Tot de schoonheid

Dat gij zoals deze raku-kom:
de handen waaruit de dorstige drinkt
nog in uw loodglazuren buiging hebt bewaard.

Dat gij de onverschrokkenheid
van die U werkelijk zoeken
met een druppel uit de bron belonen moogt.

Dat gij in al uw eenvoud
ons uw dochters: ‘waarheid’ en ‘nuance’ toont,
al zal het blaffen van de bange honden
uw fluisterstem onhoorbaar maken.

Dat wij, de raku-kom gelijk,
vaak verweerd en ook gesplinterd
in uw moederhanden mogen rusten
waar melk en honing zure wijn vervangt,

geperst uit oude gramschapsdruiven,
de oogst die de bachanten dronken voert,
en het getoeter van hun grove woorden
uw zangers in duizend stukken scheurt.

Maar met hun tranen begint de klei te zingen
en vormt gij steeds weer nieuwe bekers
waarin het levend water laaft wie dorstig is
en wiegt wie in uw poreuze ronding woont.

 


Deze forse Japanse raku-kom (uit Kyoto, Honshû) is bedoeld voor het drinken van thee.
De wand van de kom is dik en poreus.
Daardoor kunnen lucht en water gemakkelijk in een poreus voorwerp dringen.
Een aardewerken pot is uiterst poreus en neemt snel water op. Een laag glazuur sluit de poriën af en maakt het oppervlak ondoordringbaar..Zo blijft de thee langer warm en wordt de buitenkant niet te heet.

Het doorzichtige loodglazuur, dat alleen het onderste deel van de buitenkant onbedekt laat, heeft fijne barstjes.
Dit craquelé is de enige versiering van de kom.
In de hand is de kom opvallend licht en voelt het glazuur zijde-achtig glad.

De raku-kommen werden gebakken bij lage temperatuur in kleine ovens, die eenvoudig te bouwen waren op het erf of in de tuin.
De klei werd met de hand gemodelleerd. Er werden opzettelijk deuken en onregelmatigheden in aangebracht.
Zo ontstond het ruwe, boerse uiterlijk dat kenmerkend is voor raku-aardewerk.

(uitleg en afbeelding: Rijksmuseum Amsterdam)