Heel ver terug nu, naar Mesopotamië, het Tweestromenland (Eufraat en Tigris) waar volgens sommigen ooit het Paradijs was gevestigd, de vertrekplaats van Abraham, de hedendaagse brandhaard van de wereld tussen Syrië, Irak en Iran, de heiligheid en haar nefaste gevolgen is nooit ver weg.
Dat maar om mijn leeuw van gisteren, de leeuw van Urkish, te omkaderen.

De bewoners van deze streek, de Houritiërs, namen allerlei gewoonten over van de omringende Tweestromenland-culturen.
Eén daarvan was het plaatsen van documenten in de funderingen van gebouwen om hun stabiliteit te verzekeren en ze tegen vernietiging te bewaren.

Zowel op het koperen plaatje als op de steen daaronder die de dreigende leeuw vasthoudt is hetzelfde geschreven.
“Tishatel, heerser van Urkish heeft voor de god Nergal een tempel gebouwd.
De god Nubudag zal hem beschermen. Wie hem vernietigd zal op zijn beurt door Nubudag vernietigd worden.
Moge de zonnegod Shimiga en de god van het onweer hen vellen die dit gebouw vernietigen willen. Tienduizend keer vervloekt.”

Deze taal is geen semitische noch een indo-europese taal, en dit geschrift is het oudste dat we van hen kennen.
Ze duiken in de Mesopotamische geschriften op rond 2400 voor Chr.
Ze leven in de uitlopers van de Taurus en de Zagros bergketens die de Mesopotamische vlakte in het Noorden begrenzen.
Deze streek tussen de bovenloop van de Eufraat en de Tigris heette het land van Subir.
De stad Urkish was het politieke centrum, en de voornaamste cultusplaats.

De gedachten van dit mooie gebruik om met lettertekens de stabiliteit van gebouwen te willen bevestigen en de vijanden af te schrikken ging me vandaag door de geest terwijl ik de beelden uit het Poolse Katowice bekeek.

De onmacht van woorden wanneer ons dit overkomt.

In het midden van het Eufraat gebied is de hierbij gevoegde leeuw gevonden, gemaakt uit verschillende lagen koper die op een ondergrond, meestal hout werden bevestigd.
het hout is vergaan, de leeuw is gebleven.

Zij werden in paren opgesteld bij de in- en uitgang van de tempel om de mensen in en om het gebouw te beschermen.

Ik stuur ze naar jou.
Mogen ze met hun vurige ogen ook jou bijstaan als de letters of de beelden niet genoeg troost of zekerheid bieden.

Al zijn hun gebouwen verdwenen of tot grondvesten herleid, in hun ogen straalt de kracht om altijd weer opnieuw een plaats voor het onvergankelijke te zoeken.
Tegen beter weten in.