DE ACHTERTUIN: CHRIS BAKER USA

baker_backYard

Er is ook nog na al het gedruis van filosofische beschouwingen, de achtertuin.
Chris Baker, USA, blijft in zijn werk inderdaad dichtbij huis, het huis.

In mijn laat bericht wandel ik met hem in die tuin en we filosoferen over het gevoel je tuin te verliezen.
Een tuin sterft als zijn bewerker weggaat.

Al dertig jaar geeft hij schilder- tekenles aan mensen van alle leeftijden, van kleuters tot hogeschoolstudenten.

New Yorker van afkomst heeft hij het pastorale lief.

‘A tolerance for accidents and uncertainty is at the soul of my painting. Figures traveling through familiar spaces are my motivation. I plan only to begin a piece, never really able to predict the end, and attempt to deal artistically with simple life lessons of life.’

Werkelijkheidsondericht?

Helemaal niet, want al zijn zijn voornamelijk gouaches snapshots, ze vertellen de eenvoudige levenslessen zonder enige pretentie, ondersteund door zijn liefde voor het licht.

dyn004_original_400_526_jpeg_20344_74e1994f1321c64efedaa9a7765e6f02

Zonsondergangen, hoe romantisch ook, ze zijn een bijzondere verzameling van kleuren en tinten die je ter plekke moet schilderen.

Hier staat hij dus met zijn werktafel op het strand terwijl de maan is opgekomen.

dyn004_original_600_400_jpeg_20344_a8fab13e41044e16db901748dd491d28

Dichtbij de werkelijkheid en toch oog hebben voor het onverwachte.
Je laten leiden door het schilderij, en verrast zijn als je dwaasheid beloond wordt, of je teleurstellingen verbijten in een volgende poging.

Het schuurtje in de tuin.
Het houdt ook tijdens de wintermaanden de herinneringen vast aan lange avonden, en het tuingerei slaapt er tot lichtere tijden.

dyn004_original_400_283_jpeg_20344_e83ef51d3c3c5cf9ffd8052f5a99207d

Zo’n tuinhuisje doet me altijd aan de Eftelling denken waar kleine kinderen gek zijn op de kijkhuisjes in het sprookjesbos, want ze geven in hun miniatuuruitgave de indruk dat ze een utopisch leven aankunnen, een plaats waar het sprookje steeds mooi eindigt.

Ik denk dat we te weinig in onze tuin zitten.
Tuinen dienen meestal om er weken en maanden in te werken, maar genieten van de tuin ontbreekt wel eens.

De achtertuin.
Hij moet de eer niet redden, geen welkom zijn naar de straatkant.
Hij is de achtertuin.
Je moet het koele huis door en als dat achter je ligt, en je misschien door het drogend wasgoed bent gewurmd, ligt daar de achtertuin, en in mijn geheugen is hij een wildernis met achteraan de bijenkasten en de hagen die in juni hun zware geuren terug naar het huis sturen.

Ik ben er graag alleen om niets te doen en niets te zijn.
Geen stille marsjsen, geen bekerfinale of gelovigen die de paus verwelkomen.
Collectiviteit groeit hier niet.
Verwilderde gedachten, je moet ze koesteren.
A tolerance for accidents.


KUNST ALS EEN ANTWOORD OP VERRASSINGEN: MARTIN POOLE USA

image-2683

‘If you think of life as a series of surprises, then you can think of art as a way of responding to surprise.’

En daarmee is de toon gezet.
De jonge Amerikaanse kunstenaar Martin A. Poole ziet zijn werk, ziet de kunst in ’t algemeen als een antwoord op de suprises die het leven voor ons in petto heeft.

Ik denk dat je die verrassingen erg breed kunt opvatten, en dat ze daarom ook niet altijd van de zonnige kant voortkomen.
De suprises hebben dit gemeenschappelijk: ze verrassen je, ze komen onverwacht, nemen je in de tang en vragen om een reactie.

‘If our response is genuine, then we create a kind of self-portrait. The tough part seems to be figuring out how to develop and use your skills without obscuring your genuine response.’

Is je antwoord oprecht dan creëeren we een soort zelfportret.
En de kern, het harde gedeelte zal uitmaken hoe we onze bedrevenheid ontwikkelen en gebruiken zonder ons eerlijk antwoord te verdoezelen.

‘Anyway, my response is divided. I love the peaceful,open, natural world, usually filled with light and emptied of people. I also love the stories of the people I see, myself included, who are struggling with their lives–a slightly darker vision.’

En daar staat Heracles op de tweesprong.

Enerzijds een wereld vol licht zonder mensen, maar toch vol liefde voor de verhalen van die (afwezige) mensen, verhalen van mensen, mezelf inbegrepen die het moeilijk hebben met hun leven, ik hou dus eerder van de donkere visies.

dyn010_original_580_421_jpeg_20344_f50478128b66d18dae7263e0031c0a55

Vertaald in enkele beelden gaat er dat zo uitzien:

Ik ben het licht op de heuvels,
maar vergis je niet

ik ben het donkere licht.

Wat jong is, verouder ik,
wat dichtbij was, maak ik tot een doodse verte.

Alleen wie vleugelds wil
zal in het nest
van ’t jonge licht
de morgen zien geboren worden.

De linten van de trage rivieren
bezwanger ik met opgezwollen wolkenlijven.

En wie zijn lippen blauw wil verven
vraag ik om onaards geduld
want eerst stift de nacht
je ogen dicht
en kun je op je luie zetel dromen
en wachten tot hij thuiskomt.

Kind, komt de rook ooit thuis?

dyn010_original_580_430_jpeg_20344_ace1a4ea7360df75377c970dda3693c3

De asse ja, zij is de eeuwige enige thuiskomer.
Zij heet moederkoren
en vaders laatste wil
zij schreeuwt niet
maar zaait de toekomst van vergetelheid
ons plooibaar gebeente
de resten van het vaderschap
moeders mooiste weliswaar.

Sluit je ogen, mooi kind.

Violetjesgeuren en l’ air du temps,
de zuinigheid van je zachte woorden
het mooiste zwijgen als we kussen.

De dag
achter het witte vensterlaken
en de nacht die stille goedmoedige beer
die zijn scherpe klauwen bij onze verlaten kleren
heeft gehangen, zijn rinkelbel, en zijn verbrande zolen
op kussentjes heeft achtergelaten
en van de aartsengelen
zijn vleugels mag gebruiken bij zoveel naaktheid onder hem.

Nu ik ver ben
achter je gesloten ogen,
nu ik in het donkere landschap verdwaal
weet ik niet of zingen helpt,
een beetje schor fluiten misschien
zou de blauwe gaten in het zwerk
niet vroegtijdig laten dichtklappen.

Vinden wij elkaar daar terug, lief meisje?
Of ben ik nog de rook
terwijl je op de groene zetel ligt
en ik in kringetjes je naam zal schrijven?

‘Even though this seems obvious, it kind of surprised me to find it so clearly in these paintings. I guess the question now is what I’m going to do about it.’


DE BEWEGING VAN HET BEWEGINGSLOZE

schaduw op de muurLieve vriend,

Waarschijnlijk is je scherm niet groot genoeg om Helene Schjerfbecks ‘SCHADUW OP DE MUUR’ in één keer te kunnen overzien.

Dat is dan ook de bedoeling.

Je moet het scrollen zodat je de onderdelen sowieso moet bekijken.

Je begint in de lucht en je volgt, bijna filmisch, de camera naar beneden.
Is het je opgevallen dat wij, met uitzondering als we daartoe zoals nu gedwongen worden, bijna nooit de werkelijkheid ondergaan?

De camerabewegingen die blijkbaar in het stilstaande beeld ontbreken heeft zij opgelost in haar tonaliteiten.
Links de bomen en daarachter het dak met de muur die door de schaduw wordt ingenomen.
Ze staan in een soort kleurenperspectief.

De diepte in het beeld wordt vooral door de bomen vooraan en de bank in het midden gemaakt.

Doordat de bank schuin in beeld wordt gebracht verhoogt de indruk van diepte, wijzen de kleurenpartijen naar de zwarte schaduwvlek.

De boompartij herhaalt zich op de muur en wordt dan weer begrensd door de donkere boom aan de rechterkant van het beeld.

Of hoe het stilstaande beeld door onze waarnemingen en door de intuïtie van de kunstenares een andere beweging oproepen dan bijvoorbeeld het bewegen van de takken, of het verglijden van de schaduw.

Het is een beweging die in onze hersenen gebeurt, een weder-samenstelling van de onderdelen tot het beeld dat wij als kijker in zijn geheel ervaren.

De bank is het rustpunt, het centrum.
Er is niemand op aanwezig.
Dat verhoogt de stilte, het bewegingsloze.

Wij hebben ‘beweging’ altijd verbonden met ‘snelheid’.
Dat is een fysisch begrip.
Ik wil je meenemen naar het begrip ‘tijd’, ook een beweging, en naar we sinds Einstein weten, erg relatief.

Maar hier ook zien wij ‘tijd’ als een fysische indeling, een voorbijtrekken van eenheden zodat er een verleden en een toekomst mogelijk is.
Tijd heeft echter een andere waarde.
Het is het ervaren van het NU.

Wij leven steeds in het NU.
Hoe ver je je ook terugtrekt uit de werkelijkheid, hoe eenzaam en verlaten je gaat leven, je blijft gevangen in het NU, en je kunt je alleen het verleden en de toekomst VOORSTELLEN.

Voorlopig kan niemand in het verleden of de toekomst leven.

Ons bewustzijn kan zich ernaar richten, maar de ervaring die we als werkelijkheid beleven gebeurt steeds in het NU.

Je kunt dat NU wiskundig bespreken en het tot een onderdeel van een seonde of kleiner nog terugbrengen, maar ik doel eerder op het ondergaan van een werkelijkheid ongeacht het tijdsverloop.
Inderdaad, wij leven in de beweging van het tijdsverloop, terwijl ik op zoek ben naar de beweging die me dichter bij een werkelijkheid brengt en daardoor tijdlozer is.

dyn007_original_488_510_jpeg_20344_025be8aea8c16eb07d54dab9cf77a4b8

Haar zelfportret hiernaast is met een tijd aangeduid, 1914, een belangrijk jaar.
Je kunt ook de sporen van de tijd in haar gezicht terugvinden.
Maar de werkelijkheid, de optelsom van al die ogen-blikken (zoals ze naar ons kijkt!) is van een andere orde.

In de fotografie zou het portret in een onderdeel van 1/60ste seconde kunnen gemaakt worden en wellicht heeft ze er als schilderes dagen en misschien maanden aan gewerkt, maar dat is de fysische tijd van de genese.

Je zult naarmate het moment van waarnemen, -en er kunnen jaren tussenliggen- steeds de mogelijkheid hebben om de werkelijkheid van het eerste ontdekken te verdiepen, te re-organiseren, over te schakelen naar een andere schil rond de kern om in de quantumfysica te blijven, maar het één worden met de waarneming, met het beeld, het zo diep begrijpen dat het met jouw wezen samenvalt, kan inderdaad in één begenadigde seconde maar ook zich uitstrekken over jaren.

Deze werkelijkheid, deze manier van kennen benadert de mystiek: ik mag deelnemen aan het wezen van de expressie, en daardoor bereik ik een diepere kennislaag, een andere manier van weten.

Dit heeft met intuïtie te maken, daarom zijn vrouwen zo sterk in het diep aanvoelen van realiteiten.
Maar er is ook een overgave nodig.

Vreemd genoeg heeft die overgave met niet-weten te maken, met niet-kennen, want elk weten en kennen staat door zijn beperking de nieuwe verbinding in de weg.

Kinderen kunnen dat (sommigen althans) en in hun breed spectrum waarneming zien zij wat wij niet (meer) zien.
Herbert Read beweerde in zijn geschriften dat je deze kwaliteit kon bewaren.

Het oog blijven trainen naar de diepte.


EEN NIETS ONTZIENDE EERLIJKHEID: HELENE SCHJERFBECK

dyn004_original_392_498_jpeg_20344_c998c704e5b649e6ce4649059922e10f

Geklemd tussen twee zelfportretten.
Het eerste nog als jonge vrouw, het tweede getekend 1944, twee jaar voor haar dood.

Met een niets ontziende eerlijkheid heeft ze haar leven lang zichzelf geportretteerd.

Tot de dood zichtbaar werd.

dyn004_original_412_500_jpeg_20344_0445b168f8a463ab9aa96c25173b9223

Geboren in 1862 in Helsinki, Finland, van ‘nederige’ komaf, zoals men dat zegt, brak ze op haar vierde haar heup bij een val van de trap, een kwetsuur die ervoor zorgde dat ze niet als ieder kind naar school kon en op zichzelf was aangewezen.

Ze was een erg begaafd kind zodat ze op haar elfde gratis les mocht volgen aan de Finse Kunstacademie.

Op haar dertiende sterft haar vader aan tuberculose, en komt het gezin helemaal in de armoede terecht.
Maar de financiële hulp van een leraar uit de academie stelt haar in staat om zich verder te bekwamen aan een private Kunstschool waar de Franse oliefverftechnieken worden onderwezen.

Ze wordt al vlug opgemerkt, krijgt in 1879 een derde prijs van de Finse Kunstacademie en na een andere vermelding krijgt ze een beurs om naar Parijs te trekken waar ze gedurende jaren tachtig zal verblijven, afgewisseld met reizen door Europa.

schjerfbeck05Met dit beeld uit de Krimoorlog en vooral met het doek dat ik je vorige week stuurde, ‘de herstellende’ waarvoor ze in 1889 op de Exposition Universelle een bronzen medaille krijgt in Parijs, wordt ze bekend.

Ze is dan zeventwintig.

Je begint haar eigen identiteit te zien: het eigenzinnige kleurenpallet, haar oog voor details en compositie, haar bewondering voor het impressionisme, ze komen samen in dat prachtige doek waarin de relatie tussen natuur en het herstellende kind haar eigen manier van dramatiseren zichtbaar maakt.

Dan al is er sprake van een zeer eigen artistieke identiteit, een meer internationaal georiënteerde dan iemand als Akseli Gallen-Kallela die zich concentreerde op de afbeelding van typisch Finse scènes. Gekweld door gezondheidsproblemen ziet Schjerfbeck zich op 28-jarige leeftijd genoodzaakt definitief terug te keren naar Finland, waar ze bij haar moeder in Hyvinkää, een geïsoleerd gelegen district, intrekt. Huiselijke scènes, waarin lezende of bordurende vrouwen of kinderen de hoofdrol spelen, staan in deze periode centraal. Door meer en meer details weg te laten, bereikt ze een steeds grotere diepte in het schilderen en nadert ze een abstractie waarmee ze haar tijd ver vooruit is. Na tijdelijk in de luwte gewerkt te hebben, beleeft Schjerfbeck haar tweede doorbraak in 1917 met haar eerste solotentoonstelling bij de kunsthandelaar Gösta Stenman in Helsinki.’

Uit de catalogus van de overzichtstentoonstelling in Den Haag 2003

dyn004_original_530_409_jpeg_20344_54412cf806d2a1d9236e12ce96ba9ed9

Fijngevoelige landschappen, stillevens en indringende (zelf-)portretten getuigen van een uniek en voortreffelijk modern kunstenaarschap.

Te zien is dat Schjerfbeck een hoogst individuele ontwikkeling doormaakt: van melancholisch, laat 19e-eeuws academisch realisme tot een zeer persoonlijk stijl, waarin de wortels van het expressionisme en de abstractie te herkennen zijn.

Dat is allemaal heel erg waar en nuttig, maar je kunt je dan afvragen waarom zo’n voortreffelijke kunstenares in West-Europa zo onbekend is geworden waar ze in Finland als een nationale heldin wordt vereeerd.

Schoonheid en marketting laten zich blijkbaar niet altijd met elkaar vervlechten, en zonder de eindeloze dwaaltochten via het internet, zou je op een toevallige prent of boek moeten wachten om haar te ontdekken.

Anders dan haar Scandinavische collegae beperkte ze zich niet tot eigen taferelen uit het Noorden waar het zuinige licht voor erg intieme schakeringen kan zorgen, maar ze nam haar eigen wezen tot onderwerp en bekeek vanuit dat wezen de anderen, het landschap, de bloemen.

De schoonheid van haar werk kun je dus niet determineren door haar met andere kunstenaars te vergelijken of na te gaan welke invloeden ze onderging.
Je moet via haar ogen naar haar werk kijken en de verstilling en diepte vanuit haar belevingen en waarnemingen proberen te ervaren.

Of het haar zelfportretten of interieurs zijn, haar landschappen of mensen, je zult je nooit met haar sterfdatum kunnen verzoenen want haar ogen staan nog steeds heel ver open.

En daarmee te mogen kijken is een genade.


EEN GROET AAN DE HERSTELLENDE(N)

de herstellendeLieve weer thuis gekomen vriendin,

Thuiskomen uit het ziekenhuis.

Herstellen heet dat, en was het nu toevallig of niet, of laten de schilderijen zich ten gepaste tijd vinden, telkens ik in mijn musea ronddwaal kom ik bij “herstellenden” uit, en dat was vandaag niet anders.

Dit kind, geschilderd door de Finse schilderes HELENA SCHJERFBECK (1862-1946) is een van de mooiste ‘herstellenden’ die ik ken, en waarschijnlijk juist omdat het door een vrouw geschilderd is, voel je het medeleven in elke tint, zie je dadelijk het symbool tussen kind en jonge twijg, en vinden je ogen rust bij zoveel schoonheid op een kleine oppervlakte.

Herstellen is een mooi woord.
Je opnieuw ‘stellen’, en dat wil daarom niet zeggen dat je je opnieuw op dezelfde plek ‘stelt’ maar dat de opgelopen schade ertoe kan bijdragen dat het her-stellen wel duidt op de draad die je weer opneemt, maar dat het patroon dat je nu wil weven best heel anders kan zijn dan wat je voordien hebt bedacht of al geprobeerd.

Toch is herstellen niet eenvoudig.
Ik weet uit verre ervaring dat ik na een tiendaags ziekenhuisverblijf als elfjarige terugkeerde en ik door hevig heimwee werd aangegrepen toen ik weer in mijn eigen bed lag.

Het schijnt een bekend syndroom te zijn.
Nu ben je immers weer helemaal op jezelf terug geworpen, de hulpdiensten zijn in het hospitaal achtergebleven, en het helen van de lichamelijke pijn geneest nog niet dadelijk de innerlijke pijn.

Misschien is dit mooie doek ook nog een doekje tegen het ziele-bloeden.
Het meisje komt als een vlinder uit het cocon van het ziekenbed gekropen.
Het wit verlicht haar poging om het twijgje in het water te houden, hopend op kleine worteltjes die in de aarde weer kunnen schieten en voor voedsel zorgen.

Volgende week vertel ik je meer over die wondere vrouw die Helena Schjerfbeck was, en intussen is ‘er zijn’ voldoende, zoals het herstellende kind nog met een wazige blik naar het twijgje kijkt, maar het met beide handen vasthoudt, die wil om er te zijn mag je sterken.


DE STILTE EN HET SCHILDEREN: VILHELM HAMMERSHOI

dyn008_original_400_369_jpeg_20344_6e8336f105a60ac330c326a69caece19

Hij heeft zijn correspondentie verbrand en dagboeken zijn er niet.
De man die de stilte schilderde.

De Deense schilder VILHELM HAMMERSHOI. (1864-1916)

dyn008_original_272_320_jpeg_20344_01addf747c87f951c6b05f4e1bc287f9

Ik liet je eergisteren al diezelfde deuren zien, diezelfde kamer uit één van de twee huizen waar hij leefde en werkte.
Toevallig las ik een artikel over hem van Michael Palin, het verscheen in de Guardian van 6 juli 2005.

. ’There was something about the work that drew me like a magnet. Something beyond appreciation of technique or decorative effect, something deeper and more compulsive, taking me in a direction I’d never been before.’

Het was hetzelfde gevoel dat ik had toen ik de zichtbaarheid van het dansende stof in dat doek van eergisteren tegenkwam: deeper and compulsive, een totaal nieuw gevoel.

Ikzelf ben gek op lege huizen.
Lege huizen en lege speelplaatsen, en wellicht ook de grote leegte van de woestijn.

Ik kijk graag naar programma’s waarin huizen worden getoond, zonder bewoners, eventueel in vervallen toestand, en hoe mensen die plaatsen dan begrijpen, of -wat meer voorkomt- totaal zonder begrip beginnen op te kalefateren.

dyn008_original_421_450_jpeg_20344_b0a0a88453196df5f291823499796968

Michal Palin noemt hem ‘ A heady fusion of Hopper and Vermeer’

Misschien is dat een mooie omschrijving van een zekere weg naar de huizen en mensen die hij als model gebruikte, maar noch Hopper, noch Vermeer brengen zoveel stilte als Hammershoi in hun werk.

Ze blijven hoe dan ook de aandacht op zichzelf vestigen.
Daar is niets mis mee, maar in tegenstelling met deze meesters is het de Deense kunstenaar om de ruimte zelfte doen, om de afwezigheid in beeld te brengen, waardoor de ruimte haar derde dimensie, de emotionele diepte, zichtbaar maakt.

‘He achieved some international recognition in his lifetime, winning prizes in Berlin and Paris, and paid visits to Rome and Amsterdam (where he feasted on the Vermeers). But his workshop and primary source of information was Denmark, and in particular the capital, Copenhagen, where he was born to enlightened parents, attended drawing classes from the age of eight, and lived until his death.’

dyn008_original_266_320_jpeg_20344_45ec0b528e17cd435777469693b798e0

Hoe gevierd en bekend ook tijdens zijn leven, enkele jaren daarna -de grote oorlog rolde over Europa- was hij zo goed als vergeten en het duurde lang voor hij weer in de aandacht kwam.

Zijn personages doen er alles aan om dat proces te versnellen.
Vaak staan ze met de rug naar ons.
Of ze zijn zo in hun bezigheid verzonken, handwerk, een boek, dat elk contact onmogelijk is.

In 1930 vindt de Deense National Gallery zijn portretten en studies uit de mode.
Ze geven 28 werken terug aan Alfred Bramsen, de Kopenhaagse tandarts, zijn grote bewonderaar en vriend.

Maar de schilder was niet zo wereldvreemd.
Palin beschrijft Vilhelms contacten met zijn jongere broer Sven:

‘Then, just as all the evidence seemed to confirm the image of a timid, frustrated recluse, along came Vilhelm’s younger brother Sven. He belonged to a group of young men who took a summer house on the sea some 60 miles from Copenhagen where, inspired by Hellenistic ideals, they sang, danced, wore togas and ran around naked in celebratory Nordic fashion. Erik Steffensen, an artist, critic and professor, suggested that Vilhelm spent quite a lot of time in his brother’s company and would have enjoyed good food and wine with them, and seen and perhaps even contributed to their satirical magazines. As Professor Steffensen was at pains to point out, Sven and his friends were “funny people”.

Zo schilderde hij net zo goed de prachtige landschappen rond Kopenhagen, maar ook de grote huizen en hun tuinen van de hoofdstad, maar meestal…zonder mensen.

dyn008_original_527_426_jpeg_20344_51f9ef8a6c7710a053e2edf8ff52eda9

De ruimte, of ze nu een interieur of een wolkenlucht boven water is, is nog niet bewoond.

Ze is niet alleen het resultaat van een nauwkeurig observeren, maar vooral van een aanvoelen van haar innerlijkheid.

De stilte is geen verslagenheid.
Ook drukt ze je niet plat.

Ze is de werkelijkheid zelf, een open werkelijkheid waarin elk geluid of ego een verwringing zou zijn van het wonder dat voor iedere beschouwer totaal anders kan uitdraaien.

‘I don’t think Hammershoi would have liked the confessional times we live in now, when a desire for privacy is considered suspect and appreciation of any work of art seems to depend on how much we know about the artist’s personal life. He left us his quirky, innovative paintings and I think he intended them to say everything about himself that he wanted the world to know.

I started out admiring him, then feeling sorry for him, and now I’m even more convinced that he is someone special. It seems I’m not alone. Last month, one of his interiors with Ida was sold at Sotheby’s for a world record price of £340,000.’

dyn008_original_629_693_jpeg_20344_d33428704d0be6ad955ebe6f9dfd7460


DE STILTE SCHILDEREN, EEN EERSTE STAP

1900 grootDe dans van stof.

We zijn in 1900.
Of kon het ook 2000 zijn?

Leeg
zijn huizen niet zo zeer aan tijd gebonden.

Mocht ik een bemiddeld man worden,
ik kocht een huis
om door zijn leegte te kunnen dwalen.

Zelfs geen boek-
-en dat wil al wat zeggen-
mocht er binnen.

Leeg zijn huizen
plaatsen waarin het stof zichtbaar danst.

Je kunt de stilte schilderen
als je ogen de sneeuw van stof beminnen.

Zij, de allerliefste, roept
in het grote huis
‘oh, de maan,’
en jawel op één dag na
is zij gerijpt
tot hemels kazenwiel
dat op zijn tocht dat zilveren licht
uitademt
zoals de doden woorden spreken
of een kind een vraag stelt in het donker.

Ja, de maan
zou hier ook thuis zijn,
haar dunne schaduwen kussen de plankenvloer.

Zoals het stof dwarrelt
zorgt de nachtelijke moeder
voor muziek sans paroles.

Maar beiden hebben leegte nodig-
-geen koppen en kreunen
-geen geloei van pauselijke gunstelingen
-geen hogepriesters
-of mercantiele ratten-

De leegte
waarin god het huis bewoont.

Hier is niemand,
zegt Odysseus als hij de eenoog wil verschalken.

Niemand zijn,
en hier je woonplaats hebben.

Nu nog de woorden
in hun kokette veren steken

Op stok zitten ze bij de kippen,
straks worden ze kakelend wakker
en leggen zij hun eieren in de oostenwind,

maar nu schilder ik de stilte open

Vilhelm Hammershøi http://www.tuttartpitturasculturapoesiamusica.com