128_1f2e4dc8f219206425d3db4969b3e109

Waarde lotgenoot,

Jouw mevrouw Vigée-Le Brun heette Elisabeth, de grote concurrente van Angelica Kauffman.
Ze hebben inderdaad beiden de jonge prins geschilderd, en het portretje dat ik hierbij meestuur is nog een andere versie van deze schoonheid.

Elisabeth, Parisienne, in 1755 geboren was de dochter van Louis, een pastel portret schilder die onderwijs gaf aan de Saint Luc academie.
(we denken even terug aan de tijdgenote Adelaide Guiard over wie je een bijdrage schreef op 20 december 2005.)

Van zes tot elf verbleef ze naar goede gewoonte in een convent waar ze alles leerde wat je nu op een lagere school zou moeten opsteken.
Ze was toen al bekend om haar portretjes (van de nonnen?) in haar leerboeken gekribbeld, of in de schriften van haar medeleerlingen.

Dat bleef niet onopgemerkt en mede door haar vader vriend Gabriel Francois Doyen leerde ze met olieverf werken en kreeg ze tekenondericht.
Na pa’s dood in 1767 kreeg ze les van Vernet, en Gabriel Briard die een appartement had in het Louvre.

Haar moeder, weduwe, trouwde daarna met een gegoede juwelier met het oog op wat meer luxe, maar de man blonk uit in gierigheid en het was pas na het portrettenwerk van allerlei adelijk gezelschap (tot en met Marie Antoinette!) dat ze het wat breder kregen.

Eens je de koningin heb geschilderd, lag de weg naar de roem open was het niet dat er een revolutie uitbrak, later als de franse revolutie bekend geworden die het vooral op dat rijke cliënteel had gemunt.
Elisabeth zocht onderkomen in Italië, waar ze alle kunststeden bezocht, bracht daarna twee jaar in Wenen door en reisde in 1795 naar Sint Petersburg waar ze zes jaar bleef met daarbij nog een vijfmaandelijks verblijf in Moskou.
Ze keerde dan terug naar Parijs, was in Londen voor drie jaar waar ze de prince of Wales schilderde, met alle jaloerse gevolgen vandien en vertrok na een tussenstop in Parijs naar Zwitserland waar ze van 1808-1809 verbleef en ze Mme de Stael ontmoette en schilderde.

Ook voor haar was de tijd voorbij gesneld, en als je midden vijftig bent is door Europa trekken niet meer zo vanzelfsprekend.
Ze trok zich dus terug in Parijs met buitenverblijf te Louveciennes.
Haar man sterf in 1813 en haar dochter terug uit Moskou na een slecht huwelijk en een slechte gezondheid, overleed in 1820 terwijl haar broer Etienne een jaar later stierf zodat ze tot aan haar dood in 1842 verweesd achterbleef.

131_6ac28ca9f11571c0400edaf9754d68da

Haar werk, een reusachtig aantal portretten is over de hele wereld verspreid en ik weet niet of er ooit al een serieuze inventaris van gemaakt is.Ze schreef heel levendige memoires “Souvenirs” waarin ze een mooie kijk geeft op het leven van de welstellende klasse einde 18de, begin 19de eeuw.
Joseph Baillo maakte een dissertatie over haar voor de universiteit van Rochester, maar ik weet niet of ze gepubliceerd is.

Als je haar portretten bekijkt dan zie je dat de kunstenares interesse had in hun wezen, en vaak ook in hun (uiterlijke) schoonheid.
Ja, ze overdrijf vaak de charmes van haar clientèle, ze geeft de vrouwen bijvoorbeeld langwerpige grote ogen, maar ze is erg vindingrijk in de manier waarop ze voor haar poseren.
Dat alleen al, die houdingen en rekwisieten zou al een mooi onderwerp voor een film of studie zijn.

Ze was daarbij zelf niet onaardig, dat bewijzen haar zelfportretten waarin ze zich telkens jonger voorstelt dan ze was, hoe zou je zelf zijn.
Ik kan me best voorstellen dat een dergelijke verschijning haar entrée in de mannenwereld vergemakkelijkte.

Maar voor alles is ze iemand die nieuwsgierig naar mensen was.
Ze schrijft dat ze de mooiste portretten maakte van de mensen die ze ook bewonderde, die ze mooi vond.

De liefde als weg naar de schoonheid. De enige maar mon dieu ook de pijnlijkste.

Met de groeten van Elisabeth (ik wil over haar leven ooit nog een verhaal maken) en van degenen die ons vanuit haar portretten aankijken de mooie prins inbegrepen.