoeren in beide betekenissen van het woord.

De NMBS is een “vervoer”-maatschappij, een idee dat nog in geen enkele publiciteit is gebruikt en waarvoor ik momenteel stappen zal ondernemen om het te beschermen tegen de roofzuchtige breintjes van de reklamemakelaars.

Vraag Uw medeburgers dat GSM-gesprek te beëindigen -nu roken niet meer is toegestaan zouden er bijvoorbeeld GSM-vrije rijtuigen kunnen voorzien worden- zeg dat U het lot van de man of vrouw aan de andere kant van de lijn niet dadelijk hoeft te delen, dat U er van overtuigd bent dat “de meeting” interessant was, het zakencijfer bloeiend en de maîtresse nakend, maar probeer het mensenrecht op privacy zonder al te veel woordengeweld te verdedigen.

Eens de trein zich in beweging heeft gezet, de door de gangen hollende mensen een plek voor de zenuwachtige kont hebben gevonden, de medepassagier in boek of achter krant tot ongevaarlijke buurtbewoner is gereduceerd, het koffiewagentje voorbij is gedenderd en de dreinende baby borst of fles heeft gevonden, laat U de landschappen voorbijrollen.

Er zijn natuurlijk lijnen die landschapgevoeliger zijn.
Eén van de voorbeelden is het treinstel dat zich om het uur van Mechelen naar Etterbeek begeeft en ‘s morgens een verzameling biedt van bedienden en kantoorlieden die Nato en andere dure instellingen bevolken, en iets later ook het artistieke personeel voor de Nationale Zender naar het Meyserplein voert vanwaar het nog een stevige wandeling is eer men het volk van klank en beeld kan voorzien.

Deze lijn brengt U tussen Muizen en Vilvoorde in contact met het landschap zoals de 19de eeuwse schilders het droomden.
Maar helaas, eens men Vilvoorde nadert en daarna de hoofdstad binnendringt, versnelt de verwording van het landschap in enkele minuten tot hoogst actuele proporties.

Kikt de reiziger op achterkanten en tuinstroken dan is de lijn Antwerpen-Brussel een aanrader.
Een heuse encyclopedie van verbouwingstechnieken, tuinhuisjes en veranda’s snelt voorbij.
De Belgische doe-het-zelver heeft wat in zijn marge, dat is duidelijk.
Ramen en kozijnen, uitgestulpte kamertjes en heraangelegde platte daken, kaal geschoren gazons en achtergelaten tuinmeubelen, piepkleine verandaatjes of imitaties van het ter ziele gegane Crystal Palace, walgelijke speeltuigen en keurige doorzonkamertjes, hondenhokken en groententuintjes van een voorschoot groot, verroeste mazouttanks, stroken bouwafval, opslagplaatsen en een keure aan garages van eenvoudig dak boven het blik tot tempel ter ere van de heilige koe, het snelt uw oog voorbij.
Om nog te zwijgen van afrasteringen, ommuringen, hagen en hekken en ander fraais om het eigen territorium af te bakenen.

Duizenden prenten en schilderijen uit de meest actuele collecties zijn in dat rijtuigraam gekaderd en worden elke minuut moeiteloos vervangen.
De reiziger moet alleen maar kijken.
En zuchten.
En in zijn hoofd de meest absurde combinaties laten bezinken en ze bewaren voor een avondvertelling aan zijn kinderen of stamtafelvrienden.

En de mist boven de velden, het late namiddaglicht over de pas gemaaide akkers of de dansende lijn van de weg die, naarmate de snelheid, een vreemde paringsdans met de hollende trein probeert uit te voeren, dichterbij komt en weer wegloopt, rakelings naast uw raam gelijke tred houdt, en daarna weer in een slaperig dorpje verdwijnt, terwijl het dobbler-effect van de bel bij de onbewaakte overweg de volgende pastorale vergezichten aankondigt?

Jaja, ook dat bestaat, maar dat is voor de gevoelige NMBS-er, de man of vrouw die de raamvulling met eigen gedachtensprongen en gevoelstrillingen aanvult, die zich niet in slaap laat wiegen door het zachte schommelen van de rijtuigen, die massale bedstedes voor lieden die te lang televisie hebben gekeken of te vroeg nog “hoefden”.
Op het moment dat hij of zij zich de betere reiziger gaat voelen, valt de trein stil op een god verlaten plek, blijft hij zonder enige commentaar of uitleg een kwartier of langer staan ten gevolge van een stroompanne of te grote drukte in het station van Antwerpen, of noem maar op, je moet het zelf verzinnen want explicatie is nu eenmaal niet de sterke kant van deze vervoersmaatschappij, en men kijkt naar de met een schok wakker geworden medepassagiers die vanuit hun privé-dromen tot de bittere realiteit zijn teruggebracht.
Hier zou je solidariteit verwachten, het aanheffen van een lied, het delen van de resten in de brooddoos, het samen scanderen van “uitleg”, of “geld terug”, maar niets daarvan.

Er wordt massaal naar de gsm gegrepen en het thuisfront krijgt te horen dat “we” stil staan tussen Kontich en Oude God en dat het dus wat later kan worden.
Waarop de thuisblijvers over hun voorbije dag beginnen te vertellen, over de nieuwe auto van de buren of de roddels in de boekjes.

Een ver heimwee naar de postkoets komt dan opzetten.
Kent u het nog: “Hoog op de gele wagen, rij ik door berg en dal-dal-dal-dal.”


de foto is van Lamoth André-Pierre, Nederland

in de donkerte (291)

739_3dfb4019bc97ea2c99cfd4fb453ab9b7

De ruimte waarin ze zitten, is veel te groot.
Het is een woon- en werkruimte.
Je kunt je nergens verschuilen.
Buiten is het nacht, ook daar dreigt alleen maar gevaar.
Het plekje aan het trapje licht op door een kaarsvlammetje.

Daar zitten ze.
Grootmoeder Anna, het wiegentouw in haar hand, de jonge moeder Maria leest, en het kind slaapt.
Waar is Josef?
Josef zit links onder de trap. Bijna onvindbaar.

Verloren in de wereld. Er moeten nog veel trapjes worden beklommen.
De schaduw van de lezende moeder op de muur.
De grootmoeder is bijna ingedommeld.
Josef, oververmoeid, onzichtbaar geworden.

Dit doek, “heilige familie bij avond” komt uit het atelier van Rembrandt van Rijn.(1642-1648)

Op de tafel een vijzel, een fles, een paar schoenen.
Achter Anna hangt een kaart op rollen.

Als kind vroeg ik me af wat Maria zou lezen.
Is ze op zoek in het oude testament naar de voorspellingen omtrent haar baby?
Mijn grootmoeder dacht dat ze het kind een verhaaltje had voorgelezen.
En met het kind was oma Anna ook in slaap gevallen, iets wat in mijn jong leven ook wel eens gebeurde als mijn vader zich op het bed naast mij legde en ik even later beneden verscheen en verklaarde dat mijn papa sliep.

Dat donker herkende ik ook.
Het donker waarin de schaduwen van de kastanjeboom buiten een net van vangarmen was geworden.
Of het licht van de kaars als in het grote landhuis de elektriciteit uitviel en we de verdere avond bij kaarslicht doorbrachten.
Veiligheid en dreiging mengden zich tot een vreemde atmosfeer die je aantrok en bang maakte.
Soms kroop ik zelf onder de trap.
Ver weg van de wereld.

Ik wist zeker dat niets nog hetzelfde zou zijn als ik weer in het daglicht kwam.

uit de new york times van gisteren (290)

504_eeeee9344aa80bdbb57efd143240e3ca

Je kunt rustig de Frankfurter Algemeine lezen bij het ontbijt, en ook Le Monde baart je meestal geen zorgen, maar als de New York Times naast de croissants en het geurige kopje thee ligt, is er toch steeds dat spannende gevoel eigen aan een tocht op de achtbaan: hoe diep kun je (veilig op rails wel te verstaan) vallen?

Ik doe daarmee geen morele uitspraken, noch steek ik mijn wijsvinger in de lucht, en nog minder wil ik op deze eerbiedwaardige krant enige kritiek uitoefenen.
Integendeel!
Het suizend gevoel heeft te maken met de vraag: gebeurt dit nu echt op zondag 31 juli, of viert de krant zijn zoveelste verjaardag en herdrukten zij een artikel uit de vroegste jaren?

Terwijl je naar beneden suist, weet je: het is vandaag 31 juli (in de USA, terwijl het hier al 1 augustus was), en wat ik lees, is werkelijk aan de gang in het land dat in tegenspraak met de linkserige cliché’ s het land van duizend mogelijkheden is.

Lees dus, suis mee naar beneden en als je weer op de rails staat, kan ik je niet voorschrijven wat je moet denken.
Maar denken moet je.

August 1, 2005
Bible Course Becomes a Test for Public Schools in Texas
By RALPH BLUMENTHAL and BARBARA NOVOVITCH

HOUSTON, July 31 – When the school board in Odessa, the West Texas oil town, voted unanimously in April to add an elective Bible study course to the 2006 high school curriculum, some parents dropped to their knees in prayerful thanks that God would be returned to the classroom, while others assailed it as an effort to instill religious training in the public schools.

Hundreds of miles away, leaders of the National Council on Bible Curriculum in Public Schools notched another victory. A religious advocacy group based in Greensboro, N.C., the council has been pressing a 12-year campaign to get school boards across the country to accept its Bible curriculum.

The council calls its course a nonsectarian historical and literary survey class within constitutional guidelines requiring the separation of church and state.

But a growing chorus of critics says the course, taught by local teachers trained by the council, conceals a religious agenda. The critics say it ignores evolution in favor of creationism and gives credence to dubious assertions that the Constitution is based on the Scriptures, and that “documented research through NASA” backs the biblical account of the sun standing still.

In the latest salvo, the Texas Freedom Network, an advocacy group for religious freedom, has called a news conference for Monday to release a study that finds the national council’s course to be “an error-riddled Bible curriculum that attempts to persuade students and teachers to adopt views that are held primarily within conservative Protestant circles.”

The dispute has made the curriculum, which the national council says is used by more than 175,000 students in 312 school districts in 37 states, the latest flashpoint in the continuing culture wars over religious influences in the public domain.

The national council says its course is the only one offered nationwide. Another organization, the Bible Literacy Project, supported by a broad range of religious groups, expects to release its own textbook in September.

According to Charles Haynes of the Freedom Forum, which published “The Bible and Public Schools: A First Amendment Guide” five years ago, “The distinction is between teaching the Bible and teaching about the Bible – it has to be taught academically, not devotionally.”

The National Council on Bible Curriculum in Public Schools says its course “is concerned with education rather than indoctrination of students.”

“The central approach of the class is simply to study the Bible as a foundation document of society, and that approach is altogether appropriate in a comprehensive program of secular education,” it says.

Elizabeth Ridenour, a commercial real estate broker who said she formed the nonprofit organization in 1993 after deciding that she had long been “duped” into believing the Bible could not be taught in public schools, said the course has stayed within legal limits. “Our teachers are not to say, ‘This is the truth,’ or that the Bible is infallible,” she said. “They are to say, ‘This is what the Bible says; draw your own conclusions.’ ”

But in Odessa, where the school board has not decided on a curriculum, a parent said he found the course’s syllabus unacceptably sectarian. He has been waging his own campaign for additional information on where it is being taught.

“Someone is being disingenuous; I’d like to know who,” said the parent, David Newman, an associate professor of English at Odessa College who has made a page-by-page analysis of the 270-page syllabus and sent e-mail messages to nearly all 1,034 school districts in Texas.

The Texas Freedom Network, which commissioned its study after the vote in Odessa, is sharp in its criticism. “As many as 52 Texas public school districts and 1,000 high schools across the country are using an aggressively marketed, blatantly sectarian Bible curriculum that interferes with the freedom of all families to pass on their own religious values to their children,” it said.

In one teaching unit, students are told, “Throughout most of the last 2,000 years, the majority of men living in the Western world have accepted the statements of the Scriptures as genuine.” The words are taken from the Web site of Grant R. Jeffrey Ministries’ Prophecy on Line.

The national council’s efforts are endorsed by the Center for Reclaiming America, Phyllis Schlafly’s group the Eagle Forum, Concerned Women for America and the Family Research Council, among others.

But Americans United for Separation of Church and State and other groups have warned school districts against using the curriculum because of constitutional concerns.

Mike Johnson, a lawyer for the national council, cited a 1999 legal opinion by four lawyers calling the course permissible under constitutional guidelines.

Apart from a showcase school in Brady, Tex., the national council does not disclose the schools using its course because it wants to spare them the disruption of news media inquiries, Ms. Ridenour said.

Only a summary of the course is available on the Internet, and printed copies cost $150.

A highly critical article in The Journal of Law and Education in 2003 said the course “suffers from a number of constitutional infirmities” and “fails to present the Bible in the objective manner required.”

The journal said that even supplementary materials were heavily slanted toward sectarian organizations; 83 percent of the books and articles recommended had strong ties to sectarian organizations, 60 percent had ties to Protestant organizations, and 53 percent had ties to conservative Protestant organizations, it said.Among those included are books by David Barton, on the council’s advisory board and the vice chairman of the Texas Republican Party, who favors “biblical inerrancy,” said William Martin, a Rice University historian and the author of the book “With God on Our Side: The Rise of the Religious Right in America.”

Ms. Ridenour said the course was revised six months ago. But the freedom network’s study concludes that the curriculum’s section on science teaches creationism with no mention of evolution.

The course’s broad statements about the Bible being the blueprint for the nation are askew, said Mr. Haynes of the Freedom Forum, part of a nonpartisan ecumenical group promoting the Bible Literacy Project textbook. “If the Bible is a blueprint for the Constitution,” he said, “I guess they haven’t read it,” referring to the Constitution.

Some of the claims made in the national council’s curriculum are laughable, said Mark A. Chancey, professor of religious studies at Southern Methodist University in Dallas, who spent seven weeks st
udying the syllabus for the freedom network. Mr. Chancey said he found it “riddled with errors” of facts, dates, definitions and incorrect spellings. It cites supposed NASA findings to suggest that the earth stopped twice in its orbit, in support of the literal truth of the biblical text that the sun stood still in Joshua and II Kings.

“When the type of urban legend that normally circulates by e-mail ends up in a textbook, that’s a problem,” Mr. Chancey said.

Tracey Kiesling, the national council’s national teacher trainer, said the course offered “scientific documentation” on the flood and cites as a scientific authority Carl Baugh, described by Mrs. Kiesling as “an internationally known creation scientist who founded the Creation Evidence Museum in Glen Rose, Tex.”The battle of the Bible course is not over in Odessa, where John Waggoner, a real estate appraiser, presented petitions with 6,000 signatures in support of the Bible class – many of them on printed forms of the National Council on Bible Curriculum in Public Schools – to the school board of Ector County at its April meeting.

The assistant superintendent, Raymond Starnes, said he wanted to examine the Bible Literacy Project’s textbook before recommending one for the 2006 school year.

Ralph Blumenthal reported from Houston for this article, and Barbara Novovitch from Odessa, Tex.


Ik voeg er een mooi prentje bij uit het Rijksmuseum in Amsterdam: 2 kinderen, eentje leunt op de bijbel, het andere heeft een slang vast.
Het is een niet mis te verstane allegorie en ze werkt blijkbaar door in ons aller gedachtengoed.