469_5dfad8177773b4a408734cedc3602544

Citeren we Susan Sontag, zaliger:

De wereld bezitten in de vorm van plaatjes
is niets anders dan opnieuw ervaren hoe
onwerkelijk en veraf de werkelijkheid is.

We hakken dus meteen het hoofd van de reus af en stellen ons de eeuwige vraag: wat is de werkelijkheid, of met Pilatus, quod est veritas, als we’ t over waarheid hebben.

Toen wij jongens waren moest je in de schoolbibliotheek 1fr. betalen om een stripboek uit te lenen terwijl de boeken met hoofdzakelijk lettertjes gratis waren.
Daar is het dus weer, dat gevaarlijke beeld.

Je foto laten nemen is voor bepaalde volkeren, je ziel stelen, en het staat al in het oud testament: gij zult geen beelden snijden van mensen of dieren. (terwijl we zouden gemaakt zijn naar Gods beeld en gelijkenis!)

Enkele ingangen om tot bij de reus te komen:

-een beeld is de directe weg naar de bezieling.
Een masker of een beeld van de godheid wordt dadelijk de godheid zelf.
Wij wringen de godheid in de beperktheid van een beeld.

-Voor nomadenvolkeren zijn beelden cultusvoorwerpen die aanleiding geven tot verbindingen met de plaats waar je de cultus bent begonnen, of waar belangrijke gebeurtenissen uit de cultus-verhalen hebben plaats gevonden.
De monotheïstische god is een god voor een zwervend volk, voor mensen in de diaspora.
De beeldencultussen zijn sterk regionaal gebonden, de monotheïstische godsdiensten zijn over de wereld uitgewaaierd en het is het symbool van de ene (en ware) die hen boven de regionale beperkingen optilt en tot een uitverkoren groep maakt.

Beelden zijn een directe toegang tot genot.
Zij hebben geen abstracte tekens nodig, noch zinsverbanden of opeenvolgende zinnen.
Zij spreken dadelijk tot de ver-beelding.
Hun suggestieve mogelijkheden werken snel in op grote groepen mensen.
Beelden ontsnappen aan wetten.

We zijn al een stuk dichter bij de beeldenreus.
Het zijn nog maar voorzichtige kringen die we hebben beschreven.
Maar beelden breken vaak de tirannie van de heersende opinie en gevoelens.
Kerk en Staat wantrouwen beelden.
Zij willen hun eigen beelden, hun eigen ééngodendom verbeelden. De publieke opinie. Een gevaarlijk woord!

“Het individu moet beschermd worden tegen de tirannie van de heersende opinie en gevoelens, tegen de neiging van de maatschappij om haar ideeën en haar gebruiken als absolute gedragsregels op te leggen, om iedereen te modelleren naar het eigen beeld. Er moet een limiet zijn aan de bemoeienis van de publieke opinie met de individuele onafhankelijkheid. Men moet een grens stellen tussen het publieke en het private en haar tegen inbreuken beschermen. Het is even onmisbaar, voor een goede stand van zaken, als het verdedigen van de staat tegen despotisme.”

Stuart Mill, On Liberty, 1859

En we sluiten met het gevoel dat we het beeld niet moeten beschuldigen maar onszelf, ons eigen diep geworteld wantrouwen.
Wij hebben een tekort aan eigen, persoonlijke beelden.
Daarom wantrouwen we de beelden van anderen en roepen we vertrouwde beelden op tot een oase van veiligheid en gemoedsrust.
Erger nog: de beelden vervangen vaak het leven.
Het leven zoals het is.
Of “WAS”.

De David in ons merkt dat hij net zo goed een Goliath mag genoemd worden.