955_2352eae628361e43d217a4b25a135a2f

En daarmee zijn de valkuilen duidelijk geworden, hoop ik.

Want als we deze diepe leegte alleen maar met verdriet en wanhoop kunnen vullen, met heimwee en spleen, dan zal het niet lang duren of er zal zich een “verlosser” aankondigen.

Onze kijk op “de leegte” is een angstige kijk.
Leegte is niet productief.
Leegte moet georganiseerd en vol gebouwd worden, of tot groene zone verheven het vingertje in de lucht zijn.

De jezuïeten (ik eer ze ten zeerste) in China vertaalden al dadelijk het woord TAO in “god” terwijl het in feite beter “zin” zou zijn, of gewoon tao kon blijven.

Lao Tse geeft in het beroemde Tao Teh Ching de volgende beschrijving:

“Er is niets dat onderscheidloos voltooid was,
En bestond voor hemel en aarde.
Hoe stil! Hoe leeg!
Van niets afhankelijk, onveranderlijk,
Alles doordringend, ongehinderd
Men kan het beschouwen als de moeder van de wereld.
De naam ervan ken ik niet.
Ik noem het Tao.
Moest ik het een naam geven, ik noemde het “het Grote”
(hoofdstuk 25, in een vertaling van drs. Hamaker zoals geciteerd in Jungs werk “Synchroniciteit”, Lemniscaat, Rotterdam, 2000)

En heel sprekend gaat hij verder om de zin van het Niets aan te geven:

Dertig spaken komen samen in een naaf
Maar op de ruimte waar niets is, berust de bruikbaarheid van de kar.
Men vormt het leem tot vaatwerk:
Maar op de ruimte waar niets is berust het nut van een pot.
Men hakt deuren en vensters uit om kamers te maken:
En van de ruimten waar niets is hangt het gebruik van het huis af..

Daarom schept het Iets dat er is de werkelijkheid,
Maar het Niets schept de bruikbaarheid’.
(hoofdstuk 11, ibidem)

Dat is geen orakeltaal, maar een duidelijke waardering van het niet zintuigelijke zonder daarom het zintuigelijke zelf te verwerpen zoals we dat in de monotheïstische godsdiensten hebben gedaan.

In de dingen zelf zit hoe dan ook iets “rationeels”, en niet alleen in wat zij veroorzaken of in hun ontstaansgeschiedenis.

Dat is zo’n vreemde gedachte voor ons die als goede kinderen van de Verlichting nog maar slechts één code hebben die we bijna als dogma aanvaarden: het Ik dat buiten de wereld staat en vanuit dat standpunt de wereld tracht te onderzoeken terwijl Tao probeert het Ik en niet-Ik met elkaar te verzoenen, althans als doel heeft hun onderlinge tegenstelling op te lossen.

Wij denken niet in paradoxen maar in feite zijn ze vaak al een aanloop tot deze verzoening: in de vraag zit het antwoord verscholen.
Wat onmogelijk blijkt, wordt vaak door een paradox opgelost.

Terug naar het kleine huisje in de woestijn.
Ik zou, mocht ik Johannes zijn, beven van angst als ik plots mijn iets oudere jeugdvriend in het water van de Jordaan zie stappen om gedoopt te worden.
Er komt een man aan die begrijpt dat Ik en niet -Ik alleen maar zijn uit te schakelen in een soort menswording van het goddelijke, maar Johannes weet ook dat zoiets heel slecht zal aflopen want wij zijn als mensen niet gemaakt om zoveel verzoening in een mens te ontmoeten.

Dit kan alleen maar onze haat opwekken, onze diepste kern van onvolmaaktheid zichtbaar maken, want de epifanie verlicht niet alleen het goddelijke maar tegelijkertijd het diep zwarte van onze natuur.

Ik heb het altijd een beetje naar gevonden dat we al met de erfzonde zouden geboren worden en daarbij dan nog Gods eigen zoon over ons heen krijgen die voor al dat kwaad als een slaaf op het kruis zal sterven.

Men vergeve mij mijn kleingelovigheid maar in de woestijn werd het duidelijk dat zo’n dubbele inbreuk op onze slechtheid in onze kleinmenselijke ogen iets van “sadisme” heeft, een eigenschap waar inderdaad de meeste monotheïsten van kunnen meespreken.

Je begrijpt dat ik meer sympathie heb voor de sluwe rentmeester, voor een Jezus die zich kwaad maakt of voor een jonge Johannes die Jezus liefhad, voor de vrouwen die hem volgden, voor Josef van Arimathea die zijn graf ter beschikking stelde, voor een radeloze man in de hof van Olijven die het niet meer ziet zitten terwijl zijn leerlingen liggen te slapen, ja zelfs voor Judas die hem moet verraden wil dat zogenaamde heilsplan voltrokken worden.

Ik heb even gebruik gemaakt van de leegte, en wees gerust het zijn maar woorden in de wind, al waait de wind (geest) waar hij wil, dat is juist, maar één rimpeling op het water en daarna wordt de vijver weer glad.

In de stilte van de nacht wordt de stad leeg.
Elke droom telt.